Ikwilwijn.be
Een leven vol wijn
©  Wijngerd

Recente entries
Riesling en petroleum: een gooi naar meer duidelijkheid.
Het nieuwe jaar!
Wijnbloggers changeren: over wisselende bubbels...
Vlaamse Wijnblogdagen deel XI: Het beste wijnboek.
Terugkeer naar Bordeaux (3) – Thibault Despagne (Château Tour de Mirambeau)

Categorieën
Alle categorieën
Algemeen (21)
Vakantie (3)

Archief per dag
12/01/10
10/01/10
09/12/09
07/11/09
10/10/09
24/09/09
19/09/09
15/09/09
14/09/09
05/09/09
13/06/09
06/06/09
03/04/09
08/02/09
29/12/08
05/12/08
02/11/08
02/08/08
08/06/08
05/04/08
02/02/08
02/01/08
23/07/07
30/06/07



Riesling en petroleum: een gooi naar meer duidelijkheid.

12/01/2010 - Algemeen
Bewerkt: 12/01/2010 
Reacties: 13  - Reageer

 

Riesling en petroleum: een gooi naar meer duidelijkheid.Nu, ik beschouw me verre van een rieslingkenner (wel een doorgedreven liefhebber ervan), het is wel de druif die me het meest bezighoudt. 60% van mijn kelder bestaat eruit, er staat altijd een fles riesling open, maandelijks trek ik naar wijnverbouwend Duitsland en jaarlijks proef ik om en bij de 1000 Rieslings. Deels beroepsmatig, maar vooral omdat ik helemaal weg ben van die o zo subtiele, schitterende, veelzijdige, sexy (ik zou hier verder willen gaan, maar dan word ik door de webmaster gecensureerd), complexe druif.

En het wil lukken dat de laatste maanden hier en daar wat berichtjes opduiken van “pétrol in riesling is een fout”, en anderen “hoezo, dat is net leuk?”. De koe bij de horens maar gevat en hier getracht een juist beeld te geven. Gebaseerd op enerzijds wat recente artikels, maar ook op de informatie van enkele wijnbouwers die heel wat rieslingervaring (en dus een rieslingmening) hebben. Maar laat één ding duidelijk zijn: in de eerste plaats geniet je van de riesling die jij graag drinkt, en laat je asjeblief niet leiden door wat anderen zeggen. Als je dat vleugje “pétrol”geur (beter gezegd: wat je daaraan doet denken) leuk vindt, nu niet onmiddellijk de flessen in de wagen gieten in de hoop op een andere functie…

Daar gaan we dus…

Dit stukje is gebaseerd op wat ik uit Duitsland heb ontvangen. Het is ’s werelds grootste rieslingland, met nog altijd de hoogste densiteit aan top rieslingmakers. Ik wil helemaal geen oneer aandoen aan de schitterende rieslingwijnbouwers uit de Elzas, Oostenrijk… Maar daar heb ik nu eenmaal minder ervaring mee, en dan spreek ik me daar liever niet over uit.

1. Wat kan er fout lopen


Heel vaak hoor ik bij wijnbouwers het woordje UTA in de mond nemen. Dat staat voor “untypischer Alterungstoon” en is een onaangename verouderingstoon in een jonge wijn. Impressies van sterke boenwas (wat sommigen ook als pétrol en dus typisch zouden bestempelen), maar ook muffe zaken. Oorzaak is een plantaardig hormoon, indool-3-azijnzuur, dat na vergisting een sterk ruikende verbinding vormt: 2-aminoacepthenon. Oorzaak zou een gebrek aan water zijn bij de stok en/of een gebrekkige stikstofopname. Ook is er een relatie met hoge opbrengsten en onrijpe oogsten.

Uit ervaring kan ik zeggen dat heel wat 2003 rieslings uit Duitsland dit hadden, en vooral van jonge wijnstokken. Het warme jaar met extreme droogte en versnelde rijping waar fenolisch gezien de druiven niet altijd rijp waren. Na de botteling, en na de zeer primaire fruitfase kwam te snel een verouderingstoon. Maar ook in andere jaren zal je UTA aroma’s tegenkomen bij mindere rieslinggoden.

En dan heb je nog de Böckser. Kan zowel in jonge als oudere Riesling voorkomen. Beter gezegd: als het erin zit, gaat het er niet meer uit. Dit is een sterk reductieve geur die zijn oorsprong vindt tijdens de gisting. Aan de basis ligt waterstofsulfide dat allerlei organische verbindingen kan aangaan en als logisch gevolg niet zo appetijtelijke geuren geeft zoals rotte eieren. Dit heeft uiteraard niets te maken met hetgeen mensen als petroleumgeur beschouwen.

2. En dan… het vat olie!

Heel mooie verouderingsaroma’s omschrijven de Duitsers als “Firne”. Er bestaat hier geen Nederlandstalig woord voor (tja, we ontbreken een rijke wijngeschiedenis zeker?). Een Firne is een combinatie van heel wat fijne en mooie verouderde geuren: gekonfijte vruchten, nootjes (bij riesling vaak amandel), wat aardse geuren (zoals humus). In de mond zal een bittertje wat toenemen, maar bij de grote rieslings is dit heel subtiel en eerder structurerend. Eén van de mooiste wijnen die ik afgelopen jaar genoot, was de Bassermann-Jordan, Riesling Grosses Gewächs UNGEHEUER 2001 uit de Pfalz . Dat was een zalig voorbeeld van een rieslingfirne. Een zeer rijke en complexe neus, verouderd dat wel, maar (nog) niets petroleum. Hoewel mijn disgenoot zei “aha, dit is een duidelijke riesling, zo met die petrolgeur”. Enfin, ik denk dat het bij hem een associatie was tussen het zien van de fles en de link die hij automatisch legt bij oudere riesling.

Maar to the point: petroleum dus...

Kort gezegd zit het zo: in de schil van riesling zit een bepaalde beschermende stof (carotenoïde) die onder invloed van warmte wordt afgebroken. Het is die stof die de druif moet beschermen tegen uitdroging en zorgt voor de goudgele kleur bij rijpe rieslingdruiven. Hoe meer deze stof wordt afgebroken, hoe meer en hoe sneller je de zogenaamde pétrolgeur zal terugvinden. En in warmere gebieden zal Carotenoïde sneller worden afgebroken. Door afbraak van deze carotenoïde ontstaan andere stoffen zoals de verbinding 1,1,6-trimethyl-1,2-dihydronaftaline, of kortweg TDN. Deze stof ontstaat tijdens de gisting, maar ook op fles! En bij hoge concentraties ruik je duidelijk benzine en petroleum. En het blijkt dat alleen bij riesling deze stof in hoge concentraties is terug te vinden. Belangrijk is de term “ook op fles”. Want het kan heel goed zijn dat een gerijpte grote riesling ook een vleugje petroleum heeft (of beter gezegd TDN). Dus automatisch zeggen dat petroleum in riesling foutief is, klopt niet. Een kleine concentratie TDN, in samenhang met andere mooie verouderingsaroma’s kan een pracht van een riesling opleveren. Zoals steeds: de waarheid ligt in het midden, en overdreven TDN is foutief, een kleine dosis ervan kan fun zijn. Dezelfde discussie met de zogenaamde “stalgeuren”, maar dat laat ik graag aan anderen over (Thomas, niets voor jou?).

Eigenlijk kan je stellen dat de “pétrolgeur de natuurlijke grenzen van aanplant van riesling aangeeft”, zoals ik mooi omschreven in een artikel las. Hoe warmer het klimaat en/of hoe warmer het jaar, hoe sneller de geur opkomt. De 2003ers in Duitsland hebben dat dus héél snel ook gehad. Ik heb al Moezelrieslings van meer dan 30 jaar geproefd die het helemaal niet hadden, maar wel een mix van gedroogd fruit, amandel, honing, een vleugje boenwas. En in andere oudere rieslings had ik het dan weer wel, maar helemaal niet storend, omdat er nog zoveel meer inzat.

In het prachtige rieslingboek van Christina Fischer worden de belangrijkste aroma’s van riesling in 3 grote groepen ingedeeld:

A. Aroma’s afkomstig van de gisting

Gistgeuren (logisch), eucalyptus, alcohol en ananas

B. Aroma’s door rijping

Honing, sinaasappelschil, petroleum (jawel! Er staat ook bij dat “dit aroma vaak als petroleum wordt omschreven, maar eigenlijk vaak ook een andere soort aroma is dat ermee in verband wordt gebracht”) en walnoten.

C. Aroma’s die gerelateerd zijn aan de bodem

Dit gaat heel breed. Grijze leisteen en groene appel – Gekleurde zandsteen en abrikoos - Schepkalk en mango - …

Voor meer uitleg verwijs ik graag naar het rieslingboek van Christina Fischer. Voor mij het beste en meest toegankelijke boek dat de laatste jaren over riesling is verschenen. Niet alleen in het Duits, nu ook in het Engels.

Als we een duidelijke conclusie kunnen stellen: petroleum is absoluut geen “bodemaroma”, en geen expressie van de terroir in de brede zin. MAAR het is WEL typisch riesling omdat alleen bij deze druif de stof TDN (die de petrolgeur geeft) in hoge concentraties kan voorkomen.

3. Degenen met ervaring


Ik heb naar aanleiding van dit stukje enkele rieslingproducenten gecontacteerd. Mensen met jaren ervaring, domeinen die van vader op zoon (of dochter) zijn overgegaan en enkelen met kelders waar nog rieslings liggen van decennia oud.

AL* uit Baden

Een nieuwkomer in de Duitse rieslingwereld, wiens vader een topdomein in Baden bezit voor riesling. Alexander staat op eigen benen en heeft als grootste passie… riesling! Wat dacht je…

Zijn mening:
Ik persoonlijk hou niet van petroleum in wijn. Je hebt dit het sterkst in wijnen van ranken die warmer gelegen zijn, maar vooral van ranken waar de druiven veel zonlicht opvangen. Ik pas zelf goed op om niet teveel bladeren weg te knippen zodat de druiven beschermd zijn. Op termijn is een lichte vorm van petroleum niet uit te sluiten, het hoort nu eenmaal bij riesling, maar je kan het wel zelf beperken en/of uitstellen. Vooral van druiven op zeer steile hellingen zal je snel petroleum in de wijn krijgen, omdat de zoninval zeer direct en hevig is. Daarom ook dat te veel mensen die petroleum als een soort verouderde minerale toon van leisteen beschouwen (zoals van de steile Moezelhellingen). Dat klopt niet. Ik begon mijn loopbaan trouwens bij een bekend domein aan de Moezel en op steile percelen waar de druiven veel zoncontact hadden, moesten we met een kettingzaag een kop van de stokken afzagen zodat de ranken lager bij de grond bleven om zo meer bescherming door de vegetatie van de ranken te hebben. Het verschil in de wijn was nadien heel duidelijk merkbaar.

JG*uit Rheinhessen

Zonder veel tromgeroffel groeit dit domein jaar na jaar in aanzien. Zijn rieslings worden omschreven als “trinken, trinken, trinken”. Zwaardere bodems, dus minder de minerale stijl.

Zijn mening:
JG belde me op, en gaf heel duidelijk zijn mening: het is zoals met andere zaken in wijn (bv. zuren), het zit erin en de één heeft het meer dan de ander. He kan heel miniem zijn, maar ook sterk aanwezig. En dan moet je terug gaan naar de rijpingsomstandigheden in de wijngaard. Wij zitten wat warmer en oogsten automatisch wat rijpere druiven, maar door heel zorgvuldig om te gaan met ontbladeren, opbrengstbeperkingen, juiste tijdstip van oogst,… hebben we bij onze gerijpte riesling zoveel meer dan enkel die pétrolgeur. Maar in overdaad is het absoluut storend. Ik heb stage gedaan in Australië en het was zaak de riesling eerder vroeg te oogsten. Experimenten om een “vendange tardive” stijl te maken waren echt niet goed: daar dreef inderdaad pétrol in het glas. Bij een eenvoudige riesling wens ik fruit, speelsheid en vooral een jeugdig genot. Wanneer die eenvoudige riesling rijpt, dan kan de pétrol de overhand nemen zonder extra andere nuances. Dat is uiteraard niet de bedoeling. Bij grote riesling hou ik van het gerijpte, de rijkheid van verouderde aroma’s, en wanneer daar een vleugje pétrol bijzit, geen enkel probleem.

SW*uit de Pfalz

SW is één van de boegbeelden van de Duitse wijnvrouwen. Ze is zeer mondig, praat (met kennis!) zonder moeite een heel mannelijk gezelschap onder tafel. Ze weet wat wijnmaken is en staat aan het roer van een eeuwenoud familiedomein dat momenteel in de Duitse eredivisie meespeelt, vooral voor aromatische druivenrassen. En bovendien zal ze nooit doekjes om iets winden. Haar antwoord is er dan ook eentje in de stijl “typisch SW”:

Voor mij is een pétroltoon geen fout. Het is nu eenmaal iets wat bij riesling hoort en uiteraard heb je het in meer of mindere mate. Also, entweder mag man diesen Ton oder nicht!
Dat is, klaar en duidelijk die SW. Ze zei ook iets over de herkomst van de pétroltoon, maar die is al eerder in dit stuk beschreven.

EC & PW* uit respectievelijk Mosel en Rheinhessen
Samen zijn ze één van Duitslands meest getalenteerde koppels. Hun wijnstijl is wel duidelijk verschillend. EC zit op leisteen aan de Moezel en PW op kalk in Rheinhessen. Enkele van de rieslings van PW genieten haast cultstatus (Morstein en Brunnenhauschen).

Hun mening: …nog even erop wachten…

*Voor degene die willen weten wie het zijn, laat gerust een mailtje naar info@ikwilwijn.be. De webmaster in kwestie zal de vraag wel naar me doorsturen. Ik maak graag onderscheid tussen privé en zaak…

Tot slot: riesling is zowat de rode draad doorheen mijn wijnbestaan. En daar voel ik me héél goed bij. En telkens wanneer ik me voorneem om meer diversiteit in mijn kelder te brengen, mislukt dit grandioos. Er blijft maar riesling bijkomen. En dan denk ik “ach, die druif is als divers genoeg, waar maal je om”. Ik benader mijn kelderwijnen ook eerder emotioneel dan wetenschappelijk, en dat geeft me veel voldoening. Ik ben geen wetenschapper, noch enoloog, maar een rieslingliefhebber pur sang. En dat heeft me al vele mooie momenten gegeven. Zowel individueel als met anderen.

Enne… het echte rieslinggenot heeft voor mij niets te maken met de (overigens interessante) discussie over de voor- en tegenstanders van pétrol in riesling. Wie zei ook al weer dat de waarheid ergens in het midden ligt. Nu ook is dit niet anders.

Enfin, nu ga ik een riesling kraken. Zum Wohl!

Met dank aan de wijnbouwers, het rieslingboek van Christina Fischer, rieslinggek Lars Daniëls en de mensen van het Duits Wijninsituut.

En ook nog: ik wil op geen enkele manier een persoonlijke verwijzing maken, of anders gezegd: mocht iemand zich in negatieve zin aangesproken voelen, laat dit gerust weten want dit was geenszins de bedoeling. Wijnliefhebbers onder elkaar moeten openlijk en opbouwend met elkaar spreken, niet elkaar afbreken. Iedereen die graag een glas wijn (of beter, een glas riesling) met me wil genieten kom gerust af en we dwalen af naar mijn mini riesling walhalla ergens in de grond.

Het nieuwe jaar!

10/01/2010 - Algemeen
Bewerkt: 10/01/2010 
Reacties: 2  - Reageer

 

Het nieuwe jaar!Wanneer ik zo even bij de Vlaamse wijnbloggers** kijk, dan zie ik momenteel heel wat activiteit: Kaat (Wine-Itch) en Bart (Have a nice Wine Today) voeren een obscuur maar zeer interessant karafexperiment uit, Stéphane (sdebacker) ziet al van kilometers afstand welke wijn er in het glas zit (en ik dacht dat alleen Louis de Funès daartoe in staat was – l’ail ou la cuisse), Vinama moest bijna onderduiken voor de politie, Rick (csp) en Vinejo (wijnliefhebbers) beleefden een avond waar ik niet alleen een vlieg wou zijn, aan hun relaas komt (terecht) geen einde. Culinair Atelier blijft maar met creativiteit ten berde komen,… en dan vergeet ik nog Thomas (The Orbis of Wine), Peter (Wijnblog), onze eigen Disaster met zijn heerlijke top 10…. Enfin, om een lang verhaal kort te maken: neen, ik ben geen blogger, en kom nog niet aan de schrijfenkels van enkelen uit ons fijn wijnbloglandschap. Ik lees de berichten wel met plezier, en geniet van de diversiteit en de uiteenlopende invalshoeken. En als ik er zin in heb, dan post ik zeer graag zelf eens een berichtje. En laat deze Bordeauxpost de start zijn van 2010…**

Elk jaar weer goede voornemens, het is een cliché. Maar goed, clichés zijn er omdat ze er zijn en ik ben alvast goed gestart met een voornemen. Ik ga de komende maanden mijn oude Bordeauxwijnen drinken. Het zijn eigenlijk de eerste flessen die ik voor mijn startende wijnkelder kocht en ze verdienen het respect genoten te worden. Nu, de meeste (relatief, het zijn er een 15-tal verschillende) zijn van de kleinere millésimes (1993, 1994), dus hoogtijd om ze soldaat te maken. En wie weet zit er wel een verrassing tussen.

Château Figeac, Saint-Emilion Grand Cru Classé B 1993

Opvallend jonge kleur. Eerste neus heel aards, vegetaal toontje. Was wel nog koud, kwam recht uit de kelder. De karaf dan maar bovengehaald en een half uurtje laten ademen, wat ik normaal bij oudere wijnen niet doe. Ik heb al menig gepensioneerde fles in recordtempo de bijl weten leggen bij overmatige verluchting. Misschien is het plots verluchten even ingrijpend voor een wijn dan benjispringen voor het lichaam. Jong en onbezonnen kan daar beter mee overweg dan ouder en brozer. Maar het is de wijsheid die we in oude wijn zoeken, niet de jeugdige onbezonnenheid.

En deze rakker ging héél goed om met lucht. De wijn ontluikte, en naast de heerlijke aardse toetsen kwam er nog een kleine opflakkering van klein bosfruit. In de mond geen spoortje vegetaliteit, maar een elegante, bijna fluwelen verschijning. In de diepvries zat nog een steak van hert. Gauw de pan ingegooid en wat paddestoelen erbij. Twee dagen na Nieuwjaar zagen ze er een beetje verlept uit, maar kort en krachtig bakken gaf nieuw leven. De combinatie met de wijn was perfect.

Het geheel klopte, die 1993 Figeac was een genot om te drinken. Na 19 jaar en dit van een niet zo evidente jaargang. Hoed af.

Château La Fleur Cailleau, Canon-Fronsac 1999 en 2000

Een stuk jonger deze twee wijnen, dus ik verwachtte ook een jeugdiger wijn. En die kreeg ik ook, in het geval van de 2000 een zeer stroef, vegetaal sap met harde (onrijpe?) tannines. Karaf hielp van geen kanten. Een tweede fles ervan bracht geen verbetering. 90% Merlot zou hier inzitten, maar helaas pindakaas: de Merlot is helemaal niet in vorm.

De 1999 dan maar. Is beter, meer fruit nog, maar mist diepte en rijkheid. Beide kostten zo een 20 euro.

De wijnboer (Paul Barre) heb ik ooit ontmoet, en dat is voor mij nog altijd memorabel. Zijn stoofpotje van wijngaardslakken was…. hoe zal ik het zeggen… zeer knapperig. Maar smaak had het wel. En het brood erbij? Wel, hij zei “Mais Gerd, ci le pain vit un peu… C’est pas grave”. Hij had het over het groeiende, groene leger op het ooit smakelijke brood. Paul kwam net uit vakantie, ik stond onverwachts voor de deur en hij roeide duidelijk met de riemen die nog in de voorraadkast lagen… Van voor de vakantie dus… Een hilarische, fantastische avond. Zijn andere wijn, Château La Grave –een Fronsac- charmeert me altijd meer, hoewel hier meer Cabernet Sauvignon inzit.

Op naar de volgende Bordeaux!

**Surf maar naar:
• culinair-atelier.skynetblogs.be
• csp.skynetblogs.be
• wijnliefhebbers.skynetblogs.be
• sdebacker.skynetblogs.be
• theorbisofwine.be/
• vinama.skynetblogs.be/
• winejockey.wordpress.com/
• http://wine-itch.com/
• www.haveanicewinetoday.com/
• www.ikwilwijn.be/blogs/disasterofwine
• www.ikwilwijn.be/blogs/wijnmens
• www.wijnblog.be/
• www.wijnkennis.be
• www.winetasting.be

Wijnbloggers changeren: over wisselende bubbels...

09/12/2009 - Algemeen
Bewerkt: 09/12/2009 
Reacties: 0  - Reageer

 

“Papieren, wieso?”. Aan het woord is Hanspeter Ziereisen, een ex-schrijnwerker en thans een geweldig wijnbouwer op wandelafstand van Basel. Maar van administratie heeft hij duidelijk geen kaas gegeten. Zijn wijnen komen allen als Tafelwein op de markt, want “ze keuren toch de helft van mijn wijnen af”. Geen filtering, geen klaring, minimale sulfiet, spontane gisting, en helemaal durchgegoren. Geen grammetje restsuiker dus. Maar net zo proef je de naakte puurheid van zijn wijn, de kalkbodem spreekt. Een sympathieke, maar koppige vent die zijn eigen wijnweg volgt en het doodjammer vindt dat zoveel jong talent met een veel te schoolse aanpak wijn maakt. Het boekske volgen is voor niet veel goed vindt hij. Laat de natuur zelf maar spreken, en werk vanuit je buik. Uiteraard moet je het talent in je hebben, maar zulke wijnbouwers hebben me al heel vaak verrast. Wijnen die eens niet op een ander lijken, wijn met een sterk eigen karakter en niet altijd even makkelijk te verstaan.

In het kader van de Vlaamse Wijnblogdagen kreeg het "changez" principe een vervolg. Iedere geeft een ander een fles wijn. Thema ditmaal was "bubbels". Ik was dus helemaal voorbereid om Stéphane (sdebacker.skynetblogs.be) zijn bubbelwijn te ontvangen. Het lot had mij uitgekozen om van hem een fles te ondergaan. Ik hoopte dat het iets zou zijn van een wijnbouwer met durf en eigenzinnigheid, net zoals Hanspeter Ziereisen. Stéphane vroeg me trouwens op voorhand wat ik zou zien zitten. Op mijn antwoord dat ik ooit eens iets natuurlijk bubbelend van Gamay had gedronken met een aquarium op het etiket, repliceerde hij “iets met vissen dus…”.

Uiteindelijk kwamen 2 flessen mijn richting uit. Een Domaine Lechartier Panpinot, wat een pétillant naturel is van Pinot Noir en een klassiekere Vin Mousseux uit de Elzas van natuurlijk wijnbouwer Gérard Schueller.
Bij een pétillant naturel (of ook PETNAT genoemd, dat bekt lekkerder) wordt de nog gistende wijn in een stevige schuimwijnfles gebotteld om daar verder te gisten, waardoor de CO2 niet meer kan ontsnappen en zo een schuimwijn ontstaat. Bij de klassieke schuimwijn zal een tweede gisting plaatsvinden op basis van een droog gevinifieerde wijn waar men een gistmengsel aan gaat toevoegen. Bij pétillant naturel heb je een zeer natuurlijk product, zonder toevoeging van gist of sulfiet. Hoge drinkbaarheid is het resultaat.

Dat moet uiteraard getest worden… En veel later dan voordien (de nog niet aangewezen voorzitter van de Vlaamse Wijnblogdagen tikte me al serieus op de vingers). Daar laat ik mij niet door leiden, vlug wat bubbels drinken, dat heeft niets met genieten te maken. Een razend drukke veertiendaagse werd gisteren afgerond en tijd dus voor rust. De fles pétillant naturel kwam uit de koelkast en na een opvallend discrete plop (dat professioneel zuchtje is wijntechnisch waarschijnlijk beter, een echte plop leidt veel beter het feestgedruis in), werden de glazen gevuld. Die stonden in de onmiddellijk buurt van de fles, want uit ervaring weet ik dat petnat zowel de kracht van een bronstig paard kan hebben als de fut van een groep tieners na een nachtje zwaar doorzakken. Eigenlijk heb je niet veel zicht op wat er in de fles gebeurt, en dat maakt het geheel ook wat spannend. Deze fles blonk dus uit in discretie, de dweil mocht terug op de plaats. In het glas toch een fijne pareling en een licht rosé impressie, maar vooral het aroma was super. Rijpe peer, wat framboos met toetsen van nootjes. In de mond pure fun, een mix van rijpheid, sappigheid en frisheid. Op het einde een kleine en charmante oxidatieve noot. De fles was in recordtempo leeg (toch even melden dat we met 3 waren). Zoon Tuur zijn tut werd even erin gedoopt en afgaande op zijn gelaat kon hij dit ook wel waarderen.

Op naar fles 2, de avond was nog jong…. Daar kunnen we heel kort over zijn: de kurk sprong niet alleen uit de fles, maar ook uit het glas. Kan gebeuren! We onthouden de heerlijke petnat van Lechartier, verkrijgbaar bij Troca Vins Naturels. Toen ik Jacques van Troca belde kwam het spijtige nieuws dat dit lekkere spul uitverkocht is. Kostte zo een 18 euro… Wachten dus op een volgende lading.




Vlaamse Wijnblogdagen deel XI: Het beste wijnboek.

07/11/2009 - Algemeen
Bewerkt: 07/11/2009 
Reacties: 1  - Reageer

 

Vlaamse Wijnblogdagen deel XI: Het beste wijnboek.RIESLING door CHRISTINA FISCHER & INGO SWOBODA

Vaak krijg ik de vraag “Enne, waar heb jij je wijnopleiding gehad?”. Euh… Bij de wijnbouwers! Sommigen kijken dan zeer bedenkelijk, maar ik zou het niet anders kunnen inbeelden. Zo is de liefde voor Riesling ontstaan. Jarenlang op “vakantie” gaan tijdens mijn jeugd naar wijndomeinen heeft me de feeling doen ontstaan voor ’s werelds mooiste witte druif. Het resultaat is een quasi monopolie aandeel Rieslings in mijn kelder. Altijd staat een fles Riesling open, en na 18 jaar met deze druif bezig zijn krijg ik nu pas het gevoel ze een beetje te begrijpen.

Groot was mijn enthousiasme toen ik 2 jaar geleden het Rieslingboek van Christina Fischer in handen kreeg. Deze sommelière en eigenares van een bekend wijnrestaurant in Keulen is ook zo een Rieslingfreak en kon het zich echt niet laten een prachtig boek erover te schrijven. Wel enkel in het Duits en Engels, maar het leest zeer vlot en is to the point. Christina werd ondersteund door Ingo Swoboda, een bekend Duits journalist voor o.a. Feinschmecker en Wein Gourmet.

In mijn omgeving zie ik heel wat mensen intensief wijncursussen volgen*, en dat is lovenswaardig. Maar als je de tijd hebt, dan is het verblijf bij een super wijnbouwer veel meer waard dan 10 cursussen. Het laat je voelen en begrijpen, en dat is voor mij nog altijd belangrijker dan ‘weten’. Gelukkig zijn voor verschillende wijnminnende personen deze cursussen de aanzet om zelf op ontdekking te gaan, en dat kunnen we alleen maar toejuichen. Dit Rieslingboek mikt duidelijk ook meer op het begrijpen, dan wel het puur neerpennen van feiten. Het steekt ook de draak met belachelijke clichés als “goede Riesling moet een goût de pétrole hebben”. Larie uiteraard, en waarom dan wel zal ik eens in een volgend blogartikeltje zetten.

Ook de opsomming van de beste Rieslingproducenten is doordacht en tekent volledig voor de veelzijdigheid van dit druivenras. De producenten worden ingedeeld in categorieën zoals “barokke monumenten”, “fruitige veelzijdigheid”, “kwaliteit voor alledag”, “Complexe elegantie”,… En daar wordt zeer internationaal gekeken. Uiteraard is Duitsland Rieslingland nr. 1, maar ook topproducenten uit de Elzas, Oostenrijk en van overzee (Australië, Nieuw-Zeeland,…) krijgen een plaats.

Heel leuk is ook het stukje waar de typische aroma’s van Riesling per bodemtype worden toegelicht. Leisteen, mosselkalk, graniet,… Allen geven ze een duidelijke andere Rieslingstijl weer, en dan gaat het niet om details. Een Riesling kan van de ene bodem t.o.v. de andere zo extreem anders smaken, waardoor je de indruk kan hebben met een andere druif te maken te hebben. Het gebeurt vaak dat bij het laten proeven van een Riesling aan vrienden ik de opmerking krijg “dat dit toch niet proeft naar Riesling?”. Tja, een bekend wijnbouwer pende ooit neer dat Riesling geen druif is, maar een planeet. En daar kan ik me volledig in vinden.

Een grote Riesling kan me danig ontroeren, is pure erotiek en is de opperste symbiose van finesse, elegantie en rijkheid. Dit boekt brengt op speelse en toegankelijke wijze de “goesting” naar meer…

*En dan heb ik het niet over de doorgedreven opleidingen zoals o.a. WSET die zeer veel eisen van de deelnemers en hun sowieso verplichten veel verder te denken... In Vlaanderen worden ook kleinschalig heel wat wijnlessen gegeven, maar vaak van een bedenkelijk niveau. Deze week hoorde ik zelfs dat in een cursus werd gezegd dat de kerncentrale van Tricastin het klimaat van de zuidelijke Rhône beïnvloedt. Helène Thibon van Mas de Libian die vanuit haar prachtige wijngaarden een blik heeft op die centrale kwam bijna niet bij van het lachen... Enfin, we dwalen af...

Terugkeer naar Bordeaux (3) – Thibault Despagne (Château Tour de Mirambeau)

10/10/2009 - Algemeen
Bewerkt: 10/10/2009 
Reacties: 0  - Reageer

 

Terugkeer naar Bordeaux (3) – Thibault Despagne (Château Tour de Mirambeau)In vorig bericht werden we enthousiast door Château Penin, niet alleen omwille van 2 superleuke wijnen (de Bordeaux Natur en de Clairet), maar zeker ook door de eigenaar (Patrick Carteyron) zelf. Met een voldaan gevoel zetten we onze weg verder naar de volgende afspraak.

Rijden in deze wijnzee vraagt tijdsmanagement. De domeinen liggen vaak zeer verspreid en tussen punt A naar punt B ligt nu niet bepaald een rechte weg. Toch hadden we nog wat tijd en besloten mijn compagnon en ik een ommetje naar Saint-Emilion te maken. Totnogtoe hadden we amper een toerist gezien, en we wisten bij het binnenrijden waarom: iedere toerist zit in Saint-Emilion. Een mooi dorp, dat wel, maar mijn bezoek ooit in de wintermaanden liet me een meer authentiek beeld na. Nu lijkt het of het commerciële om iedere hoek heen kijkt. Het wijnwinkeltje waar Vinejo ook verslag over deed een tweetal maand terug hebben we ook bezocht. We dachten dat de getallen bij de flessen één of andere kassacode was, maar neen hoor. 350 bleek de prijs van de tweede wijn van Château Latour. “Of we interesse in iets hadden”, kwam een perfect uitgedoste verkoper. Snel buiten dus. Nog even een eenvoudige maar correcte Salade Landaise in één van de kleine zijstraatjes naar binnen gespeeld en hopla, richting Naujan et Postiac, waar de Vignobles Despagne zijn gevestigd. De thuisbasis van Château Tour de Mirambeau.

We waren wat vroeg, en Thibault Despagne wat laat, dus hadden we ruim de tijd om het mooie landschap te bewonderen. Hoe oostelijker je in dit gebied rijdt, hoe mooier lijkt ons. Zacht glooiend, wat bos, wijngaarden… Zalige rust. Die rust werd snel “verstoord” door Thibault Despagne die met zijn potige 4x4 de laan opreed. Wat een energie die kerel! Deze vlotte jonge man zal ongetwijfeld heel wat vrouwenharten doen bonken: veel uitstraling, een brok zelfzekerheid en “diepe blauwe ogen” (de woorden van mijn eega weliswaar).
Bij Château Tour de Mirambeau is weinig van de crisis te merken. Dit domein leeft! Met de potige 4x4 kregen we een rondleiding langsheen zijn wijngaarden. De jonge en eigenzinnige Thibault Despagne laat ons trots zijn volgend project zien: een 6 ha braakliggende helling in een bijzonder fraai landschap waar binnen enkele jaren een mix van typische Bordelese druiven zal groeien. Een flinke investering, maar Thibault gelooft in de toekomst. “Ik geloof in de kleine appellaties”, zegt hij overtuigd, “ik wil bewijzen dat ook hier grote wijn kan worden gemaakt”. De helling waar de nieuwe wijngaard zal worden aangeplant kende 40 jaar geen productie. De vorige generatie vond hem te steil en te arbeidsintensief. Ook de richting van biologisch werken in de wijngaard kent heel wat voorstanders. Niets zo goed als een natuurlijke biotoop waar de wijnstok zelf immuniteit opbouwt.

En de wijnen? Wel, die zijn zeer rijk, evenwichtig en de betere cru’s ook flink voorzien van houtlagering. Maar de wijnen hebben dermate inhoud, dat ze mooi deze houtlagering aankunnen. De wijnen zijn dan ook minder authentiek dan bijvoorbeeld bij Penin en Sainte-Marie (zie volgend bericht), maar dit is een stijl die heel wat mensen zal bevallen. Ik googlede eens naar wat commentaren over dit huis en kwam uit bij een proefnotitie van mezelf een jaar terug waar ik me afvroeg of het niet teveel hout wat… Thuis probeerde ik zijn witte “Grand Vin” bij een stukje gegrilde vis en een redelijk rijke roomsaus met zestes van sinaasappel. Dat ging voortreffelijk samen.

De wijnen van Château Tour de Mirambeau zijn verkrijgbaar bij Pro Vino Justin Monard (www.justinmonardprovino.be) .

Volgende keer komt Château Sainte-Marie aan bod.


Analog kaas?

24/09/2009 - Algemeen 
Reacties: 1  - Reageer

 

Analog kaas?Noem het een samenloop van omstandigheden, maar afgelopen maandag was ik nog eens serieus gedegouteerd door een schrikwekkende vaststelling. Niet dat de wereldvrede er gevaar door loopt, maar het tekent wel voor de onwetendheid van de consument.

Samen met een aantal mensen uit de wijnbranche en een restauranthouder uit Nederland, lid van Slow Food trouwens, kwam het gesprek op de massale melkverkwisting van onze boeren. Via een kleine omweg zei de restauranthouders dat melk quasi niet meer nodig is voor de productie van kaas. Wablief? En dat wij Belgen een grote producent zijn van deze absolute verwerpelijke vorm van kaasproductie. Analog kaas noemt zoiets. Door de elastische structuur zou je dit product zelfs kunnen gebruiken ter vervanging van Novilon, grapte hij. Maar de realiteit vind ik minder amusant. Hoe is het in godsnaam zo ver kunnen komen dat de normale kaasproductie met melk al te duur is voor de industrie? Met de bodemprijzen van melk in het achterhoofd kan het er al helemaal niet in voor mij. Deze analog kaas wordt gebruikt voor hoofdzakelijk industriële productie van o.a. pizza’s en fast food gerechten.

Het is inderdaad een tendens om, toch wat de grootdistributie betreft, te vaak te differentiëren op prijs, en minder op kwaliteit. En dat moet uiteraard leiden tot ondingen als analog kaas of met dioxine gevoede kippen. Mijn grootvader zei altijd: weet wat je eet. Zijn menu was misschien niet origineel te noemen, maar hij maakte zijn pensen en worsten zelf, de groenten kweekte hij zelf en de jaarlijkse aardappeloogst van hem voorzag in de jaarbehoefte van heel onze familie. Laatst vond ik trouwens nog de menukaart van zijn huwelijk terug uit 1950. Het hoofdgerecht vermeldde “Merchtemse kiekens”. Geweldig! Zeer regionaal. Nog fijner werd het met de menukaart van de communie van zijn zoon (mijn vader dus). Daar kregen ze Brussegemse kiekens voorgeschoteld. Moet zijn dat die appellatie nog meer kwaliteit garandeerde. Tegenwoordig worden we overspoeld met exotische ingrediënten, maar er is absoluut niks mis met een kip of een groente van bij de boer om de hoek. En ik ben ervan overtuigd dat rechtstreeks kopen bij een goede boer niet noodzakelijk duurder is. En je krijgt er nog eens de passie van de mens bovenop.

Ik merk trouwens ook op dat de doorgedreven wijnliefhebber zijn zin voor smaakontdekking ook doortrekt in de zoektocht naar goede ingrediënten. Niet zelden krijg ik een mailtje van een wijnvriend met de melding bij welke slager ze toch zo geweldige paté of rundvlees hebben. Of welke kaas je eens moet proberen. De smaak van goede en eerlijke ingrediënten staat torenhoog boven de industriële varianten. Het geeft een pak meer voldoening dit te kunnen genieten. “Weet wat je eet”, een cliché misschien, maar dan ééntje met een torenhoge juiste boodschap.

Terugkeer naar Bordeaux (2) – Patrick Carteyron (Château Penin)

19/09/2009 - Algemeen
Bewerkt: 19/09/2009 
Reacties: 1  - Reageer

 

Terugkeer naar Bordeaux (2) – Patrick Carteyron (Château Penin)Na vorig berichtje kwam onmiddellijk al een vingerwijzing uit de Bordeauxhoek. De berichtgeving zou te negatief zijn. Nu, de intro was enkel wat ik maar kan vaststellen in mijn omgeving: veel mensen hebben de wijnen van Bordeaux gebannen uit hun consumptie. En dan moet je uiteraard de redenen onder ogen willen zien. Het was ook de basis waarom ik en mijn compagnon begin augustus naar daar trokken om zelf de situatie te kunnen voelen. En ja hoor, we zijn met een positief beeld teruggekomen. Reken maar dat de kleine Bordeauxwijnen zienderogen stijgen in kwaliteit, en dit onder impuls van een zeer gemotiveerde generatie. En het is over die generatie dat we in dit 4-delig reeksje willen berichten. We zijn dus maar al te blij dat Bordeaux gastregio is op Megavino.

Maar goed, terug naar het reisverslag.

Wat we er eigenlijk van de trip verwachtten? Eigenlijk denk ik dat we geen verwachtingen vooraf hadden. Een trip naar Bordeaux, althans het stuk tussen de twee rivieren, staat volgens de algemeen heersende informatie nu niet bepaald geboekt als een topgebied. Mijn compagnon had op voorhand wel graag zijn deelname bevestigd, maar ik kon me niet echt van de indruk ontdoen dat tijdens de heentrip zijn gezicht op half zeven stond. Het vroege afhaaluur (inderdaad, ook ergens rond half zeven), en het gepaarde ochtendhumeur waren daar waarschijnlijk niet vreemd aan. Maar vergis je niet, de compagnon in kwestie (zijn anonimiteit is hem heilig) is een zeer aangename persoonlijkheid. Maar soit, ik heb hem al enthousiaster op wijnreis vergeten te vertrekken. Met zijn "reasonably priced car" raakten we begin augustus toch vlotjes in het hart van de Bordeaux streek, en daarmee was al een eerste cliché doorbroken: je kan in het hoogseizoen wel filevrij in het zuiden raken!

Eenmaal in Bordeaux repten we ons naar Génissac, in het noordwesten van het “gebied tussen de twee rivieren”. Dat ons eerste bezoek op zijn minst hartelijk ging zijn, stond al vast van voor ons vertrek. Bij de bezoekaanvraag nodigde Patrick Carteyron ons onmiddellijk uit voor de lunch. Kunnen we amicaal wat verder kletsen, liet hij ons verstaan. Zijn Château Penin is al decennia één van de sterkhouders onder de AOC Bordeaux en Bordeaux Supérieur en ik keek eigenlijk sterk uit naar dit bezoek. We werden inderdaad warm verwelkomd door een tegelijk energieke en toch rustige persoonlijkheid. Hoewel je Patrick Carteyron moeilijk onder de nieuwe generatie kan rekenen (het is eerder een grote persoonlijkheid die al jaren de kwaliteitskaart trekt), waren we toch verbaasd zoveel enthousiasme te ontdekken. Niet alleen het enthousiasme voor zijn regio, maar vooral de drive om te experimenteren. Eén van de heerlijkste wijnen die we tijdens de trip proefden was zijn Bordeaux “Natur” 2008. Een geweldig vlezige, en soepele wijn gestoeld op pakken fruit. Geen milligrammetje toegevoegde sulfiet werd hier gebruikt. Ik ken heel wat natuurlijke wijnbouwers die na vele jaren dit resultaat niet halen. Deze wijn was er knal op, en bovendien nog herkenbaar Bordeaux. De verkoopsprijs ligt rond de 8 à 9 euro, en dat zit meer dan snor.

Voor de lunch trokken we naar zijn privé optrek, een mooi landhuisje heerlijk rustig gelegen tussen de wijngaarden. Op het vuur werden wat wijnranken gegooid, de entrecôtes wachtten hun smakelijk lot af. Meer Bordeauxgevoel kan je toch echt niet hebben. We voelden ons helemaal thuis en genoten van zijn heerlijke Clairet, een donkere en krachtiger vorm van rosé. Trouwens de beste rosé tijdens de reis. Château Penin heeft een reputatie voor dit type wijn, en dat is geheel terecht. Tijdens de lunch komt Patrick helemaal los en geeft toe ook aanpassingen te hebben gedaan in het wijnmaken. Zo oogst hij op het randje van overrijpheid. “Ik moet zelfs de pitjes van de druiven horen kraken tussen de tanden”, vertelt hij. Vervolgens ligt de gistingstemperatuur ook lager, maximaal 25° voor de rode wijnen. Het fruit blijft zo meer in de wijn. Tenslotte is de extractietijd korter. De pitjes en vooral de schil krijgen dus minder lang de tijp om hun tannine af te geven waardoor de wijn ronder komt. Het aandeel merlot werd verhoogd, een tendens bij de meeste domeinen. “En toch blijf ik echte Bordeaux maken,” laat Patrick trots weten. En hij heeft gelijk. Zijn rode wijnen zitten vol structuur, wat je van een Bordeaux ook verwacht, maar laten anderzijds ook een vriendelijk gezicht zien. Château Penin is en blijft een referentie in de regio.

De wijnen van Château Penin zijn verkrijgbaar bij verschillende importeurs, o.a. bij Wijnmakelaarsunie.
In vorig berichtje stond dat Penin niet op Megavino zal staan, intussen hebben we het bericht gekregen dat dit wel het geval is. Allen daarheen dus, en in de eerste plaats voor de leuke Clairet en de verrassende Bordeaux Natur!

Volgende keer komt Thibault Despagne van Tour de Mirambeau aan bod.



Wijn & geboorte

15/09/2009 - Algemeen
Bewerkt: 15/09/2009 
Reacties: 3  - Reageer

 

Wijn & geboorteHoewel wijn de rode draad is doorheen mijn bestaan totnogtoe, weet ik heel goed dat bij de keuze tussen het gezin en de wijn snel zal worden beslist… De laatste 3 maanden heb ik me dan ook bewust wat teruggetrokken van mijn activiteiten. De laatste maanden zwangerschap van m’n vrouwtje en de geboorte van zoontje Tuur was zonder twijfel een periode om in te kaderen. Intens, alsof het vanzelf kwam. Het was ook na heel lang werken een periode waar terug tijd was om samen met vrienden te genieten, samen te kokkerellen en wat langer met het gezin de stekker uit het stopcontact te laten. En als ik er nu aan terugdenk was het een tijd waar ik in 10 jaar nog nooit zo weinig heb “gewerkt” en bijgevolg nog nooit zo weinig professioneel met wijn bezig ben geweest. Maar raar maar waar, het was lang geleden dat ik zo intens van het magische rond wijn heb kunnen genieten. Geen gezever er rond, een lekker potje koken, en daarna een lekkere fles ontkurken die zonder grote woorden erover een avond heerlijk kleurt.

Toen ik pas met mijn wijnactiviteiten begon, ontmoette ik onverwachts een wijnaankoper uit de grootdistributie. Ik was toen een prille twintiger en doorspekt met een gigantische lading enthousiasme om er in te vliegen. De studies waren achter de rug, en wereld lag aan mijn voeten. Ik kende de man toen niet, en was verbaasd dat hij me spontaan uitnodigde voor een babbel. En dat zonder enige commerciële bedoeling. Gewoon een gezellig etentje met een oprecht gesprek. We babbelden over vele zaken, maar één van de belangrijkste zaken van de avond waren de woorden “zie dat je je wijnpassie niet verliest. Als je je full time in de wijnwereld bevindt kan het tij snel keren. Neem op tijd de juiste beslissingen.” De wijnpassie verliezen? Ik vond het ondenkbaar.

En nu, zoveel jaren later heb ik al vaak aan die woorden moeten terugdenken. De juiste balans vinden tussen de wijnactiviteiten, de passie behouden en het gezinsleven zijn me veel belangrijker dan wat de mensen verwachten. Als ik één ding heb geleerd: heel weinig zaken zijn zwart of wit, de meeste zijn grijs. En dat alleen al omdat mensen zaken verschillend interpreteren.

Nu ons zoontje Tuur vorige week is geboren en met de komende 3 maanden die sowieso de drukste van het jaar zijn, zal het gezin weer even minder aandacht krijgen. Maar alleen bij de gedachte van een fijne gezinsavond met een herfstig stoofpotje, een volle zuiderse Rhône aan het haardvuur geven me de reden waarom we hier rondlopen: het opperste genot in alle intimiteit. En dat hoeft niet altijd van de daken worden geschreeuwd in één of andere blog, dat zijn momenten die je voor jezelf koestert.

Een bijzonder fiere papa…

Terugkeer naar Bordeaux (1)

14/09/2009 - Algemeen 
Reacties: 0  - Reageer

 

Terugkeer naar Bordeaux (1)Als wijnliefhebber gaan we de komende weken worden gebombardeerd onder het Megavino geweld. Erg is dat niet, het onderstreept dat de wijnwereld in België leeft. Echter, sinds bekend werd dat Bordeaux gastregio zal zijn, zijn de reacties eerder wat koeltjes. Toegegeven, ook bij mezelf.

Maar het kan toch niet zijn dat een hele generatie (of toch een groot pak ervan) Bordeaux veroordeelt omdat primo een fractie van de productie wordt verkocht aan absurde prijzen en secundo het basissegment volgens de "boekskes" meer onrijpheid vertoont dan een hele groene paprikaplantage samen… Het kan toch niet zijn dat de vorige generatie (als ik terugkijk naar mijn ouders en diens vrienden/familie) ongelijk had om hun enthousiasme over Bordeaux niet onder stoelen of banken te steken. Het kan toch niet zijn dat heel de Bordeauxregio uitpuilt van pummels van wijnboeren die denken dat ze wijn kunnen maken, maar het eigenlijk niet kunnen. En het kan zeker niet zijn dat het klimaat en de terroir ongeschikt zou zijn voor goede of grote wijn te maken.

Bordeaux was voor velen van ons een eerste grote wijnliefde, en de reden waarom de scheiding van deze liefde werd ingezet kent vele oorzaken, maar de beste manier om nu echt te weten te komen wat in de regio heerst is er zelf naar toe te gaan. En ja hoor, de laatste vakantiedagen begin augustus werden met graagte besteed aan een zelfstudietrip. Alhoewel “graag” is niet geheel op zijn plaats. Mijn compagnon tijdens deze trip liet zijn gebrek aan enthousiasme al tijdens het afhalen merken. “Dat begint goed”, nog 4 dagen te gaan…

Bestemming was ditmaal niet één of andere grote appellatie, of één of ander bekend kasteel (hoewel we illegaal de tuin van Château d’Yquem hebben bewandeld ). Neen, we trokken naar het gebied van de “entre-deux-mers”, het stuk tussen de Garonne en de Dordogne met geen grote appellaties en geen ronkende kasteelnamen. Maar wel de regio van de simpele Bordeaux. Niet van die prestigieuze châteaux waar vele van de nieuwe eigenaars nog nooit één trap arbeid in de wijngaard of kelder hebben verricht. In de bezochte regio hebben we echter wijnboeren ontmoet, getekend door de arbeid, maar ook met een voelbare passie.

Heel deze trip ervaarden we zoals een beetje thuiskomen, het deed echt goed jonge mensen te zien die zin hebben in de toekomst, die geen enkele nadere weg dan het kwaliteitspad willen bewandelen. We waren onder de indruk van zoveel visie. En dat in een regio waar zich drama’s afspelen. Nog geen 80 cent per liter krijgt een producent er die en vrac verkoopt. Wat heeft het dan voor zin kwaliteit te produceren. Elke trap arbeid dat je dan verricht maakt de financiële put alsmaar dieper. Voor 20.000 euro kan je er een uitstekende ha wijngaard kopen. In Saint-Emilion kost het meest banale perceel al gauw 300.000 euro voor dezelfde oppervlak.

Tijdens onze trip bezochten we een tiental producenten, en het klopt dat niet alle domeinen deftig spul maken. Maar er zijn 3 domeinen die iets hebben nagelaten: hun eigenzinnigheid, hun inzicht en hun vastberadenheid en vooral hun prachtige wijnen. Zij zijn klaar om deze regio opnieuw een vernieuwd kwaliteitsgezicht te geven. Ze staan helaas niet op Megavino, maar de wijnen worden er wel van verdeeld in België.

In volgende 3 berichtjes zullen deze wijnboeren mijn lofzang krijgen:

Patrick Carteyron – Château Penin
Thibault Despagne – Château Tour de Mirambeau
Stéphane Dupuch – Château Sainte-Marie

Vergeten druivenrassen...

05/09/2009 - Algemeen
Bewerkt: 05/09/2009 
Reacties: 2  - Reageer

 

Vergeten druivenrassen...Eerste probleem dat zich stelt: wat is in godsnaam een vergeten druivenras? Ik kan me daar wel iets bij voorstellen, maar toch blijft de vraag wanneer een druif als vergeten kan worden beschouwd. Omdat je ze niet kent misschien? Laatst was ik in een wijngezelschap wat aan het proeven en viel het gesprek op de druif Airen. Verschillende van hen hadden er nog nooit van gehoord. Aha! Een vergeten druivenras. Nu, Airen is ’s werelds meest aangeplante ras. Zo vergeten kan je deze knaap dus niet noemen.

Los van wanneer een druif nu vergeten is of niet, blijf ik een onvoorwaardelijke bewondering hebben voor streektypische druiven. Er overvalt mij steeds een “driewerf hoera” wanneer een wijnboer niet gezwicht is voor de vraag naar herkenbaarheid qua druif. Lagrein in Alto Adige, Petite Arvine uit de Valais, Sagrantino uit Umbrië, Pineau d’Aunis en Romorantin uit de Loire… Er zijn hopen voorbeelden. En dan zijn er nog regio’s die omwille van hun keuze voor oude en streektypische rassen als “niet populair” worden beschouwd, alhoewel hun wijnstijl zo bijzonder is, dat het echt zonde zou zijn deze wijnen niet te ontdekken. Ik denk dan aan de Jura met Savagnin, Poulsard en Trousseau.

Andere rassen zijn dan weer niet puur streektypisch, maar worden op zeer beperkte schaal in een wijnland aangeplant. Bijvoorbeeld Frühburgunder* (een grote liefde… heb ik al (te) veel over verteld) uit de Ahr, Rheinhessen of Pfalz. Nog andere rassen staan niet bekend voor topkwaliteit en worden in verschillende landen wel aangeplant, maar men gaat dat nu niet van de daken schreeuwen. En toch komt je er hier en daar leuke wijnen van tegen. Portugieser die zich stilzwijgend in quasi elk wijnland langs de Donau weet te vestigen. Lichte, fruitige zomerwijnen zijn het. En daar is niets mis mee.

Maar waarover ga ik het vandaag hebben? Wel, de laatste reis ging richting Alto Adige en daar heb ik enkele Lagreinwijnen van meegebracht. Of dit een echt vergeten ras is of niet, laat ik in het midden. Maar je vindt deze druif quasi enkel rond de stad Bolzano en met een totale oppervlak van 300ha kan je de aanplant nu niet bepaald weelderig noemen.

Een mini portie geschiedenis als aftrap. Lagrein is geen jong ras, uit de 17de eeuw zijn documenten opgedoken die spreken van deze druif. Oorspronkelijk komt de druif uit het Lagarina dal. DNA onderzoek heeft aangetoond dat het een kruising betreft tussen een onbekend ras (daar schieten we dus veel mee op) en Teroldego (een “bekende” druif uit Trentino). Belangrijker dan dit wetenschappelijk voer is de stijl die Lagrein levert: veel kleur, veel body, accenten van pruim en met een relatief laag tanninegehalte.

Tijdens onze trip bezochten we twee domeinen, bekend als regionale toppers: Franz Haas in Montan en Hofstätter in Tramin. Beide Lagreinwijnen waren zeer verschillend. Die van Franz Haas krachtig, vol, met een opvallende bitterheid die eigenlijk wel aangenaam was. Zeker bij het gegrilde stuk Angus Beef. Hofstätter (een knappe wijnbar trouwens waar je kleine gerechtjes kunt eten) kiest meer de kant van finesse: zachte zuren, zachte bitterheid en elegant. Mooi bij een klassieke pasta met ragu. Beide wijnen gaan rond de 12 euro over de toonbank en dat is meer dan correct. En toch zal deze druif geen allemansvriend worden, want de vrienden de wijn bij ons thuis al proefden knapten wat af op die bitterheid. En dat is nu net voor mij de charme van die wijn. Het tekent nog maar eens dat vele “wijndrinkers” moeite hebben met een hoekig kantje aan wijn (een zuurtje teveel, tannine wat hard, aanwezig bittertje,…). Het moet allemaal easy drinking zijn, en dat is spijtig. Want vele druiven hebben niet de mogelijkheid om volledig afgeronde wijnen te geven, maar geven in de plaats wel pakken karakter. Zijn ze daarom misschien wat vergeten? Omdat de moderne wijnconsument ze niet wenst? Gezegend zijn de wijnboeren die de kaart blijven trekken van de streektypische druivenrassen, of ze nu vergeten zijn of niet.

*Aan het rijtje van mooie namen van http://sdebacker.skynetblogs.be/ ook nog even het Franse synoniem van Frühburgunder toevoegen: Pinot Madeleine... Heeft Brel daar geen liedje over gemaakt? Vermoedelijk dacht hij toen niet aan het vergeten druivenras.

Dit artikel werd geschreven in het kader van de tweemaandelijkse thema's van de Vlaamse Wijnblogdagen.

De 5 mooiste en 5 tegenvallendste wijnlandschappen waar ik al ben geweest…

13/06/2009 - Vakantie
Bewerkt: 13/06/2009 
Reacties: 4  - Reageer

 

De  5 mooiste en 5 tegenvallendste wijnlandschappen waar ik al ben geweest…Ik heb het geluk om maandelijks in de wijngaarden te mogen vertoeven, en los van de warmte van verschillende wijnboeren zijn er altijd plekken waar ik omwille van de omgeving liever vertoef dan de anderen…
De vakantie komt er weer aan, en dan wordt het tijd om eens te mijmeren over de 5 mooiste wijnlandschappen die ik al heb gezien. Een puur persoonlijke selectie, maar het zijn wel locaties waar ik geen moment over zou twijfelen om naartoe te gaan.

En natuurlijk zijn er plaatsen die puur landschappelijk weinig voorstellen. Dit staat volledig los van de wijnkwaliteit die er wordt gemaakt, maar voor een gezinsvakantie staat een mooie plek nog altijd boven de wijnkwaliteit die er wordt gemaakt. Wijn kan je overal meenemen, een mooie plek niet…

Misschien leuk om ook jullie lievelings wijnplekken te laten weten?

Mocht deze blog het technisch mogelijk maken om overal een fotootje bij te plaatsen, dan onmiddellijk... Webmaster?

De 5 mooiste wijnlandschappen (in willekeurige volgorde en reeds bezocht)

1. De Valais (Zwisterland)
Dit is waauw! Ik ken geen plek waar wijngaarden zich honderden meters omhoog sleuren op de hellingen, en dit in een kader van het brede Rhônedal met bergtoppen van 3000 meter en meer. Terraswijnbouw waar de muurtjes vaak meer oppervlak innemen dan de percelen zelf. Een landschap om te beleven!

2. Durbach (Duitsland)
Tja, er mocht zeker geen locatie in Duitsland ontbreken. En eigenlijk heb ik keus te over: het intieme en schitterende Ahrdal, het majestueuze van de Rheingau, het pittoreske van de Pfalz, het historische van Würzburg, het emotionele van mijn tweede thuis Bechtheim… Maar ik ben toch gezwicht voor Durbach, een lieflijk dorpje in een onwaarschijnlijk mooi kader, op een boogscheut van Straatsburg en geprangd als een amfitheater in de schoot van het Zwarte Woud. Op een luchtfoto heb je een impressie van de Auvergne. Hoewel de hellingen steil zijn, heb je een golvend gevoel, en door het compacte van het dorp is alles zo grijpbaar en toch verwijderd van de buitenwereld. De weg naar en door het dorp eindigt op een heuvel enkele kilometers na het centrum. Weinig doorgaand verkeer en geen GSM bereik. Dit is de absolute nummer 1 van mijn vrouw…

3. Laozzolo (Piëmonte)
Wie aan dit landschap ongevoelig is, moet zich dringend laten verzorgen. Golvend, met een romantische afwisseling van bosjes en wijngaarden, althans toch het centrale stuk. De mooiste plek in Piëmonte? Zonder twijfel Laozzolo… De wel zeer mooie dame van het domein Forteto delle Luja dat hier gelegen is, zal daar misschien wel iets mee te maken hebben, maar het kader is werkelijk fantastisch. Het is zowat het hoogst gelegen stuk wijngaarden in Piëmonte en van het landschap raak je onmiddellijk ontroerd…

4. De Beaujolais
Ondanks de reputatie van de wijnen, is dit een stuk Frankrijk met een zeer hoog authentiek karakter. Het evenwicht van het landschap is volmaakt, de dorpjes slaperig en de keuken geweldig. Ik herinner me nog een overweg van de spoorwegen die nog manueel werd bediend door een sloffend oud vrouwtje. Ik voel me hier steeds direct thuis en het buitenrijden van de regio gaat steeds gepaard met een krop in de keer. De heimwee neemt het dan direct over…
En ja, ook hier zijn super wijnen (vooral van de wijnbouwers die de natuurlijke weg zijn gaan bewandelen), maar het gaat niet goed met de wijnverkoop hier. Vele domeinen staan op de rand van het failliet en door de heersende crisis is het momenteel mogelijk om voor een prikje een domein met wijngaard te kopen…

5. Steiermark (Oostenrijk)
Mochten ze me daar blind droppen zou ik zweren me in Toscane te bevinden, maar dan nog heuvelachtiger en nog groener. Dit is op en top schoonheid, elk hoekje is een postkaart waard. Dit straalt een en al vriendelijkheid uit.

Ook prachtig, en trappelend om dit lijstje te vergezellen:
-de Maule vallei in Chili
-de Zuidelijke Rhône
-Madeira

De 5 tegenvallers (eveneens in willekeurige volgorde). Nogmaals bendrukken dat ik hiermee niet over de kwaliteit van de wijnen zeg. Het is een puur intuïtieve selectie.

1. De Médoc
Misschien trap ik nu op de tenen van vele wijnliefhebbers, maar dit landschap doet geen haartje rechtkomen. Een grote vlakte, met afstandelijke en elitaire wijnkastelen. Ik ben er 2 keer geweest en het zal nog lang duren voor ik er terug eens langsga.

2. Ribera del Duero
Laat één ding duidelijk zijn: ik heb er prachtige wijnen geproefd, maar na 1 dag had ik het wel gezien. Wijngaarden in een dor landschap. Weinig te beleven… Daarmee is alles gezegd.

3. Champagne
Hier zit ik met een dubbel gevoel. Enerzijds heeft deze regio iets mysterieus, en er zijn best mooie stukjes landschap, maar het blijft toch iets saais hebben. Bezoeken aan Champagne virtuozen maken veel goed.

4. Mendoza (Argentinië)
De wijngaarden van Chili waren prachtig, het wijnlandschap van Mendoza stond daar in schril contrast mee. Een grote, dorre vlakte met als enig groen de geïrrigeerde wijngaarden. Gelukkig prijkt de majestueuze Andes op de achtergrond, anders zou het helemaal huilen met pet op zijn. De meeste domeinen zijn er trouwens met prikkeldraad omgeven (wegens de hoge criminaliteit) en om een duik in het zwembad te nemen met arme wijken in het zicht geeft een wrang gevoel. Ik weet niet, maar het klopt hier niet…

5. Württemberg (Duitsland)
Ik moet toch enige objectiviteit behouden… En ja, toch iets Duits in het tegenvallende lijstje. Op zich is dit een mooi gebied, maar de industrie is tot naast de wijngaarden doorgedrongen. Ik herinner me nog het ontwaken in een prachtig kasteelhotel. De ramen open, frisse lucht nemen, blik op de wijngaarden om dan geconfronteerd te worden met een kerncentrale. Dit is één van de rijkste regio’s in Duitsland en deze welvaart komt ongetwijfeld van de chemie en de auto-industrie, maar ik wil daar van op mijn terras niet constant mee worden geconfronteerd.

Deze zomer trekken we voor de eerste keer naar Alto Adige (Noord-Italië) en blijkbaar zou deze regio kans maken voor een entree in het eerste lijstje. Maar laten we vooral een ontspannende tijd met het gezinnetje hebben…

En, wat zijn jullie lievelingsplekken?


Vlaamse wijnblogdagen deel 9 : Rosé!

06/06/2009 - Algemeen 
Reacties: 1  - Reageer

 

Rosé… In tegenstelling tot (overigens bijzonder sympathieke) collega Disaster kan ik meer dan gewoon genieten van een goed glas rosé. Maar je moet het in de juiste context plaatsen. Situatie: terras in zuid-Frankrijk, 30°, hartje zomer, salade met gegrilde sardines en een glas rosé Lirac. Wel, het plaatje klopte: de ambiance, het eten, de wijn… Geen wijn die meer het zomers gevoel kan weergeven dan rosé. Bij de start van de zomer worden een jaarlijks een 24 flessen in de kelder geplaatst van de meest recente jaargang. In warme zomers voldoet deze voorraad amper voor de eerste weekend, in magere zomerjaren zoals 2007 blijft een deel liggen…
Ik kan me ook een beetje ergeren aan de algemene minachting tegenover rosé, soms heb ik het gevoel dat het bon ton is jouw afkeur voor deze wijn duidelijk te laten merken, want een “wijnkenner” hoort dat niet te drinken. Het klopt inderdaad dat heel wat rosé het drinken niet waard en het waarom daarvan ligt uiteraard aan de wijnbouwers. Je moet echt een goede producent zijn om een mooie rosé te maken. Hier draait het om het subtiele evenwicht tussen fruit, zuren, sappigheid en een zachte bittertoon. Een puntje restzoet mag, maar dan wel gecounterd door frisse zuren.
Een trend (alhoewel, want heel beperkt) is het volledig wit vinifiëren van blauwe druiven. Voor Champagne worden al lang blauwe druiven wit gevinifeerd, maar voor stille wijnversies lijkt het me toch een eerder recent verhaal. Wat houdt dat net is? Eenvoudig: wanneer de druiven in de kelder komen worden ze onmiddellijk geperst. Doordat er geen schilcontact is blijft de roze kleur achterwege. In het glas verschijnt uiteindelijk een volledig witte wijn, maar waar de aroma’s en smaak toch nog altijd wat doen herinneren aan blauwe druiven. En dat kan leuke resultaten geven. Zelf heb ik al zogenaamde “Blanc de Noir” (wit van rood zeg maar) geproefd van sangiovese (uit Italië), merlot (uit Zwitersland) en Pinot Noir (uit Duitsland, waar de Blanc de Noirwijnen sterk in populariteit stijgen).
Bij rosé ben ik absoluut niet op zoek naar complexiteit, maar eerder naar een lekker, ondersteunend glas van een zomerse avond. En dat uiteraard in een plezierig gezelschap. Tot slot, een leuke anekdote… Na een degustatie vroeg een gast of de rosé nu eigenlijk een saignant was? (hij bedoelde “saignée”) Iemand anders repliceerde “neen, à point”… Tja, goede rosé heeft een hoge funfactor…

Changez! …of de wijndans van de wijnbloggers…

03/04/2009 - Algemeen 
Reacties: 4  - Reageer

 

Changez! …of de wijndans van de wijnbloggers…Het idee is geweldig: laat de wijnbloggers eens een fles naar elkaar zenden, en zie maar wat het resultaat geeft. Het plezier is dubbel: zelf de kelder induiken om iets voor een ander te kiezen, maar ook als een klein kind reikhalzend uitkijken naar de komst van de postbode.

Laten we eens starten met de kelderduik. Ik mocht een fles bezorgen aan Peter van www.wijnblog.be en moest me even inhouden om toch geen Riesling te nemen. Want uiteindelijk ligt er veel meer dan mijn geliefkoosde druivenras in de kelder. De keuze bleek eigenlijk zeer voor de hand liggend. Vinama gaf me trouwens de pap in de mond. Door zijn enthousiaste bericht over Châteauneuf-du-Pape was ik aan het terugblikken op een trip naar Frankrijks oudste AOC vorig jaar in mei. Op amper 4 dagen bezochten we een 20-tal domeinen. Het gemiddelde geproefde niveau lag zeer hoog, vaak schoten woorden tekort, en soms konden we zelfs geen zinnige woorden meer uitbrengen. Châteauneuf is alive, en mede dankzij de verschillende jonge mannen en vrouwen zit er zelfs schwung in deze ogenschijnlijke vastgeroeste regio. Châteauneuf vind je als wijn zowel in de traditionele stijl (lagering op ouden vaten of beton, beheerste extractie, fijne tannines) als in de moderne stijl (veel extract, vaak veel nieuw hout, wat zoetig). En alle mogelijke varianten ertussen. In een overigens verder niet noemenswaardig restaurant proefden we een fantastische Bosquet des Papes 1999. Net Bourgogne: fluweel, fijn en heerlijke verouderingsaroma's...

Maar goed, welke wijn heeft wijnblog in handen gekregen? Wel, toen we de domeinen bezochten vroegen ze ons vaak welke collega's op het programma stonden. Na het bekijken van de lijst was er een opvallende constante: iedereen beschouwde Clos du Mont Olivet als een echte tip. Dit domein is niet helemaal onbekend, maar we moeten het toegeven dat na een bezoek dit inderdaad een geheimtip bleek te zijn. Véél wijn voor weinig geld. De rest laat ik aan wijnblog over. Ben zelf benieuwd naar zijn mening.

En dan nu mijn speelmoment! De postbode kwam zoals steeds voor de middag, net op tijd om mijn kinderlijk ongeduld te bevredigen. Schaar erbij, kartonnetje open en voilà, daar pronkte een rode Toscaan. Nu, mijn Italiaanse wijnkennis is nogal beperkt, dus de naam van de wijn zei me niets. Langs de andere kant ben ik helemaal weg van de zovele autochtone druiven en stijlen die Italië biedt. Vooral het noorden vind ik verrukkelijk, geef me een glas barbera of lagrein. Of ook een Pinot Gris of Sauvignon uit Friuli. In het zuiden kom ik niet altijd de stijl tegen die ik zelf graag drink. Nero d'Avola durft al eens te veel wulps fruit te geven tegenover de structuur en de witte wijnen (Siciliaanse Inzolia) zijn vaak zodanig modern gemaakt om toch voldoende frisheid te geven, dat ze wat “gemaakt” overkomen. Uiteraard zijn er voldoende voorbeelden van het tegendeel (dan denk ik aan de schitterende witte Fiano wijnen uit het vulkanische Campanië), maar ik kan me na het proeven van vele zuiderse Italiaanse wijnen geen ander gemiddeld beeld geven. Ik volgde niet lang geleden de trip van CSP naar Sicilië, uitgebreid beschreven op zijn blog. Zijn enthousiasme over deze wijnen lieten me zeker niet koud, en een volgende proeftocht langsheen de Zuid-Italiaanse wijnen dringt zich aan.

En Toscane? Tja, Sangiovese geeft in de beste wijnen een schitterend evenwicht tussen fruit, zuren en tannine. Iets wat trouwens van toepassing is voor vele grote rode wijnen, maar bij Sangiovese komt daar een aromatische zijde bij, gekoppeld aan een fluwelen en toch pittige structuur die toch uniek is. Nog voor het openen kwam er nog een mailtje met achtergrond van Wijnkennis. Het bleek geen pure Sangiovese, maar een soort budget versie van de supertoscanen. Wim van Wijnkennis laat weten dat hij geen vriend is van de typische Chianti stijl en dat Toscaans en duur te vaak een synoniem is (daar heeft Wijnkennis natuurlijk geen ongelijk). Met zijn wijn, gebudgetteerd aan 11,50 euro, ligt dat volgens hem anders.

De technische fiche verraadt een blend van merlot, cabernet sauvignon en sangiovese. Een deel inoxlagering, een deel beton, en een deel barrique. Dinsdag 2 april bleek de perfecte dag om de wijn te proeven, want de eerste terrasavond van het jaar! In het glas verscheen een diepe rode wijn, met in de neus rijp bessenfruit, munt, cassis, ceder en koffietonen. Ik had de wijn een dag ervoor geopend en al even geproefd en het aromatische heeft duidelijk aan intensiteit gewonnen. De smaak geeft zowel een rond als een gestructureerd gevoel. Alles is aanwezig: fruit, zuren en tannines, maar nog net niet versmolten. Storen deed het me zeker niet, bij het gekruide en gewokte rundvlees was de wijn lekker toegankelijk, ondanks dat de wijn minder de sappige stijl bezit die je eerder in een pure sangiovese zou verwachten. Voor zijn prijs absoluut een aanrader, maar een klein (geheel persoonlijk) kritiekpuntje: ik proefde echt een kruising tussen een Bordeaux en een Toscaan, en misschien ben ik wel meer het type "of het één of het ander"... Dat doet niets af aan de prijskwaliteit van de wijn, want die staat buiten kijf. Ook mijn eega dronk even een slokje (gelukkig dat de Italiaan zwangere vrouwen nog niet verbiedt wijn te drinken), en dat droeg duidelijk haar goedkeuring weg. Zij is niet gemakkelijk wat rood betreft, dus hiermee scoorde ik! "En, heb je weer wijn gekocht?". "Neen, gekregen schat!". Op de dansvloer zegt mij dat changeren niet veel, onder wijnliefhebbers is dit een schot in de rood. Op naar de volgende ruil.

Deze fles kreeg ik van www.wijnkennis.be:

Mongrana 2006, Maremma Toscana IGT / 11,50 euro

Vlaamse wijnblogdagen: twee wijnen, één druif “de vreemde eend”

08/02/2009 - Algemeen 
Reacties: 0  - Reageer

 

Wel verdraaid, geen simpele opdracht. Het kan aan een tijdelijk inspiratiegebrek liggen, maar er kwam geen tekst uit mijn vingers. En ik wou niet zomaar twee fleskes uit het rek plukken van eenzelfde cépage. Maar een kort bezoek aan de kelder bracht raad. Per toeval eigenlijk, want ik greep naar een fles uit mijn Pinot Noir rek (hmmm… eigenlijk Spätburgunder rek, de Fransen hebben helaas al hun biezen mogen pakken wegens vaak onverantwoord overpriced, maar soit). Er kwam geen Pinot Noir tevoorschijn, maar een Pinot Madelaine. Verkeerd weggelegd? Niet helemaal, want een synoniem voor dit ras is Pinot Précoce de Noir, oftewel Frühburgunder. Vroegrijpe Pinot Noir dus.

Het ontstaan van Pinot Précoce de Noir ligt niet helemaal vast, maar feit is dat dit ras wel heel dicht bij Pinot Noir staat. Er zou een bepaald perceel Pinot Noir zich hebben moeten aanpassen aan koelere omstandigheden. De DNA structuur van de stokken was mettertijd dusdanig veranderd, dat men niet meer kon spreken over pure Pinot Noir. Voor de wijnboer is het verschil alleszins duidelijk: een maand vroeger rijp en dus een druif die zonder moeite suikers opbouwt. De druif bestaat al eeuwen, maar is nooit belangrijk geweest qua aanplant. Vandaag is de aanplant amper enkele honderden ha, en dat is spijtig. Want op zich geeft deze druif een prachtige wijnstijl: zacht in zuren en tannines, soms zelfs fluweel van structuur met een uitgesproken mokka, kers en chocoladekarakter. Het blijft in teelt echter een koppig baasje met lage rendementen en een hogere ziektegevoeligheid. Vandaar misschien dat de aanplant beperkt blijft? In Duitsland vind je de grootste aanplant, verdere symbolische aanplant in Oostenrijk en Zwitserland. Meermaal heb ik signalen opgevangen dat aan de Loire dit ras ook heel sporadisch is terug te vinden. Wie me daarbij kan helpen doet me een groot plezier.

We proeven dus een “echte” Pinot Noir met diens nostalgische mutant. Het vergeten familielid zeg maar, dat terug komt aankloppen. Beide uit het compleet atypische jaar 2003, waar finessedruiven zoals Pinot Noir het zeer moeilijk hebben gehad.

Weingut Salwey, Oberrotweiler Eichberg, Spätburgunder*** 2003, Baden (Pinot Noir)

Diepe kleurspiegel, krachtige aroma’s van gerookt, rijpe kers, zwart fruit en ceder. Beklijvende smaakstart, boordevol nuances van rook, zwart fruit en een haast zuiders aandoende structuur. Verbazende alcoholintegratie en een lange evenwichtige finale. Eén van de beste 2003 Pinot Noirs die ik totnogtoe dronk. Veel power, maar ook veel finesse. De fles was in een mum van tijd leeg (met 3 meedrinkers wel te verstaan!).

Helaas niet verkrijgbaar op de Belgische markt, op het domein kostte dit ca. 30 euro. Salwey is een Duits icoon wat Pinot Noir betreft.

Weingut Hammel-Hundinger, Frühburgunder 2003, Pfalz (Pinot Précoce de Noir)

Veel transparanter in kleur, aroma’s van eucalyptus (alcoholimpressie?), gebrande koffie, kersen en melkchocolade. In de mond op en top Frühburgunder met een zeer ronde fijne gerookte structuur. Veel chocolade en kers, wat een “mon cheri” gevoel achterlaat. Goede finale met wat ongedekte alcohol.

Was een cadeau van de jonge wijnbouwer (°1981) 2 jaar terug. Ook niet op de Belgische markt, kostte ca. 15 euro.

Een berichtje tussendoor: wijnkelder eindelijk verhuisd…

29/12/2008 - Algemeen 
Reacties: 0  - Reageer

 

Enkele maanden geleden verhuisden we reeds privé en zakelijk, maar de persoonlijke wijnkelder was nog in het oude huis gevestigd. Hoewel mijn vertrouwen in de helpende vrienden destijds niet gering was, liet ik de verhuis van de wijnkelder toch aan mijn persoonlijke handen over. De nieuwe eigenaars waren gelukkig akkoord om enige tijd als schatbewaarder te fungeren.
De laatste zondag van december was het dan zover. Met mijn vinnige VW Caddy trok ik naar onze vroegere plek, vastberaden de 600 flessen en bijhorende stenen nissen in één dag te verhuizen. Je moet weten dat ons vorig huis geen kelder had, en we dus een prefab kelder onder het tuinhuis hebben laten graven. Dit was mogelijk, mits de hele buurt ermee akkoord was. Van discretie was geen sprake, want ik heb bijna 20 handtekeningen bij de gemeente moeten voorleggen. Van belachelijke bureaucratie gesproken…

Enfin, enkele uurtjes werk bleken algauw een hele dag. Niet omdat ik het aantal werkuren fout had ingeschat, het was als het ware een weerzien met oude vrienden. Flessen werden niet zomaar in kartons weggestopt, één voor één kregen ze een hartelijke ontvangst en reacties in de zin van “besta jij ook nog?”. Ja, héél wat vergeten flessen kwamen terug boven. Vaak met enthousiasme, soms ook met enige twijfel (een wijnlijk vind je helaas in vele kelders…).

In een hoekje op de grond vond ik een fles met een beschadigd onleesbaar etiket. Het logo van Vacqueyras was duidelijk en Domaine Montirius ook. Voor de rest geen jaargang. Geen andere keuze mogelijk, dit zou de beloning van een dag “hard” labeur zijn. Mijn wederhelft had een stukje roasted beef klaargemaakt, en de saus afgewerkt met lamsfond (bij gebrek aan rundsfond). Moet lukken. De verhuis ging verder, en waren er toch enkele bemerkingen:

-Het aandeel zoete wijnen ligt zeer hoog. Gelukkig zijn het Duitse zoete Riesling en kunnen die tegen wat veroudering
-Te weinig frisse witte wijnen van recente jaargangen
-Te weinig jeugdige rode wijnen voor onmiddellijk drinkplezier
-Dringend de rode wijnen tussen 1990 en 2000 drinken. Een mix van Bordeaux, Bourgogne en Duits rood

Langs de andere kant was ik uitermate tevreden met de aantal mooie C9P’s, en de gerijpte droge Rieslings. Ik ben niet het type om computergewijs de kelderinhoud bij te houden, vandaar dat deze verhuis als een herontdekking aanvoelde.

’s Avonds bleek de Vacqueyras een 1998 te zijn (aan de kurk gezien), en was fantastisch. De perfecte mix tussen fruit, kruidigheid en veroudering. Weeral een reden waarom ik mijn hart aan de zuidelijke Rhône heb verloren… Met oudejaar komt er king crab en wild op tafel, kan ik eindelijk nog eens naar hartelust uren grasduinen in de kelder om dan uiteindelijk de wijnkeuze toch nog eens te veranderen. Wijnliefhebbers hebben een zwaar leven…

Vlaamse Wijnblogdagen - alternatieven voor Champagne

05/12/2008 - Algemeen 
Reacties: 3  - Reageer

 

Vlaamse Wijnblogdagen - alternatieven voor ChampagneAlternatieven voor Champagne? Laat ik nu eens Champagne zelf als alternatief nemen. U fronst de wenkbrauwen? Wel, in het stukje Bar-sur-Aube worden nog druiven gebruikt voor Champagne waar de meeste wijnliefhebbers het bestaan niet eens van afwisten. Een goede vriend van mij maakt er een sport van Champagnes te zoeken van deze vergeten druivenrassen. Niks Chardonnay, Pinot Meunier en/of Pinot Noir. Wel Arbane, Petit Meslier en Pinot Blanc. Want ook deze druiven zijn toegestaan voor de productie van Champagne. Maar dat staat niet in de “boekskes”.

Arbane
Arbane is een zeer oud druivenras, dat om een lange rijping vraagt. Vandaar dat enkel de beste percelen dit druivenras aankunnen. Het resultaat is een krachtig type, met meer alcohol dan gemiddeld. De aanplant bedraagt nog enkele ha.

Petit Meslier
Het grote voordeel van Petit Meslier is het behouden van de aciditeit in warme jaren. Daarmee is het een echte assemblagepartner, omdat in pure cuvées de zuurtegraad echt hoog kan uitvallen. In Australië zijn er echter een aantal producenten die dit wel doen. Het klimaat is er sowieso warmer. Het resultaat zou een frisse, speelse schuimwijn zijn. Zou, want nog nooit geproefd (Irvine Wines in Eden Valley).

Pinot Blanc
Pinot Blanc in Champagne? Voor mij zeker niet onlogisch. Ik heb al grote Pinot Blancs in stille versie geproefd, met een hele fijne minerale structuur, gekoppeld aan mooie zuren. Vooral op kalkbodem doet dit ras het prachtig. Niet zo expressief als Chardonnay, maar lichter verteerbaar. Een wijnboer uit Champagne die ik ken werkt trouwens voor wit enkel met Pinot Blanc. Chardonnay geeft voor hem een vulling aan Champagne die hij liever niet ziet.

In totaal vertegenwoordigen deze druivenrassen 0,04% van de totale aanplant in Champagne. Een zeldzaamheid dus. Toch zijn er enkele Champagnehuizen die ze nog aanplanten. Bekend is Moutard die een cuvée maakt van alle 6 toegelaten rassen. Ook een pure Arbane vind je er. Helaas is de kwaliteit niet echt dat, wat niet met de druivenrassen te maken heeft, want ook hun klassieke cuvées zijn zelden leuk.
Zelf ontbreekt me de tijd om op zoek te gaan naar geslaagde Champagnes van deze vergeten rassen. Gelukkig trekt vriend Gerard erop uit met een duidelijk missie deze “interne alternatieven” op te sporen… Onze kerstchampagne is alvast een 100% Pinot Blanc van Benoît Tassin…

L’Air du Temps…

02/11/2008 - Algemeen
Bewerkt: 02/11/2008 
Reacties: 4  - Reageer

 

L’Air du Temps… Een tweetal keer per jaar laten we ons verwennen in één of ander fijn restaurant. Ik beschouw dit als naar het theater gaan. Het is zoveel meer dan eten alleen, het is als het ware een totaalspektakel met de kok als regisseur. Als we de commentaren mochten geloven, zou het gastronomisch spektakel van l’Air du Temps een hoogtepunt moeten vormen. Samen met BDC en het bijhorend vrouwelijk gezelschap trokken we op Haloweenavond naar het verre Eghezee… De verwachtingen waren zeer hoog gespannen, met de recente 18/20 in de Gault-Millau in ons vers geheugen.

Nadat je de E411 hebt verlaten rij je enkele kilometers doorheen een desolaat landschap. De enige dorpskern die je passeert is gebouwd rond een machtige foie gras hoeve (Upignac). De ligging van L’Air du Temps is eigenlijk minder idyllisch. De drukke steenweg is gelukkig binnenin nauwelijks merkbaar. Het interieur is sober, warm en uitnodigend. Een zeer professioneel en vriendelijk team begeleidde ons naar de tafel, met overigens uitstekende stoelen. Een detail misschien, maar met 11 gangen in het vooruitzicht zit je maar beter op een aangenaam zitmeubel. Na enkele minuten waren onze glazen reeds gevuld met een hele frisse, strakke Blanc de Noir Champagne. De producent is me ontsnapt, maar hij komt uit het dorpje Celles-sur-Ource, ten zuiden van Troyes. Een prachtig gebied met een afwisseling van bos, akkerbouw en wijngaarden. Veel minder toeristisch dan het Champagne gedeelte rond Reims en Epernay.

We kozen voor het “grote” menu, wat 11 creaties inhoudt. De menukaart vermeldt ook het jaar wanneer de chef het gerechtje ontwikkelde.
Het openinsgerechtje was onmiddellijk een schot in de roos. De combinatie van kiwi met een oester (leuk “Kiwître” genoemd) was de perfectie qua smaakeenheid. Beide ingrediënten proefde je op sublieme wijze zonder dat ook maar iets overheerste. In het glas verscheen een Hongaarse fruitige wijn (combinatie van Chardonnay met een lokaal ras dat iets weg heeft van Muscat). Met de oester alleen zou de wijn niet passen, door de kiwi lukte het wel mooi.

Intussen hadden we ook de wijnkaart kunnen doornemen, en daar lag een sterke nadruk op finesse en elegantie met bv. Chenin en Riesling in de hoofdrol bij wit. Toch namen we niets van de wijnkaart omdat we ervan uitgingen dat in dit huis de aangepaste wijnen wel van niveau zouden zijn.
Het menu ging verder. “Terre et Mer”, ofwel een combinatie van king krab en artisjok. Leuk, met een schitterende jus. Alleen vroegen we ons af of king krab hier wel een meerwaarde geeft… De openingswijn deed het hier ook goed mee.

Vervolgens werden de glazen gevuld met een jonge houtgelagerde witte Bordeaux (Chateau Tour de Mirembeau). Als wijn goed gemaakt, maar door de duidelijke houtlagering niet echt mijn ding. Het gerechtje was weinig creatief, maar wel lekker: een superverse wilde zalm die even werd aangeschroeid met een hoi-sin sausje.

Het gerecht erna was visueel een pareltje (zie foto), zo weggeplukt van een tentoonstelling van abstracte kunst. Een rond bord met een bodem van inkt en daarop verschillende witte kubusjes. Elk kubusje smaakte anders: inktvis, bloemkool, ramanas en knolselder. Daarop flinterdunne krokantje plaatjes van o.a. wortel. Qua smaak was het iets moeilijker, ik snapte de combinaties niet echt, zeker niet met de wijn.
Daarna kwam met de lijn gevangen baars. Een fantastisch stuk vis, begeleid door een mousse van broccoli en munt met een gelei van rode kool. Een lekker gerecht, waar de vis toch wel alle applaus verdiende. De witte Bordeaux moest ook dit gerecht harmoniëren, maar werd voor mij toch wel bedankt voor weinig bewezen diensten.

De sommelier vond het tijd voor een volgend glas wit. Toen het een nog meer houtgerijptere Zuid-Afrikaanse Viognier bleek, begonnen we te mopperen. We lieten aan de sommelier onze voorliefde voor het meer natuurlijkere werk van op zijn wijnkaart blijken en prompt kwam hij met een mooi glas Chenin van Jo Pithon. Een glas dat in een mum van een tijd leeg was. Een mooie geste van de overigens vakbekwame sommelier, die ons niet werd aangerekend.
We waren trouwens blij met deze vinologische wijziging, want zo smaakte één van de mooiste gerechten van de avond nog meer: een onwaarschijnlijk lekkere Sint-Jakobsvrucht (ééntje maar, maar wel een flink exemplaar), met een soepje van kastanje. Misschien niet zo experimenteel, maar qua hedonisme kon dit wel tellen….

Vervolgens kwam de rode wijn: een krachtige en biologische Domaine du Joncier 2005 (Lirac). Les Muses is één van de duurdere cuvées van dit huis en kent 80% Mourvèdre. Een wijn met veel inhoud, maar nog een tikje jong.
Het eerste vleesgerecht was op lage temperatuur gegaarde eendenfilet met rode biet geserveerd in verschillende substanties: als poeder, schuim, mousse, gelei… Visueel weeral niet te evenaren, smaaktechnisch iets minder. Wel goed, maar ik zoek nog altijd naar de meerwaarde van het geheel.
Het tweede vleesgerecht was wel dik in orde. Een stuk succulent hertefilet omhuld in poeder van rode wijn, mousseline van een vergeten courgettesoort en “houtskool” van brood met een krokantje van koffie. Geweldig, zeker bij de wijn die aan zachtheid won.

Na het vlees kwam de kaas. 3 bewerkingen, waarvan er 2 subliem waren: de lolly van vacherin mont d’or (een persoonlijke lievelingskaas) met flinterdun papier van caramel en een combinatie van blauwe schimmelkaas met ananas en peer. Echt fanastisch.
Het ene orgelpunt volgde nu het ander, want ook het eerst dessertje was meer dan alleen een zoet eindstuk: peer en appel in verschillende vormen met gemberijs. Even harmonieus als smaakvol. Eindigen deden we met een herwerking van een klassieker: Tisamisu werd helemaal ontleed en op bijzondere wijze terug samengesteld: de koffie kwam als enkele stroperige druppeltjes, de Amaretto als schuim en de Mascarpone als een balletje met een zachte koffiekaramel errond. Ooit serveerde een ander bekende chef een bewerking van een klassieker (asperges op zijn Vlaams) en na dat fiasco huiver ik bij herwerkingen van klassiekers. Maar wat de chef van l’Air du Temps met de Tiramisu deed was prachtig.

Zoals dat heet: tijd voor een conclusie. Werden de verwachtingen ingelost? Ja en neen. Ja, omdat je proeft dat de chef fantastisch kan koken, dat de ingrediënten van topniveau zijn en omdat uiteindelijk de prijskwaliteit echt wel klopt (95 Euro voor dit 11-gangen menu, exclusief wijnen, Champagne en koffie). Neen, omdat de lekkerste gerechten eigenlijk de meer klassiekere schotels waren. Het cubisme van inktvis en de rode biet in verschillende substanties zijn waarschijnlijk wel wetenschappelijk verantwoord, smaaktechnisch vond ik de meerwaarde niet. Ook de aangepaste wijnen zijn geen afspiegeling van de boeiende wijnkaart, en dat is spijtig. Zeker wanneer je voelt dat hier voor een menuwijn bij de aankoop echt niet op een Euro meer of minder wordt gekeken.
Afsluiten wil ik echt met een positieve noot: we hebben 5 uur getafeld, wat zo voorbij is gevlogen. Daarbij kunnen genieten van 11 gerechten, waaronder enkele meesterwerken. En eigenlijk moeten we nog eens terugkomen, want voor het binnenkomen uitte BDC al grappend zijn zin in een steak met frieten… Wel, toen de menukaart een Wagyu rundfilet met “grosses frites” vermeldde twijfelden we toch wel even… Een volgende keer dan maar.

www.airdutemps.be
Chef: Sang Hoon Degeimbre


Vlaamse wijnblogen deel 4 - Bezoek een wijndomein tijdens je vakantie

02/08/2008 - Vakantie
Bewerkt: 02/08/2008 
Reacties: 2  - Reageer

 

Vlaamse wijnblogen deel 4 - Bezoek een wijndomein tijdens je vakantieMijn beroepsactiviteiten dwingen me regelmatig (lees: maandelijks) op pad te gaan om contacten met de wijnboeren te onderhouden. Ik doe dit uiteraard zeer graag, en na zo een bezoek weet ik waarom ik deze “job” doe: het contact met hen is heel verrijkend, vele onder hen zijn op een overstijgende manier met wijn bezig, ttz ze verbinden hun hele persoonlijke leven aan dat van hun wijn, hun ziel en passie ligt volledig in waarmee ze bezig zijn. Boeiende gesprekken, lange en gezellige avonden,…
Tijdens onze gezinsvakanties ligt dat enigszins anders. Er is een stilzwijgende afspraak met mijn wederhelft om het onderwerp wijn ondergeschikt te houden aan wat men hoort te doen tijdens een vakantie: bij ons is dat intens met het gezin bezig zijn. Maar het wil toch wel lukken zeker dat onze vakantiebestemming opvallend vaak wijnbouw vertoont. Mijn wederhelft haar wijngeografie is gelukkig niet zo uitgebreid zodat ze op voorhand al dan niet kan inschatten of er wijnstokken aanwezig zijn. “Maken ze hier ook al wijn”? “Euh, ja schat”. En vervolgens toch maar vlug ergens een voorraadje flessen bij een lokale producent indoen, want een mens moet toch ook op zijn vakantie een glas wijn kunnen drinken, nietwaar.
Vorige week ging het niet anders. We besloten pas zeer laat in vakantie te gaan en kozen voor een dichtbij bestemming: het Zwarte Woud. Vergeet die oubollige gedachten maar, het Zwarte Woud is een echt wandelparadijs, zeer kindvriendelijk en getooid met schitterende landschappen. Onze vakantiewoning (http://www.ritterhof-durbach.de/) lag helemaal op het einde van een vallei, kilometers verwijderd van de bewoonde wereld. De Blackberry’s van deze wereld moeten daar hun meerdere erkennen in de kracht van de natuur: niks verbinding! Een verademing.
De wijn dan? Wel, Durbach is één van de bekendste wijndorpen in Baden, en kent een relatief vochtig en warm klimaat. En in tegenstelling tot de overgrote rest van Baden, waar de Pinots het voor het zeggen hebben, is de specialiteit de “Klingelberger”. Eigenlijk is het gewoon een synoniem voor Riesling. Dit synoniem is in geheel Baden toegelaten, maar je vindt het enkel in het deelgebied “Ortenau”. Klingelberg was tot 1971 een zelfstandige wijngaard in Durbach, maar werd daarna geografisch opgeslokt in wat vandaag de Durbacher Schlossberg is. Het deel “Klingelberg” (2,5 ha) bestaat nog steeds en is een wijngaard waar al meer dan 1000 jaar aan wijnbouw wordt gedaan.
Er zijn vele zeer goede producenten in dit lieflijke dal, de familie Laible springt er echter met kop en schouders boven uit. Weingut Laible is een begrip, een icoon in de Duitse wijnbouw. Het lukte hen al meermaals Duitslands beste Riesling te maken, en vandaag prijkt dit domein in vele pershitlijsten in de bovenste regionen als Duitslands beste producent. Maar Weingut Laible bezochten we niet, wel zijn zoon Alexander Laible. Hij werd 2 jaar geleden uitgekozen als beste Jungwinzer van het jaar (een jaar daarna was dat trouwens zijn broer …), en heeft met de jaargang 2007 zijn eerste zelfstandige oogst op de markt gebracht. We ontmoetten een extreem gepassioneerde en eerbeluste jongeman van 30 jaar. Zijn grote voorbeeld en leermeester is Hans-Gunther Schwarz, tot 2001 de enoloog op het Weingut Müller-Catoir (Pfalz) en zonder twijfel een van Duitslands grootste wijnmakers ooit. Een hele nieuwe generatie aan wijnbouwers volgde stage onder zijn vleugels. Hij gaf al zijn leerlingen de raad mee niet op zoek te gaan naar extract, wel naar finesse. Want daar is de grote sterkte van Duitse wijn. Alexander gooide zich na vele stages (ook bij andere domeinen) vorig jaar in een avontuur waar je eigenlijk angst voor zou hebben: van niks op één jaar naar een volledig uitgerust domein met 7 ha topwijngaarden (een oude bakkerij werd met behulp van vrienden helemaal omgebouwd). Hij gaf toe dat de financiële druk niet klein is, en hem dat in de aanvangsfase rusteloze nachten gaf. Maar hij moest en zou een eigen domein hebben… De stress van een eerste eigen oogst was groot. Zijn filosofie is duidelijk: extract en finesse combineren, wijnen die hun sappigheid behouden en dit met een alcohol van maximaal 12 à 12,5°, zelfs voor de topwijnen. Daarbij wil hij de natuur de gang laten gaan, in wijngaard en kelder. Spontane gistingen zijn bij hem eerder standaard dan uitzondering. Om deze fijne stijl te bereiken heeft hij merkwaardig genoeg geen enkel perceel in Durbach. “Ah neen, door de unieke ligging van het dorp krijg je een soort amfitheater met een extra warm en windbeschut microklimaat. Dat klinkt op zich wel goed, maar zeker voor Riesling heb ik koelere wijngaarden nodig. Die heb ik gevonden, 10 km naar het noorden. In 2007 heb ik zelfs tot een stuk in november geoogst voor de droge Rieslings”.
En zijn wijnen? Wel, Alexander mag gerust zijn, ik ben ervan overtuigd dat de meeste wijnboeren in Duitsland zo een collectie niet halen in hun hele bestaan. Met zijn 2007 wijnen plaatst Alexander zich onmiddellijk aan de top en dat is hem gegund. Uitschieters? Zijn basisriesling (Riesling*) met geweldig sappig fruit, de Riesling alte Reben (puur fruitconcentraat met een zeer elegante en droge onderbouw), en zijn Riesling Chara*** (wat zijn “Grand Cru” is en bol staat van de mineraliteit. Helemaal geen concentratiemonster, maar een dartele en complexe ode aan finesse). Ook de instap Weissburgunder* en de Chardonnay*** waren schoolvoorbeelden van uitgesproken karakter. Allemaal even elegant en toegankelijk. De rode wijnen (Spätburgunder en Lemberger) komen uit in september, ook daar lieten de vatstalen het beste vermoeden.
Na twee uur boeiend luisteren naar zijn verhaal (op zondagmorgen) tikte mijn wederhelft op de klok. Maar aan de halve fles Riesling die ze ’s avonds genoot merkte ik dat ze die elegante stijl zeer waardeert, haar wijnconsumptie blijft meestal beperkt tot een snuif en een druppeltje proeven. “Lekker” zei ze na de slok Riesling, gevolgd door een hap van de zelfgemaakte Flammkuchen. En een oprechte “lekker” lijkt me nog altijd één van de mooiste beschrijvingen van een wijn, want het toont aan waar het bij wijn om draait.
Webstek van Alexander: www.weingut-alexanderlaible.de

BBQ Wijn - Vlaamse Wijnblogdagen

08/06/2008 - Algemeen 
Reacties: 1  - Reageer

 

Als 18 jarige kreeg ik een geweldig cadeau van mijn ouders: 2 weken Bordeaux! Overnachten mocht ik op een bijzonder authentiek wijndomein in Premières Côtes de Bordeaux. De kleine wijngaard van 5 ha, de sympathieke eigenaar die exact op Bourvil leek, het kasteeltje zo weggeplukt uit zo een goede oude Franse film. Kortom, het plaatje klopte. Mijn transport ter plaatse was een stalen ros die de oorlog nog overleefde, met als antidiefstal een 2 meter lange verroeste ketting en een slot waarmee ze in de gevangenis Dendermonde wel de deuren zouden kunnen toehouden. Met dat ding toerde ik 2 weken lang doorheen Bordeaux. Kilometers afgelegd, mij vergaapt aan de magnifieke kastelen, gewerkt in de wijngaarden,… Enfin, de tijd van mijn leven. Wat heeft dat met barbecue te maken? Wel, tijdens die veertiendaagse heb ik het mooiste BBQ moment ooit meegemaakt. Olivier, de eigenaar, gaf een groot feest voor vrienden en familie. De wijnkelder werd proper gespoten, onder de platanen werden tafels neergepoot en verschillende Jeroboams werden uren op voorhand ontkurkt. Het pronkstuk bleken echter 4 palen die in de grond werden geslagen, waar 2 volledige schapen, gevuld met allerlei lekkers, werden gegrild. Ik was draaimeester van dienst en transformeerde snel in een gerookte, jonge Belg die genoot van het schouwspel. Bij het sappige schaapvlees werd een salade van groene bonen en zuurdesembrood geserveerd. De wijn vloeide rijkelijk, er werd gedanst en gelachen. Een oprechte sfeer in naar onze normen primitieve omstandigheden. De wijn was ondersteunend voor de sfeer, maar niet bepalend. En toch was dit mijn mooiste BBQ ooit.
En ik denk dat dit bij velen onder ons zo is: bij BBQ is het plezier met de vrienden bovengeschikt aan het wikken en wegen van de juiste wijn. Want ondanks de zovele schitterende kookboeken over het betere BBQ werk, blijft de gemiddelde Belg massa’s vlees en salades (met dressings die de dood zijn voor wijn…) klaarmaken. Welke wijn kan dit alles aan? Geen enkele natuurlijk. Maar gisterenavond zag ik op onze Life Style zenden toch wel een zeer leuk receptje, waar me spontaan een wijn bij in het hoofd kwam.
Snij een venkel in kleine stukjes, maak een dressing van sinaasappelsap, citroensap en wat honing (dit mengsel even laten inkoken). Afwerken met geplette koriander en chilipepertje. Mengen onder de venkel met verse koriander en kervel. Daarbij gegrilde gamba’s. Hoewel ik een adept ben van een eerder “koele klimaat” witte wijn, leek me een jeugdige, iets vettere en fruitig gedomineerde witte Châteauneuf me geen slecht idee. Een gevolg van een trip naar daar waarover op Ik Wil Wijn nog uitgebreid verslag zal worden gegeven.



Ongelooflijke wijnverhalen: Madeira

05/04/2008 - Algemeen
Bewerkt: 06/04/2008 
Reacties: 5  - Reageer

 

Ongelooflijke wijnverhalen: MadeiraOngelooflijke wijnverhalen… Tja, dan denk je spontaan aan de fles oude Yquem die in de gootsteen is gegoten omdat vrouwlief zulke bruine ‘troep’ op het aanrecht niet meer kon aanzien, of de fles Latour die in de marinade verdween. Ik zuig ze maar uit de duim, maar ze bestaan ongetwijfeld. Maar een echt ongelooflijk wijnverhaal? Wel, enkele jaren terug trok ik met mijn vrouwlief (niet die van de Yquem, wees gerust) naar het schitterende Madeira. Mijn eega haar interesse lag bij de, overigens indrukwekkende, bloemenpartijen. Maar bij mij is sindsdien de liefde voor de échte Madeira nooit meer weggegaan. En wat het zo ongelooflijk maakt? Wel, alles gewoon. Het ontstaan, de vinificatie, de rijping, en het ultieme genot een oud exemplaar te kunnen genieten. Madeira is zonder enige twijfel niet alleen één van ’s werelds meest onderschatte wijnen, het is eveneens één van ’s werelds meest unieke en zeldzame wijnen. De kwaliteitsproductie beslaat slechts een hondertal ha, en tussen de tijd van oogst en commercialisering zitten vaak decennia tijd tussen. Je hoeft geen economisch wonder te zijn om het gevaar van een groeiende populariteit te kunnen inschatten.

Naar Madeira vliegen was in een niet ver verleden echt een huzarenstukje… Een ultra korte landingsbaan vergde heel wat vliegkunst voor de piloten. Men zocht oplossingen, en één daarvan was het plaatsen van een landingsbaan op de hoogvlakte van Paulo da Serra. De enige vlakte eigenlijk op het eiland. Probleem is echter dat op een hoogte van om en bij de 1200 meter in dit vochtige zeeklimaat de mist heel wat te zeggen heeft. De andere optie heeft gewonnen: de destijds bestaande landingsbaan uitbreiden richting zee op een soort paalconstructie. Madeira zelfs ligt op 800 km ten westen van Marokko, en behoort tot Portugal. 23 km breed en 57 km lang kan je bezwaarlijk groot noemen, maar het eiland op één dag rondrijden is enkel weggelegd aan getrainde chauffeurs. Geen meter vlak. De eerste bewoners in de 15de eeuw ervaarden de steile en beboste hellingen als hinderlijk en het bleef niet lang uit tot duizenden hectaren bos werden platgebrand om zo terrassen aan te leggen. Zonder deze terrassen zou wijnbouw absoluut onmogelijk zijn. Langzaam kwam deze wijnbouw op gang, maar het echte Madeira type vond pas in de 18de eeuw zijn waar karakter. Madeira wijn die een tropische scheepsreis had ondergaan, had duidelijk aan kwaliteit gewonnen. Eerste dacht men dat de bewegingen van het schip het typische karakter gaf, waardoor Madeira’s werden verkocht waar de naam van de scheepsroute een bepalende prijszettingsfactor werd. Later bleek dat de extreme temperaturen in het ruim de oorzaak was van het ontstaan van het Madeira-type. Vele goede zaken in de wijnwereld ontstaan door toeval, dit is er dus één van.

Om deze extreme temperaturen na te streven heeft men een ingenieus systeem uitgedokterd. In plaats van rijping in kelders, koos men voor het rijpen op zolders, en dit in opslagplaatsen dicht bij de zee. De voordelen waren velerlei. Niet alleen kon men zo spelen met de heersende temperaturen, de jodiumrijke zeelucht gaf na de decennia lange rijping in de vaten een apart karakter aan de wijn. Ook in Sherry weten ze wat dit betekent. Proef maar eens een Manzanilla… Madeira heeft daardoor ook een minerale elegantie, gekoppeld aan hyper complexe verouderingstonen. De complexiteit van Madeira ontstaat bij rijping, en is dus niet aan de pure terroir (lees: bodem) gerelateerd.
Bij goedkopere en jonge Madeira gaat men deze natuurlijke verwarming nabootsen door houden vaten op de warmen, ook dit noemt men het estufa systeem.

Het type

De basiskwaliteit van Madeira wordt gevormd door de druif Tinta Negra Mole, waarvan men verwantschap met Pinot Noir vermoedt. Onze sausmadeira’s worden ermee gemaakt en worden vaak bijgekruid om het echt als een ingediënt te laten gelden. Probleem is dat de meeste mensen daardoor Madeira eerder zien als sausbasis dan als echte drank. Bij ons genieten we Madeira meer bij de maaltijd dan erin… Toch kan Tinta Negra Mole mooie Madeira’s geven. Op het eiland degusteerde ik verschillende malen schitterende (en zeer betaalbare) Madeira’s van dit ras. Er waren zelfs stemmen die beweerden dat Tinta Negra Mole ooit tot de edele rassen zal behoren. Zo ver is het nog niet, want de echte liefhebber gaat nog altijd op zoek naar de Madeira’s van de edele druiven, hier gerangschikt van droog naar zoet : Sercial, Verdelho, Bual en Malmsey. Af en toe vind je nog Terrantez, maar deze schimmelgevoelige druif die qua zoetheid tussen Verdelho en Bual ligt, wordt bijna niet meer aangeplant. Niet alleen staat elke druif voor een bepaalde zoetheidsgraad, elke druif wordt ook op een specifieke hoogte aangeplant.
Van de edele druivensoorten maakt men zowel jonge blends variërend van 3 tot 15 jaar oud als gejaarmerkte wijnen zoals Colheita’s en Frasqueira’s. Colheita’s dienen niet de minimum 20 jaar rijping te ondergaan van de Frasqueira’s. Deze laatste kunnen wel 100 jaar en meer gerijpt zijn, wat ze een unieke complexiteit geeft.

Madeira is een geoxideerd en versterkt type wijn. Nadat de schilweking heeft plaatsgevonden om elk type zijn karakteristieke kleur te geven (hoe zoeter des te intenser), wordt een witte wijn gemaakt die zowel droog (Sercial) als zoet (Malmsey) kan zijn. Het restzoet wordt gestabiliseerd door toevoeging van alcohol (tot ongeveer 19 à 20 %). Daarna verdwijnt de wijn in een estufa, die ofwel een betonnen cuve kan zijn, met temperatuurregeling en meestal gebruikt voor de eenvoudiger Tinta Negra Mole, ofwel in houten vaten gelegen op de zolder met een natuurlijke omgevingstemperatuur tussen de 35 à 45 graden. De opslag kan wel 50 jaar of meer zijn. Na de verwarming wachten de eenvoudige soorten in een groten houten vat bij circa 20° hun botteling af.
Het alcoholgehalte van Madeira is aan voortdurende controle onderhevig en moet indien nodig worden aangevuld. Hiervoor is echter toestemming van het wijninstituut nodig, die elk vat verzegelt. Na de lagering is Maderia wijn volledig geoxideerd, en heeft het zijn typisch karakter verkregen.

Madeira Wine Company en Sercial

Slechts 8 wijnfirma’s staan in voor de productie van 3000 ha wijngaarden. De druiven worden aangeleverd door kleine boeren, die arbeidsintensief op de terrassen werken. Hoogtevrees is uit den boze. Wij bezochten het grootste bedrijf, de Madeira Wine Company, die zowat 40% van de totale productie vertegenwoordigt. Nadat het lange tijd door heel wat families werd geleid is het thans in handen van de Blandy (inheems) en de Symington familie. Deze laatste is trouwens eigenaar van 6 portohuizen en kwam eind de jaren 80 de Madeira Wine Company herstructureren. De verschillende merknamen (Blandy’s, Cossart Gordon, Leacock en Miles) getuigen nog altijd van het familiebezit van weleer.
Miss Della Madison gaf ons een overzicht van het hele Madeira gebeuren en organiseerde een degustatie van uitsluitend Sercial wijnen. Sercial is het droogste en minst populaire type. Het is zo dat een pittige zuurtegraad de wijn ondersteunt, waar nogal wat mensen moeite mee zouden hebben. Deze zuurtegraad is wel eigen aan alle types, een logisch gevolg van een niet al te warm en vochtig klimaat waardoor de druiven geen extreme rijpheid bereiken. Maar in combinatie met de droge structuur van Sercial, kan de aciditeit wat agressief uitvallen. Tenminste in de mindere wijnen. Op zijn best wordt een virtuoze frisheid bereikt met grote concentratie, complexe aroma’s en smaken. Er wordt beweerd dat er verwantschap bestaat met Riesling, maar dit werd door de enoloog snel als achterhaald afgedaan. De beste Sercial druiven groeien op de flanken in het koelere en vochtige noorden. Vooral het dal van São Vicente levert uitstekende Sercial druiven. Net zoals elders op het eiland groeien de druiven hier in pergola systeem.

Geproefd

Een onvergetelijke degustatie met de immer goedlachse enoloog Fransisco Albuquerque was een belevenis. Unieke wijnen werden genipt en genoten. Een overzicht.

Als starter kregen we frisfruitige aroma’s met een smaak van perzik en rozijnen. Het bleek een Sercial te zijn aan het begin van zijn vatlagering. Een wat gerijpter exemplaar gaf meer oxidatieve tonen en karamel.
Het meest indrukwekkende vatstaal was de 2001 Sercial, vol conférence peer en bloesem van vlierbes. Heerlijke hazelnoot en florale tonen in de mond. Of dit een Frasqueira zal worden, viel volgens de enoloog af te wachten. Van de blends toonde de 5 jaar oude versie zich heel open door gedroogde abrikoos, rijpe peer, karamel en een fraaie rondheid in de mond met mooie zuren. De 10 jaar oude versie was complexer en gaf fijne aldehyden en nog intensere karamel prijs.
Het genot steeg naar een hoogtepunt en een overheerlijke Colheita 1988 bedwelmde onze neus : romige karamel, vanille, gerookt en gedroogde vruchten. Het summum was eerst de 1963 Sercial : fijne gebrande karamel, aldehyden en appel. Pittige zuurtegraad, hypercomplex. Als allerlaatste werd voorzichtig genipt aan een 1860 Soleira Sercial, gebaseerd op het Sherry systeem, maar thans niet meer toegelaten in deze vorm. Zachte sprokkelhout, sinaasappelschil en een volmaakt evenwichtige smaak en kracht was de apotheose van een machtige degustatie.

Combinatie

Schenk Sercial als aperitief, bij Hollandse maatjes of bij gerookte visgerechten. Ook verschillende hamsoorten en notenkaas doen het zeer goed. Weet dat ondanks het droge karakter en de fijne zuurtegraad, Sercial wijn nooit beendroog overkomt. De rondheid in de smaak maakt vele combinaties mogelijk.
Schenk je Sercial na de maaltijd dan kan dat op zich, zonder dessert, of bij de sigaar.

Bewaar Madeira rechtop (de wijn tast de kurk aan) en hou in het achterhoofd dat de wijn op fles niet echt verbeterd, maar eens geopend blijft Madeira zeer lang stabiel (wel 2 jaar).

Wil je jezelf overtuigen tot wat ongelooflijks Madeira kan leiden? Stap even binnen bij Madas (www.madas.be) in Hoboken en laat je bedwelmen door het verhaal, de aroma’s en de smaak. Het werkelijk uniek…

Deze bijdrage kwam tot stand in het kader van de Vlaamse Wijnblogdagen.

Late Harvest… In Memoriam…

02/02/2008 - Algemeen
Bewerkt: 03/02/2008 
Reacties: 6  - Reageer

 

Late Harvest… In Memoriam…Het is opvallend hoe weigerachtig vele wijnliefhebbers staan tegenover zoet. Soms heb ik zelfs de indruk dat het “not done” is toe te geven dat je van zoet houdt. Daar veeg ik graag vierkant mijn voeten aan en schreeuw het vol uit: “zoet is geweldig…”. Nu ja, enige nuance is wel op zijn plaats. Wanneer we over wijn spreken is zoet pas interessant wanneer de wijn flink doorspekt is met aciditeit. En als ik echt mag kiezen, dan opteer ik voor de zoete wijnen waar je het gevoel hebt dat je in een korf vol exotisch fruit bijt, gevolgd door een parade van sensuele citrusvruchten. Daarna laat men mij best een uur met rust. Een afdronk van zulke geneugten kan lang duren… Edelzoete Chenin uit de Loire, een enkele Sauternes (sorry guy’s, maar de alcohol stoort niet zelden de pret). Verder Auslese of Eiswein uit Duitsland of Oostenrijk. Beerenauslese of Trockenbeerenauslese flirt vaak met de grens van té zoet. Het zijn slechts de “groten” die weten hoe moet. Ik kan een waslijst van producenten opsommen, maar graag wil ik even stilstaan bij iemand die begin december is alle stilte is heengegaan: grootmeester Aloïs Kracher. Véél te jong was hij, slechts 48, maar wat hij heeft achtergelaten is een erfenis aan icoonwijnen die zonder blikken of blozen bij de beste edelzoete wijnen ooit kunnen gerekend worden. Het is op zich indrukwekkend hoe hij de Neusiedlersee op de kaart heeft gezet als topgebied voor edelzoete wijnen. De omstandigheden zijn er ideaal, de botrytis trekt in de meeste jaren een fijn spoor van edele vernieling in de wijngaarden. De resultaten zijn ernaar: wie éénmaal een Trockenbeerenauslese van Aloïs Kracher heeft mogen proeven, kan het beamen: virtuoos van begin tot einde. Wereldwijd bouwde hij een netwerk van contacten op en in vele landen was hij verantwoordelijk voor zoete wijnprojecten. De laatste 5 flesjes die mijn kelder rijk zijn van hem worden gekoesterd. Zowel hemzelf als zijn wijnen zullen gemist worden. Het ga je goed daarboven Aloïs.

Een nieuwe start

02/01/2008 - Algemeen
Bewerkt: 07/01/2008 
Reacties: 4  - Reageer

 

Een nieuwe startEigenlijk had er in de titel “goede voornemens” moeten staan. En wat dat dan wel zou zijn? Wel, in mijn geval ten minste wat meer berichten posten. Want eerlijk toegegeven, een echte blogger haalt toch iets meer dan 2 stukjes op een half jaar uit z’n toetsenbord. Het is in dat opzicht dat het idee van Wijnmens (Ikwilwijn) en Amaronese (orbisfratresorganoleptici.blogspot.com) om elke twee maanden over een gezamenlijk onderwerp per wijnblogger een eigen visie te verspreiden, een flinke pluim verdient. Op die kar wil ik wel springen, want samenwerking is een schone deugd. Zeker wanneer iedereen de vrijheid heeft zijn eigen identiteit te bewaren. De intro-avond ging trouwens gepaard met een discreet wijnorgie waar iedere blogger edel nat op tafel toverde. Zelf laveerde ik meer tussen keuken en tafel dan tussen fles en glas, maar voor het goede doel moet men iets over hebben. Op deze eerste dag van het jaar heffen we het glas op de wijnbloggers van ons Vlaanderen, en kijken uit naar een boeiend, vineus wijnjaar.

Wie neemt deel?

Wijnmens – Disasterofwine - Wijngerd op www.ikwilwijn.be

www.wijnblog.be

www.wijnkennis.be

Vinama op http://vinama.skynetblogs.be/

Foodfan op http://culinair-atelier.skynetblogs.be

Château sans prétention op http://csp.skynetblogs.be

Cabernette en Amaronese op http://orbisfratresorganoleptici.blogspot.com & http://theorbiswineshed.skynetblogs.be

Wallis

23/07/2007 - Vakantie 
Reacties: 4  - Reageer

 

WallisIk denk dat er weinig regio’s op de wereld zo in het teken staan van kaas en wijn dan de Wallis. Hoezo Frankrijk niet? Wel, we zijn net terug van 2 weekjes Wallis en zijn teruggekomen met een zeer positief beeld over de Zwitserse kazen en wijnen. Waar je daar gaat en staat krijg je kaas en wijn voorgeschoteld. De sterkte van de Euro maakt dat Zwitserland momenteel zelfs niet overdreven duur is, en we ons dus goed konden laten gaan. Men liet mij verstaan dat je voor hetzelfde aantal Eurotjes tot 15% meer kan kopen in Zwitserland. Mooi meegenomen.
We trokken van ’s morgens tot ’s avonds de bergen in en proefden de vele variaties van Zwisterse bergkazen. Van piepjong (Een uur oud) tot serieus belegen (3 jaar). Daarbij een glas Zwisterse wijn uit de Wallis (of Valais voor de francofielen). Met 40% aandeel is dit het grootste Zwitserse wijngebied, en voor mij zeker het spectaculairste. Duizenden kleine terrassen trekken zich aan de hellingen omhoog. Wanneer je vanuit het dal (Sion of Sierre) naar boven rijdt, vind je op 800 à 900 meter nog steeds wijngaarden. Het spelen met hoogte, betekent ook het spelen met de microklimaten. Dat is zeker één van de redenen waarom je hier zoveel druivenrassen vindt. Elk ras voelt zich wel ergens lekker.
Natuurlijk is de Fendant (op basis van de Chasselas) de bekendste en meest voorkomende wijn, maar in wit blijft me de Petite Arvine zeker bij. Ergens doet Arvine me denken aan Viognier (zacht in zuren met een duidelijk abrikoosaroma), en toch weer niet (tikkeltje nerveuzer). In doorsnee een pracht van een wijn, zeker bij wijnproducenten zoals Rouvinez (Sierre), Michel Duc (Sierre) en Philippoz Frères (Leytron). Van dit laatste domein kregen we trouwens de Petite Arvine als aperitief in de bistro van Didier de Courten, beste chef van Zwitserland 2006. Naast de sterrenrestaurant, is deze bistro een dikke aanrader. We betaalden om en bij de 60 Euro’s voor 4 gangen, apero en een flesje wijn verdeeld onder 3 personen. Voor mensen die in de buurt zijn: www.hotel-terminus.ch (de bistro is l’Atelier Gourmand). Je kan er ook terecht voor een glas aan de wijnbar, de wijnkaart is indrukwekkend.

Verbazend hoe weinig Zwitserse wijnen hier verkrijgbaar zijn. Het oninteressante BTW stelsel waardoor de exportprijs hoog uitvalt maakt deze wijnen snel duur in ons land. Dat houdt ons natuurlijk niet tegen de koffer vol te laden met al dat lekkers…

De essentie

30/06/2007 - Algemeen
Bewerkt: 30/06/2007 
Reacties: 2  - Reageer

 

De essentieIntens met wijn bezig zijn is een boeiende zoektocht… En het valt me meer en meer op dat het voor mij niet puur om de wijn zelf te doen is, en om eindeloos de wijn op zich uit te spitten. Maar zeker ook voor de mensen die je ermee ontmoet. De mooiste avonden zijn die waar een prachtig glas de conversaties ondersteunt, zonder dat erover wordt gesproken… Je hoeft niet steeds over de wijn zelf te spreken… Ik heb het geluk quasi dagelijks met wijnboeren in contact te staan. Wijn is een serieuze constante in hun leven, daarmee krijgt de familie trouwens brood op de plank, ze léven er echt voor… Maar je kan perfect met hun een avond doorbrengen en kletsen over alles en nog wat, zonder dat de wijn tot in het absurde wordt ontleed. Le vin? Il est bon! Voilà, het is gezegd… Dat is de reden waarom ik sceptisch sta tegen sommige wijnclubs… (Ik zeg wel duidelijk 'sommige'). Heeft het zin om uren te discussiëren over het al dan niet aanwezig zijn van een licht bittertje, of een zuurtje dat net niet op zijn plaats zit… Een goede vriendin wijnboerin uit de Ardeche liet me onlangs weten dat ze afstapt wijnbeurzen en wijnclubs te bezoeken. Niet omdat haar wijnen niet goed zouden zijn (integendeel), maar tijdens vele degustaties krijgt ze de indruk dat bezoekers/toehoorders gaan zeggen hoe zij wijn moet maken. Wijn op het domein kopen kan trouwens enkel op absurde uren, zodat ze wijntoerisme vermijdt. Ik moet dan altijd aan Guido Francque zijn woorden denken: “positive about wine”… Daar draait het om. Laat vallen dat snobisme, geniet zonder woorden van een glas wijn… Uiteraard in het juiste gezelschap. Zoals gisterenavond trouwens. Mijn goede vriend Gerard ontkurkte een dijk van een Italiaanse wijn, Lispida (de witte Terralba, quasi puur Tocai) uit Veneto… Man, man, man, nog steeds sprakeloos ervan, net zoals gisterenavond…