Ikwilwijn.be
Avonturen van een wijnmens
©  wijnmens

Recente entries
Vlaamse wijnblogdagen XVI: Beleggen in wijn.
F%$µ§@!
Vlaamse Wijnblogdagen XV - Zuid-Afrika
Vlaamse wijnblogdagen XIV: The perfect wine-foodmatch.
Vlaamse Wijnblogdagen XIII: V van... Verloren flessen

Categorieën
Alle categorieën
Algemeen (7)
Bier (1)
Etentje (5)
Kooksessies (4)
Proeverijtjes (5)
Vlaamse Wijnblogdagen (15)

Links
Apriori te Haaltert
Leuke chambre d’hôte - Drôme Provençale.

Archief per dag
19/02/11
12/10/10
15/06/10
03/04/10
06/02/10
05/12/09
31/10/09
04/10/09
26/09/09
14/09/09
05/06/09
04/04/09
07/02/09
12/01/09
29/11/08
16/11/08
05/10/08
02/08/08
07/06/08
19/05/08
13/05/08
05/04/08
02/02/08
29/12/07
10/11/07
02/10/07
01/10/07
09/09/07
06/08/07
05/08/07
03/08/07
21/07/07
15/07/07
01/07/07
29/06/07
27/06/07



Vlaamse wijnblogdagen XVI: Beleggen in wijn.

19/02/2011 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 0  - Reageer

 

Vlaamse wijnblogdagen XVI: Beleggen in wijn.Ik zie de koppen bij mijn bloggende collega’s al zo voor me: wijn dient om te drinken, niet om in te beleggen – en gelijk hebben ze. Of toch niet?


Meer dan vijftien jaar geleden begon ik mijn eigen bescheiden wijnkeldertje op te bouwen. Omdat ik ook in die tijd reeds semiprofessioneel in de wijnwereld vertoefde, kocht ik niet de wijnen die ik wekelijks in het glas kreeg, maar eerder wijnen die mij (in die tijd) verbaasden. Mijn adagio als nog net niet gehuwde goede huisvader was in die tijd: “Ik koop wijnen die ik – mocht het om een of andere reden ooit dringend nodig zijn – onmiddellijk opnieuw kan verkopen (en liefst met wat winst).” Gelukkig is het nooit echt nodig geweest om die wijnen verplicht te verkopen.


Later trachtte ik ervoor te zorgen dat mijn wijnkelder zichzelf betaalde: ik kocht een aantal flessen van moeilijk verkrijgbare wijnen (we spreken hier van de jaren 1990, toen internet nog in zijn kinderschoenen stond en nog niet elke Vlaming in zijn garage wijn begon te verkopen), verkocht het grootste deel met winst door en hield zo enkele “gratis” flessen over… Achteraf gezien belastingtechnisch misschien niet echt koosjer, maar het ging al bij al over kleine volumes – jaarlijks enkele flessen.


Tegenwoordig beleg ik een klein deeltje van mijn wijnbudget in wijn. Door de contacten die ik in de loop der jaren heb opgebouwd kan ik van een aantal onbetaalbare of schier onvindbare wijnen enkele flessen verkrijgen. Vaak – meestal – gaat het om wijnen die niet (meer) in mijn smaakprofiel passen of die naar mijn aanvoelen gewoon te duur zijn om te drinken. Die wijnen eindigen vroeg of laat dan op de markt en met de bescheiden winst koop ik dan wijnen die ik wel lekker vind… Heel af en toe heb je dan eens een meevaller, maar meestal valt de uiteindelijke winst flink tegen – een wijninvestering moet je op langere termijn zien, het jaarlijks rendement blijft uiteindelijk vrij bescheiden.


Maar voor u zelf wijnen gaat inslaan om er slapend mee rijk te worden, moet u toch enkele regeltjes in acht nemen:

• Informeer u degelijk naar de kwaliteit van de wijnen en de jaargangen.

• Koop enkel wijnen die op de (internationale) markt gegeerd zijn. Lees: rode bordeaux, topdomeinen uit Bourgogne, enkele super-tuscans en Barolo, boutique wineries uit Australië en de VS. Let op: dit heeft niets met de kwaliteit van de wijnen te maken, eerder met hun reputatie of met een steeds stijgende vraag uit een of ander land. Mensen die enkele jaren terug een paar kistjes Carruades de Lafite aan 10-20 € kochten en die deze nu aan 100+ € in China kunnen verkopen hebben veel geluk. Wie investeerde in bordeaux uit 1992 of 1997 heeft pech. Sauternes (behalve enkele topdomeinen) of vintage port wordt met de jaren nauwelijks duurder, ook al is de kwaliteit vaak fantastisch…

• Koop enkel wijnen met een bewezen bewaarpotentieel. Het dient tot niets om rosé of muscadet te kopen die twee tot vier jaar na de oogst ondrinkbaar is.

• Investeer enkel in wijnen die, mocht u ze om een of andere reden niet kwijt raken, u met plezier zal opdrinken. Ik benadruk ‘met plezier’. Wijn blijft tenslotte toch iets wat gedronken moet worden…

F%$µ§@!

12/10/2010 - Algemeen 
Reacties: 0  - Reageer

 

F%$µ§@!Vorige week net een ladinkje Morgon 2009 van Marcel Lapierre binnengekregen.
Ik kreeg een aanbod binnen van een bevriend wijnhandelaar: de Morgon van Lapierre in het schitterende jaar 2009 aan een relatief zacht prijsje. Even een snelle berekening gemaakt en onmiddellijk enkele dozijnen besteld. Hopelijk genoeg om een jaar rond te komen – we zijn nu vier dagen verder en het eerste kartonnetje is al leeg ?
Vanavond nog net even mijn mailbox bekeken voor het slapengaan. Mailtje van een vriend: Marcel Lapierre is in de nacht van zondag op maandag na een lange ziekte heengegaan. Waarom sterven de wijnbouwers die ik zo interessant vind altijd voor ik ze kan ontmoeten? Dagueneau… we bezochten zijn domein in 2005 – hij was er toen niet - enkele maanden voor hij verongelukte in een crash met een ULM. Bij Lapierre waren we er vorig jaar net na de nationale feestdag – de man die ons ontving wist niet waar Lapierre uithing ; ‘ils ont faits la fête pendant quatre jours. Surement il est bourré, mais je ne sais pas où…’. Dit jaar overnachtten we bij Foillard. Hij was met vakantie. Ik vrees het ergste…
Dus, beste wijngoden: neen, ik houd niet echt van de wijnen van Zind Humbrecht, Sadie, Breton in de Loire, noch Breton in Beaujolais, en zeker niet van Foillard of Selosse.
Ik hef een glas Morgon 09 op Marcel, eigenlijk de godfather van ‘de bende zonder zwavel’, voorvechter van de biodynamie en bezieler van de natuurlijke wijnbeweging!



Vlaamse Wijnblogdagen XV - Zuid-Afrika

15/06/2010 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 3  - Reageer

 

Vlaamse Wijnblogdagen XV - Zuid-AfrikaIk heb het eigenlijk nooit goed begrepen. “Wat is je favoriete wijnland?” vraagt men mij wel eens. Hoe kan je nu een favoriet wijnland hebben? Alsof alle wijnen uit een bepaald land eenzelfde kwaliteit hebben. Wijnen uit van hetzelfde perceel, hetzelfde dorp, dezelfde appellatie, dezelfde regio zijn al zo verschillend, hoe zouden dan wijnen uit hetzelfde land eenzelfde smaak, laat staan eenzelfde kwaliteit kunnen hebben. Volgens mij heeft een bepaalde voorkeur voor een grotere groep wijnen meer te maken met de voorkeur voor een bepaald type van wijn, een zekere stijl, die deels bepaald wordt door een zekere geografische ligging en een cultureel bepaalde productiewijze, maar ook zeker zoveel door het druivenras, het specifieke terroir – en natuurlijk het klimaat – en de individuele wijnmaker.
Zuid-Afrika stond erom bekend om zeer fruitige, licht overrijpe wijnen te maken die meestal wat jammy aandoen, vaak dan nog met een overdaad aan alcohol.

In de jaren ’80 en ’90 kende deze stijl een groot succes in Europa, als reactie op de vaak te gestructureerde Franse en te zurige Italiaanse wijnen (kijk, nu veralgemeen ik zelf ook al). Aan het begin van deze eeuw begon men stilaan echter te beseffen dat die overoaked geconcentreerde fruit- en alcoholbommen – die men trouwens in elke wijnregio maakt, niet enkel hier - gastronomisch niet zo ideaal waren, ook al waren deze wijnen zeer vriendelijk geprijsd. Ook in Zuid-Afrika zelf besefte men dit en het land zond zijn zonen uit, op zoek naar de nodige kennis om fijnere, elegantere en evenwichtiger wijnen te maken. Deze nieuwe generatie wijnbouwers was niet meer op zoek naar concentratie en fruit, maar naar zachtheid en fraîcheur (de bij collega Disaster besproken Eben Sadie is daar een mooi voorbeeld van). Ik koos twee wijnen om dit aan te tonen.

Begin jaren 2000 hielp ik tijdens het weekend in een wijnhandel waar ik voor het eerst in contact kwam met Zuid-Afrikaanse wijn. Ik vond de meeste wijnen best wel ok, zeker voor hun bescheiden prijskaartje. Ik merkte wel dat sommige klanten eerder vooringenomen waren wat betreft de wijnen uit dat land. Ten onrechte, want naast de grote massa goedkope fruitige wijnen, was er ook een kleinere kern héél mooie wijnen vol karakter en evenwicht. Door mensen deze wijnen blind te serveren zorgde ik op mijn eentje voor een kwart van de verkoop van Vriesenhof Enthopio, een wijn die voor bijna 90% bestaat uit de typische pinotagedruif die meestal door iedereen verguisd werd/wordt. Nu wordt wijnmaker Jan Boland Coetzee ook wel eens ‘mister pinotage’ genoemd, omdat hij deze druif ver boven zichzelf kan laten uitstijgen. Je kan de man niet echt een jonge wolf noemen, gezien deze rugbylegende al in de jaren ’60 wijn begon te maken bij Kanonkop. In de jaren 80 kocht hij wijngaarden in Paradyskloof, volgde stages in Bourgogne en begon in Zuid-Afrika heuse terroirwijnen te maken die vooral complexiteit, karakter en finesse ten toon spreiden.

Van dezelfde wijnhandelaar kreeg ik voor mijn verjaardag en aantal flessen van een eerder unieke wijn: The Foundry Double Barrel. 70% van de in oorsprong Portugese tinta barocca, opgevoed in 100% nieuwe eik en aangevuld met 30% lichtjes geëikte cabernet. Twee kleine loten vaten vormden deze unieke blen, vandaar ook de naam. Het perceel tinta barocca waarvan deze wijn gemaakt werd, is intussen al gerooid. Dit millésime is dus het enige dat ooit geproduceerd zal worden. Het domein richt zich nu volledig op syrah – ook die zou zeer de moeite waard zijn. De wijn werd gemaakt door Chris Williams, tevens wijnmaker bij Meerlust – qua referentie kan dit eigenlijk best wel tellen. Ook hier veel aandacht voor het terroir en de omgeving – er werd gewerkt met autochtone gisten.

Een tweede reden waarom ik deze wijnen uit mijn kelder haalde betreft het verouderingspotentieel van de wijnen. Wijn uit de Nieuwe Wereld kan vaak veel beter ouderen dan men op het eerste gezicht zou denken. Vaak denken mensen dat deze wijnen niet langer dan vijf jaar kunnen ouderen, maar dat is in vele gevallen ten onrechte. Hoewel beide wijnen voorbeelden zijn van uiteenlopende stijlen, waren zowel de Enthopio uit 2002 als de Double Barrel uit 2001 verre van versleten, zelfs nog niet echt tot volledige rijpheid gekomen. In de Enthopio kan de pinotage zijn verwantschap met de pinot noir niet verloochenen: een zeer zachte structuur, evenwichtig en complex. Natuurlijk is de wijn wat donkerder gekleurd dan de meeste pinots en vinden we in de neus een typisch toetsje van ‘verbrand rubber’ terug – een kenmerk dat eigenlijk niet aan deze druif gelinkt mag worden, maar – ik weet het niet meer zo precies – eerder te maken heeft met een of ander verschijnsel in de wijngaard, een soort bacteriële infectie die ook bij andere druivenrassen in de Kaap kan voorkomen. De wijn is fijn, lang en smaakvol met nog flink wat –misschien net te droge – tannines. Een wijn die het perfect aan tafel zou doen bij een stukje gegrild vlees. Opmerkelijk: de wijn staat nu al tien dagen op mijn aanrecht, kurk erop maar niet gekoeld, en verkeert nog steeds in uitstekende conditie.

De Double Barrel is van het krachtiiger type, met –nog steeds – een massa cassis en bramen, mooi versmolten houttoets, een schitterende mondvulling en een ellenlange afdronk. Minder complex dan de Enthopio, maar met meer direct drinkplezier. Minder intellectueel, zo men wil. Ook deze wijn staat nog aan het begin van zijn levensloop, ook al is de wijn bijna 10 jaar oud…

Deze tekst kadert in de Vlaamse Wijnblogdagen. De deelnemers vindt u op de homepagina van ikwilwijn.be

Vlaamse wijnblogdagen XIV: The perfect wine-foodmatch.

03/04/2010 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 1  - Reageer

 

Vlaamse wijnblogdagen XIV: The perfect wine-foodmatch.De ideale combinatie vinden van een wijn en een gerecht, het blijft een moeilijke oefening.

Bij mijn collega-bloggers zal u waarschijnlijk enkele regeltjes vinden die u moet volgen of een paar raadgevingen die u in het achterhoofd moet houden als u wijn en spijs wilt combineren. U vindt trouwens ook enkele algemene raadgevingen onder de rubriek ‘De basis – wijn en gerecht’ op ikwilwijn.be. Deze regels zijn echter bedoeld om bij een gerecht een passende wijn te vinden – of omgekeerd – maar dit heeft eigenlijk niets te maken met wat ik u hier ga vertellen.

Alles begint met een bezoekje mijnentwege aan een of ander obscuur wijnbeursje, Megavino, of zo, in de late jaren 90 van de vorige eeuw. Bij het naar buiten gaan kreeg elke bezoeker enkele nummers van La Revue du vin de France mee. Het blad beviel me wel, en ik begon het elke maand te kopen. Eén van de vaste rubrieken was ‘het menu’ van Alain Senderens, chef van het vermaarde restaurant Lucas Carton op de Place Madeleine in Parijs. Dat het restaurant al een slordige dertig jaar na elkaar bekroond werd met drie Michelinsterren wist ik toen nog niet. Elke maand bereidde de chef een compleet viergangenmenu voor de redactie van La RVF, terwijl deze laatsten bij elk gerecht een tien tot twintig wijnen plaatsten om zo tot de ‘mariage parfait’ te komen tussen wijn en gerecht. Af en toe las je dan dat “de overeenstemming van de smaken niet helemaal perfect was en dat de chef opnieuw de keuken indook om nog twee gram zout toe te voegen en nog drie keer de klopper door de saus te halen” tot de perfecte combinatie gevonden werd.

Ik raakte hierdoor ten zeerste geïntrigeerd en toen ik ter gelegenheid van mijn eerste huwelijksverjaardag een weekendje Parijs aangeboden kreeg, was het eerste wat ik deed natuurlijk een reservatie maken bij Lucas Carton. Een schitterende ruimte in pure art nouveaustijl, zeer vriendelijke bediening (zeker voor Parijs) en een prachtige kaart. De schrik sloeg me wel om het hart toen mijn vrij hoogzwangere wijnvrouw het allerduurste gerecht van de kaart koos – Bretoense langoestines voor 500 toen nog Franse Frank (zij had een kaart zonder prijzen en was zich natuurlijk van geen kwaad bewust – het feit dat ze zegt dat ze ze nu nog steeds kan proeven als ze eraan terugdenkt, maakt natuurlijk alles goed). Bij elk gerecht stond er op de kaart een aangepaste wijn. Bij mijn filet de rouget stond een onbeduidende witte wijn uit de Languedoc – ik weet zelfs de naam niet meer. Toen ik de wijn proefde, was ik eerlijk gezegd wat ontgoocheld. “Moet je hiervoor nu in een toprestaurant komen?” dacht ik bij mezelf.

Maar toen… toen kwam mijn rouget erbij, met wat olijven en een vinaigrette, en dan daar een slokje wijn bij… het was alsof de hele wereld perfect werd, alsof alles klopte, alsof alle puzzelstukjes op hun plaats vielen. Ik beleefde mijn eerste culinaire orgasme…




Deze tekst past in het kader van de Vlaamse wijnblogdagen - u vindt de deelnemende blogs in de linkerkolom van de homepagina van ikwilwijn.be

Vlaamse Wijnblogdagen XIII: V van... Verloren flessen

06/02/2010 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 4  - Reageer

 

Vlaamse Wijnblogdagen XIII: V van... Verloren flessenHebt u dat ook? Dat u zeker weet dat u ooit een wijn hebt gekocht. En dat u al even zeker weet dat u die fles nog niet hebt gedronken. En dat u die fles nu niet terugvindt in uw kelder.

Alle rekken bent u afgegaan. Alle kisten ondersteboven gehaald. Zelfs in dat hoekje waar u normaal alleen maar port bewaart bent u gaan kijken. Zonder succes. En natuurlijk hebt u die ene fles nú nodig.

De ergernis stijgt. Waarom heb ik nu toch geen kelderboek bijgehouden? Ik heb er wel een, natuurlijk – ooit eens voor een verjaardag gekregen – maar alle flessen en hun bijbehorende plaats in de kelder noteren, ho maar, dat is me wat te veel werk. Nog even snel controleren of partner of kinderen niet stiekem een fles wijn soldaat gemaakt hebben. Neen, natuurlijk niet

Nog even een telefoontje naar mijn schoonvader. “Zeg, die fles die ik je vorige keer cadeau heb gedaan…”

Maar waar heb ik die fles toch gelegd? Ik weet nog dat ik ze een speciaal plekje had gegeven, niet meteen in het zicht zodat ik niet te vaak in de verleiding zou komen… Dorie toch! Dat speciale plekje was precies wel héél speciaal. Of had ik op een avond eens wat te veel gedronken en heb ik die fles toch al opgedronken?

Ik geef het op. Dan maar een andere fles.


Epiloog

Drie weken later zoek ik een andere fles. Helemaal onder het rek, in het donkerste hoekje van mijn kelder vind ik de voordien o zo gezochte fles. Jammer, nu heb ik er geen zin in. Ik leg de fles terug om weer te vergeten waar ze ligt…


Changez! deel 2 : Bubbels

05/12/2009 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 3  - Reageer

 

Changez! deel 2 : BubbelsVan de immer sympathieke Vinama viel er laatst een flesje Jacquesson n° 733 in de bus. Nu was mijn laatste ervaring met een cuvée van dit huis niet bijster positief meegevallen: een vlakke wijn die naar niets smaakte. Een slechte fles? Te lang in de winkel gestaan? Meer dan waarschijnlijk.

Jacquesson is één van de oudste huizen van Champagne, gesticht in 1798 in Chalons-sur-Marne, en kende van bij het ontstaan veel succes. Napoleon zou hier bij een bezoek zelfs een goudstuk geschonken hebben, na het bezichtigen van de prachtige kelders van het huis. In 1867 verkocht het domein al meer dan een miljoen flessen. Maar na het overlijden van toenmalig eigenaar Adolphe Jacquesson begon het verval, dat duurde tot aan het laatste kwart van de vorige eeuw. Tegenwoorig zijn het de broers Chiquet die het roer in handen hebben en die op de allerhoogste kwaliteit mikken. Wijngaarden werden bijgekocht, voornamelijk in grand cru-dorpen als Avize. Tevens worden er elk jaar grote hoeveelheden druiven van premier en grand cru-kwaliteit aangekocht.

Vanaf de jaargang 2000 veranderde de non-millésimé van naam. In de plaats van het gamma ‘Perfection’ kwam de cuvée-reeks op de markt. Wat is daar zo speciaal aan? Elke cuvée krijgt een nummer mee (de eerste was de 728) en het basisjaar wordt vermeld op het tegenetiket. Eigenlijk heb je hier dus min of meer te maken met een gemillésimeerde non-millésimé. Een non-vintage champagne bestaat immers altijd voor het grootste deel uit wijn van het jongste jaar, aangevuld met een groot deel wijnen van recente jaren en een deeltje oudere wijn. De cuvée 728 bestond uit 68% wijn van 2000 en de rest reservewijnen. Deze 733 heeft 78% wijn van 2005, alle premier en grand cru uit de marnevallei en de Côte des Blancs.
Het is Jacquessons bedoeling om hiermee duidelijk te maken dat elk jaar zijn eigen karakteristieken heeft, en dat je die niet zomaar kan uitgommen door verschillende jaren met elkaar te mengen. Dat dit zou gebeuren om een constante smaak te verkrijgen is immers maar een fabeltje – ik heb zelf al meermaals kunnen ervaren dat ook de grote merken grote verschillen vertonen van jaar tot jaar…

De bedruiving bestaat uit 52% chardonnay (tegen slechts 36% voor de 728), en telkens 24% van beide pinots. De wijn wordt gevinifieerd op hout, deels barriques, deels oude foeders.

Het nummer 733 komt van een intern klasseringssysteem dat een aanvang nam in 1898. Toen kreeg de eerste ‘tirage’ het nummer 1, de volgende 2 enz…

De wijnen worden steeds als ‘extra brut’ gedoseerd – de 728 op 5 g /l, deze 733 zelfs met slechts 2,5 g/l – maar worden als ‘brut’ geëtiketteerd. De nietsvermoedende consument zal misschien even schrikken van het zeer droge karakter van de wijn, maar de oplettende wijnliefhebber kan zich alleen maar verheugen over het verfrissende, knisperend sap.
Deze Jacquesson doet me in al zijn fijnheid en droogheid wat denken aan de champagnes van Tarlant, hoewel deze niet zo droogtrekkend en scherp zurig als de Tarlant zero dosage. Het is alleszins een fijne, pittige champagne die vrij mineraal is. Als maaltijdchampagne valt hij me misschien wat licht uit (dan zou hij wat meer pinot noir mogen hebben), maar als hongerscherpend aperitief is ie zeker meer dan geschikt.




Vlaamse Wijnblogdagen deel XI: Het beste wijnboek.

31/10/2009 - Vlaamse Wijnblogdagen
Bewerkt: 31/10/2009 
Reacties: 0  - Reageer

 

Vlaamse Wijnblogdagen deel XI: Het beste wijnboek.Of: van het een komt het ander…

Zo’n dikke vijftien jaar geleden, toen ik nog jong en mooi was, mocht ik als skimonitor met een groepje veertienjarigen een weekje naar het Lechtal. Overdag mocht ik de jongeren de edele kunst van het een-besneeuwde-helling-naar-beneden-glijden-op-twee-houten-plankjes bijbrengen, ’s avonds was ik vrij. Om me die lange avonden niet te vervelen, had ik wat lectuur aangeschaft over mijn ontluikende wijnpassie. Eén van de boeken die ik meenam, was ‘Achter het etiket’ van de onvolprezen Nikolaas Klei, een Nederlands schrijver waarvan ik eerder al een fel gesmaakt exemplaar van ‘Over de tong’ had gekregen van een vriend. In zijn boekenlijst sprak hij over een Franstalig boek van een Amerikaans wijnimporteur, Kermit Lynch. Klei omschreef het als “het enige echt leuke wijnboek dat ik ken”.

« Mes aventures dans le vignoble de France : un Américain sachant cracher » dateert al van 1988 maar blijft nog steeds zeer actueel. Lynch verhaalt hier over zijn ontdekkingstocht in de Franse wijngaarden, als een beginnend wijnimporteur die goede wijn zoekt. Het boek is als het ware een combinatie van reisverslag, roadmovie en roman in één. In een vlotte no-nonsensestijl getuigt Lynch hier over de avonturen die hij beleeft, de mensen die hij ontmoet, de wijnen die hij proeft en de streken die hij doortrekt. Hij breekt en passant ook een lans voor meer natuurlijke, zuiverder en oprechtere wijnen, wijnen met karakter, zeg maar. Misschien is het niet toevallig dat de Franse wijnwereld sindsdien inderdaad meer in die richting aan het evolueren is?

Af en toe hilarisch, altijd zeer onderhoudend en tussendoor informatief, het boek leest als een trein. Door zijn sappige schrijfstijl geeft Lynch je bijna constant zin om er een fles wijn bij open te trekken – een gevaarlijk boek, dus. Het zet je er ook steeds toe aan om op zoek te gaan naar de wijnen die hij beschrijft. Ik ben er alvast door in contact gekomen met Tempier, Vieux Telegraphe, Joguet…

Lynch is intussen een grote importeur geworden, heeft samen met de Bruniers een domein in Gigondas en is nog steeds een verdienstelijk muzikant.

Door de jaren heen is dit het boek dat ik het vaakst cadeau heb gedaan: ik kocht een vijftal Franse exemplaren in een gezellige librairie in Parijs, met stapels boeken tot tegen het plafond – u kent dat wel – en toen de Nederlandse vertaling “Avonturen op de wijnroute • Een wijnkoper reist door Frankrijk” in 2006 verscheen bij uitgeverij EPO, kocht ik er opnieuw een tiental van…

Intussen heb ik het boek al een tiental keer gelezen en het blijft naar méér smaken... (intussen ben ik even in mijn boekenkast gaan kijken: heeft iemand mijn laatste (en tegelijk eerste) exemplaar geleend? Kan je het even terugbrengen???)



Deze tekst kadert in de Vlaamse Wijnblogdagen - u vindt de andere deelnemers bij de links, links op de homepagina...

Dineetje onder vrienden.

04/10/2009 - Etentje 
Reacties: 4  - Reageer

 

Dineetje onder vrienden.Af en toe verandert wijnmens in kookmens en heeft hij zin om eens uit te pakken. Zeker als er twee gerenommeerde lekkerbekken over de vloer komen.

Als aperitief voorzag ik twee verschillende champagnes. Eerst een loepzuiver buitenbeentje van puur pinot meunier. De cuvée Les Beguines van Jerôme Prevost is een zeer droge, ragfijne, minerale en complexe champagne met veel structuur die aantoont dat ook pinot meunier grote champagne kan geven. We waren allen ten zeerste onder de indruk van deze wijn, zeker als je weet dat Prevost nog geen tien jaar ervaring heeft en dat zijn terroir niet meteen het meest fantastische is – zijn eigen woorden – met een moeilijke zandbodem én dat de druif algemeen wordt aanzien als minderwaardige vulling voor champagne. Het wordt wel duidelijker als je weet dat Prevost zijn ervaring opdeed bij grootmeester Selosse (hij vinifieerde zijn eerste wijnen in diens kelder) en dat hij werkt met spontane vergisting. Prevost verkocht zijn druiven vroeger aan Laurent Perrier, vandaar dat ik ook daar mijn tweede champagne ging zoeken. Nu ben ik niet meteen een grote fan van de ‘grandes marques’, maar voor de cuvée Grand Siècle van Laurent Perrier maak ik graag een uitzondering. Deze specifieke fles stamde nog uit de late jaren 1980 en had nog het oude etiket. Eigenlijk wel een beetje een risico, volgens de boekjes: non-vintage champagne zou toch niet kunnen ouderen? Larie en apekool. Goede champagne kan wel wat mee, op voorwaarde dat hij goed bewaard werd. Hier kwam een verrassend frisse, eerder volle champagne in het glas, met een flinke schep getoast brood en een ellenlange afdronk.

Tijd om aan tafel te gaan. Voor het menu deed ik beroep op de prachtige kookboeken van Kristof Coppens van Apriori. Ik haal vaak inspiratie uit deze boeken, want naast een goede combinatie van smaken is de chef ook een topper als het op presentatie aankomt.

Als voorafje ging ik voor een mengsel van king crab en tapenade van zwarte olijven, rolletjes van courgette en tuinkers. Als ik ooit een laatste maaltijd zou mogen kiezen, dan zal het hoogstwaarschijnlijk deze reuzenkrab zijn, maar dan wel zo natuurlijk mogelijk, want hier neemt de tapenade toch een beetje de overhand op het fijne krabvlees. Eigenlijk jammer van de krab, dacht ik. Krab, tapenade, courgette… niet zo eenvoudig om hier een wijn bij te geven. Vooraf had ik gepland om hier verder champagne bij te drinken, maar op het moment zelf besliste ik om de wijn die ik voor het volgende gerechtje voorzien had, een plaatsje naar voor te schuiven. De witte Rioja van Allende 2002 werd door sommigen voor een chenin blanc gehouden, met dat licht oxidatieve toetsje boenwas in de mond en het appelzuurderig droge mondgevoel. Niet dus, wel malvasia van oude stokken. En mooi. Zeer mooi.

Vervolgens een stukje tonijn, heel kort aangebakken in wat olijfolie en vervolgens gemarineerd in een mengsel van Luikse siroop, olijfolie en sojasaus. Nog even door zeer fijn gesnipperde bieslook rollen en tenslotte op wat in de oven gegaarde paprika serveren met wat zoete ui. Daarna mijn befaamde ‘hamburger’ van schijfjes rauwe Sint-Jakobsvruchten met carpaccio van rund, zongedroogde tomaat en lamsoor met parmezaan… Bij deze twee voorgerechtjes verscheen een wijn waarvan ik vroeger altijd las dat ie eigenlijk toch zijn reputatie geen eer aan deed. De afgelopen twee jaar besefte ik al enkele keren dat je niet altijd alles moet geloven wat je leest: deze Château Grillet was van het oogstjaar 1991, terwijl mijn gasten ergens rond 2000 zochten. Het blijft natuurlijk een vrij zuidelijke wijn met een stevige alcoholvulling, maar tegelijk toch ook een frisse aciditeit die de wijn zeer verteerbaar houdt.

In afwachting van het stukje ree dat lag te wachten om in de pan terecht te komen, trok ik een Château l’ Arrosée 1986 open. Mijn gasten waren in de wolken door de finesse en lengte van deze wijn, ikzelf vond de wijn best wel lekker, maar werd er warm noch koud van, wat bij één van mijn gasten de opmerking ontlokte “Binnen een aantal jaren zal je dit soort wijnen wel leren appreciëren.” We zien wel.

Vooraf had ik nog niet vastgelegd welke wijn ik bij de ree zou schenken, maar in de loop van het gesprek werd terloops iets gezegd over Californische cabernets en zo kwam ik tenslotte bij de Ridge Montebello 2001 uit, een donkere wijn uit het boekje met een fijne neus van zwarte bessen en een flinke snuif witte peper. Terwijl mijn ene gast vooral het Nieuwe wereldkarakter opviel, was de andere oprekt verrukt over de fijnheid, het evenwicht en de mineraliteit van deze wijn – en wie ben ik om hem daarin tegen te spreken.

Bij het trio geitenkaasjes kwam de Vin de Table (en niet de bekendere Sancerre) ‘Les Monts Damnées’ van de gebroeders Cotat uit het schitterende jaar 2002 volledig tot zijn recht, ook al waren mijn disgenoten niet echt onder de indruk – niet echt hun stijl van Loirewijn…







Verwende nesten.

26/09/2009 - Algemeen 
Reacties: 3  - Reageer

 

Verwende nesten.Laatst merkte ik een onrustwekkend fenomeen op bij mijn kinderen.

Wij zijn het thuis altijd gewoon geweest om eenvoudige doch smaakvolle levensmiddelen te gebruiken: varkensvlees van eigen kweek, zelfgemaakte pensen en geperste kop, groenten zo veel mogelijk uit eigen tuin, steeds verse vis in plaats van diepgevroren, wild van eigen jacht, witloof uit volle grond, versgestoken asperges...

De laatste weken werden we echter meer dan anders verwend door enkele speciale vleessoorten. Elders kon u al lezen dat we aan de lucht gerijpt rundvlees ontdekten en onmiddellijk hevige fans werden. Een stevig stuk entrecôte van Simmentahl, een slordige 5 kg, belandde op mijn snijplank. Even in de grilpan en dan nog even in de oven, wat malse sla erbij met zelfgedraaide mayonaise, enkele aardappeltjes uit de oven… hemels. De week nadien moest collega blogger Wijngerd nog wat vlees ophalen bij slager Rondou in Leuven – een absolute aanrader! – en dus bestelde ik wat bij. “’t Zal wel wat ander vlees zijn dan de vorige keer,” zei mevrouw aan de telefoon. Geen enkel probleem, dacht ik, we zien wel wat het wordt. “Dit keer geen Simmentahl,” zei Wijngerd bij levering, “maar een of ander soort Black Angus.” Wow! Aberdeen Angus is een rund dat tegenwoordig niet zo vaak meer gekweekt wordt wegens zijn trage groei en dus relatief hoge prijs. Ik was het hier nog niet vaak tegen gekomen maar het had me steeds verbluft door zijn fijnheid en zijdezachte structuur. Maar dit stuk sloeg werkelijk alles wat ik tot dusver al achter de kiezen kreeg. De malsheid was verbluffend terwijl ook de smaak zalig lekker was. Mijn kinderen, normaal niet zo’n grote vleeseters, slaagden er jammer genoeg in om meer dan de helft van mijn stuk op te eisen.

De week nadien vertrokken we op vakantie naar het hart van de Rhônevallei. Bij onze boodschappen in de plaatselijke hypermarkt vond ik een côte à l’ os van Charolais, net meer dan anderhalve kilogram. Ik stelde wijnvrouw gerust dat er wel een groot been zou aan vast zitten en dat er misschien slechts een kilo vlees aan zat – achteraf gezien hadden we weliswaar slechts tweehonderd gram afval, maar dat is slechts een detail. Ook hier aten onze kinderen weer een flinke portie van op.

Toen we enkele dagen nadien in één van die typische Franse bar-resto’s terecht kwamen en er een brochette van rund verscheen, zeiden die kleine mormels “Dit is niet zo’n lekker vlees, dit lusten we niet.” Hetzelfde voorval een paar avonden in een schitterende wijnbar/restaurant in Cairanne (Le Tourne au verre): op het menu stond ‘blanc de seiche’ (wit van zeekat of inktvis) en lamsvlees met bulgur, pecannoten en koriander. “Misschien toch iets anders nemen voor de kinderen,” zei wijnvrouw, die vooral de inktvis niet door die gevoelige kinderkeeltjes zag glijden.

Gevolg: mama en papa aten slechts de helft van hun voorgerecht, de oudste kreeg een extra portie inktvis en wij aten de net te hard gebakken kip van de kinderen, terwijl zij ons lamsvlees naar binnen speelden… Gelukkig had ik nog een Lirac 2006 van La Mordorée om de kip door te spoelen.

En hier komen we bij het onrustbarende fenomeen uit de titel: we zijn teveel verwend, we eten teveel echt lekkere dingen. Zaken die we jammer genoeg niet overal op ons bord krijgen. Maar wat doen we daarmee? Zeggen we tegen onze kinderen dat ze ook de dingen die minder lekker zijn moeten opeten (en het gaat hier geenszins over ‘iets niet lusten’, want ze moeten altijd proeven – ook al zullen we hen nooit verplichten om iets op te eten)? Of moeten we ze leren om enkel op te eten wat super is, met het gevaar dat ze de misschien de helft van hun eten laten staan? Collega blogger Stephane’s World riep een paar maanden geleden op om wat assertiever te zijn als het eten niet goed is, maar hoe ver kan je daarin gaan? Het spreekt voor zich dat je bedorven voedsel laat staan, maar kan je hetzelfde doen ‘omdat de versie van moeder/vader/tante/grootoom’ beter is? Want ga je op den duur dan nog wel buitenshuis eten? Of nog: zou je dan niet verhongeren? Terwijl ik het zo neerschrijf: misschien is dat wel het ultieme dieet…

Vlaamse wijnblogdagen X: vergeten druivenrassen.

14/09/2009 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 3  - Reageer

 

Vlaamse wijnblogdagen X: vergeten druivenrassen.Ik weet het, dit zijn eigenlijk een beetje vijgen na Pasen – en het is nog niet eens Kerstmis. Maar gezien het feit dat Disasterofwine mijn oorspronkelijk onderwerp – de cépages oubliées van Marrionnet – net voor mijn neus wegkaapte, moest ik nog snelsnel op zoek naar een waardig alternatief. Nu is ‘snelsnel’ voor mij altijd een nogal rekbaar begrip geweest, de professionele bezigheden die afgelopen week mijn agenda propvol stopten, maakten het me er niet makkelijker op. Toch ben ik blij u dit onbekend pareltje alsnog te kunnen aanbieden.

Enkele weken geleden kreeg ik van wijnvriend Dirk een fles toegestopt met de mededeling “Dit moet je eens proeven, wijnmens, een Spaanse wijn van een druif die enkel in deze wijngaard staat aangeplant. ’t Is dus nogal zeldzaam.”

Dat kan je wel zeggen. Zelfs de druivenbijbel “Dictionnaire encyclopédique des cépages” van Pierre Galet vermeldt de tardanadruif niet bij de bespreking van de ongeveer 10.000 bestaande druivenrassen. Enkel bij de synoniemenlijst wordt ze vermeld, het zou om dezelfde druif gaan als de planta nova. De uitspraak ‘als het niet in ‘de Galet’ staat, bestaat het niet’ wordt hiermee toch al gedeeltelijk uitgehold.

De tardana is een inheemse druif uit het oosten van Spanje, en volgens Jancis Robinsons ‘Guide to wine grapes’ zou er ongeveer 1.800 ha mee aangeplant moeten zijn. Verdwijnt deze druif meestal in blends? Wordt de gehele productie ter plaatse genuttigd? U kan het ons laten weten…

De wijn waarover het hier gaat is de Sybarus Unico Tardana van Bodegas Torroja en draagt de DO Utiel-Requena – een appellatie net ten westen van Valencia.
De wijn heeft een licht groengoudgele kleur en heeft alvast een hoog glycerinegehalte. De geur is fris-vol met flink wat geel steenfruit, wat lactische honingtoetsen. In de mond een verrassende combinatie van fris citrusfruit, een stevige vettigheid, wat mineraliteit en een licht bittertje aan het eind. Na enige beluchting komt de bitterheid wat meer naar voren. Je zou deze druif kunnen omschrijven als en hypothetische mengeling van roussanne (dat vet, die rijkdom) en riesling (die precies en verfrissend). De wijn zou zo’n 5 euro kosten, wat een meer dan correcte prijs is voor deze wijn.


Vlaamse wijnblogdagen deel IX : Rosé!

05/06/2009 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 5  - Reageer

 

Vlaamse wijnblogdagen deel IX : Rosé!Volgens een recent voorstel zou men binnenkort rosé mogen maken door witte wijn te mengen met rode wijn. Dit voorstel werd alvast in Europa onthaald op hoongelag en wrevel. Zo zou het helemaal niet mogelijk zijn om op die manier drinkbare rosé te maken. Is dat wel zo? Kan dit echt niet? Wijnmens zou wijnmens niet zijn als we dit niet eens nader zouden onderzoeken.

We trokken naar de plaatselijke Colruyt-vestiging en zetten twee flessen witte wijn en twee flessen rode wijn in ons winkelkarretje. Geen van de wijnen mag meer dan 5 euro kosten (de enige rosé’s die ik meer waard vind, komen uit Bandol en vooral Tavel).


De Waratah 2008 Chardonnay is een Australische wijn met een lichtgele kleur, een mooie volle neus met exotisch fruit, een lichte houttoets en een mooi gevulde mond met wat toast, rijp geel en wit fruit en een lichte munttoets. Friszurig en toch fijn vet. Eigenlijk een prachtige wijn voor zijn geld (zelfs geen 3 euro!)

Uit mijn supermarktwijnperiode heb ik onthouden dat Het Australische Hardy’s best wel goede wijnen maakt. Ik kies de Merlot 2008 uit het Varietal Range in de hoop dat deze mooi gevuld fruitig zal zijn. Een vrij lichte kersenrode kleur. Neus van vanille, pruim en besfruit. Zachte, vrij alcoholische vlot drinkbare wijn met een klein beetje tannine en een smakelijke afdronk.

Voor de tweede rode wijn wil ik iets krachtigers, iets warmers: 2U – duas uvas 2007 uit Estremadura. Een wijn gemaakt (volgens het tegenetiket) van twee druiven: Touriga Franca, Tinta Roriz, Castelao en Syrah. Rare jongens, die Portugezen.
Donkerrode, vrij geconcentreerde kleur. Vegetale neus, weinig fruit, verder vrij neutraal. Ook in de mond weer dat onrijp-vegetale, een massa groene tannine en verder… niets. Geen afdronk.


De Touraine 2007 sauvignon sec Hilaire Rondeau, een eigen Colruyt-botteling, heeft een stevige neus van onrijp fruit (het tegenetiket maakt inderdaad gewag van ‘prikkelende zuren’), met vooral groene appel en groene pruim. In de mond valt het allemaal nog wel mee: inderdaad wel prikkelende zuren, maar niet veel meer dan je kan verwachten van een sauvignon uit de Loire – hoewel de wijn best wel wat meer gevuld zou mogen zijn, dit is nogal mager en kort. Ik vermoed wel dat deze wijn het goed gaat doen in mijn blends om wat verfrissing te brengen.


Rosé drink je meestal wat koeler. We beginnen dus al meteen met de alle wijnen te koelen, ook de rode. Het probleem is dan dat deze rode wijnen wat bitterder zullen smaken. De verhouding rood ten opzichte van wit zal zeker niet te hoog mogen liggen.

Aan de slag!
Gezien de toch wel donkere kleur van de rode wijnen, kunnen we zeker geen blend maken van de helft rood en de helft wit. Ook de verhouding een op drie tussen rood en wit geeft alvast niet de gewenste rosé kleur. Een kwart tegen drie kwart dan maar. Dat lijkt er al beter op.

De eerste poging levert al onmiddellijk de winnaar van dit experiment op: de onvolprezen Rosé 2008 Waratahardy’s merlonnay 2008 ‘cuvée Wijnmens’. Deze blend Waratah – Hardy’s Merlot valt eigenlijk best wel mee: mooie bruinrode rosékleur, fruitige neus met wat hout, in de mond een licht alcoholische, licht zoeterige fruitsmaak met een mooie lengte. Ik ken rosé’s uit dezelfde prijscategorie die heel wat slechter scoren.

De blend van sauvignon blanc uit de Loire en de Duas Uvas heeft heel wat minder succes. Bruinrode kleur, een heel scherpe neus en een verschrikkelijk wrange smaak. Ik heb ooit eens vier keer te veel kunstmatige tannines in water opgelost bij een degustatie rond de verschillende bestanddelen van wijn – dit komt alvast aardig in de buurt.

De blend van Hardy’s merlot en Rondeau’s Touraine geeft al een mooie rosékleur in de verhouding een derde rood tegen twee derde wit, maar we houden het net als bij de andere wijnen bij een kwart/drie kwart. Vrij heldere rosékleur, heel transparant. Een zeer neutrale neus van frisse aardbei en wat vuursteen. De mond valt helemaal uit elkaar met een fruitige aanzet, maar daarna veels te veel scherpe zuren. Jammer genoeg is de afdronk vrij lang. Vooral het rasperig zuur blijft hangen. Dit is weliswaar wat beter dan de vorige blend, maar ik zie hier enkel de mogelijkheid tot bottelen in een literfles ‘vin du patron’.

De laatste test: 2U’s met Waratah. Lichte kersenrode kleur, heel transparant. Mooi gevulde, fruitige neus met wat cassis en een zachte houttoets. In de mond een zeer interessante, smaakvolle wijn met een plezante fruitigheid, wat tannine, net teveel alcohol om een evenwichtige wijn te vormen. Relatief lange afdronk. Best wel lekker, maar er moet nog wat aan gesleuteld worden – een wijn met potentieel, laat het ons daar op houden… Ik denk dat ik dit wel bij een barbecue met vrienden zou durven geven.

Ik denk dat we kunnen besluiten dat je best wel lekkere rosé kan maken door wit en rood te mengen. Het wordt wel duidelijk dat het vooral de kwaliteit van de witte wijn is die de smakelijkheid van de rosé bepaalt – wat niet verwonderlijk is, gezien de blend toch voor drie kwart uit wit bestaat. Daar waar ik oorspronkelijk dacht dat vooral frisse zuren de smaak van de wijn zouden verbeteren, is het integendeel de vulling van zowel wit als rood die belangrijk is.

Vlaamse wijnblogdagen deel VIII “Changez !”

04/04/2009 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 3  - Reageer

 

Vlaamse wijnblogdagen deel VIII “Changez !”Vorige week voltrok er zich een heuse flessendans langs Vlaandrens wegen… Het lot bepaalde welke bloggers elkaar een fles wijn moest bezorgen.

Moeilijke opdracht, vond ik. Ik moest onze nieuwe Vlaamse blogger, Stephane De Bakker van Stephane’s World, een slow blog over slow food en de lekkere dingen van het leven- een fles sturen die hij dan zou bespreken. Nu vermoed ik dat ik met dit nieuw lid heel wat overeenkomsten heb op terroirfreakiness-wijngebied, maar het zou wat makkelijk zijn om hem een Trousseau van Camille Loye, een Cote de Py van Foillard of andere Metras’sen te sturen (die heeft hij volgens mij zelf wel in zijn kelder liggen). Maar wat dan wel? Laat ons maar eens iets onverwachts nemen en tegelijk op veilig spelen, een Oostenrijker bijvoorbeeld, vrij modern gemaakt met Zweigelt en wat Cabernet Sauvignon, een donkere, vrij rijke wijn, wat gestoofd misschien en mijns inziens met wat te veel hout… Wel mooi voor de zachte prijs – net meer dan 10€ bij Biotiek. Eens kijken of we de ontvanger bij de “natuurlijke wijnextremisten” moeten klasseren of dat hij ook open staat voor andere wijn…

Zelf bezorgde PVO van wijnblog.be me een fles Grand vin de Château Dubraud 2005 AOC Blaye. Bordeaux! Voor mij? Slik. Ik sta nu eenmaal niet meteen bekend als de grootste bordeauxliefhebber van het noordelijk halfrond, maar vermits de waarheid in de fles zit, zullen we eerst eens proeven…
Een diepe paarsrode kleur met een begin van evolutie aan de rand, zeer geconcentreerd, zoals je kan verwachten van een 2005. In de neus flink wat witte peper, een beetje stoffig, pas na opschudden krijgen we een zijdezachte frisse rijpe geur van zwart fruit met cassis, pruim en tabak. In de mond een stevige structuur met licht uitdrogende tannine, frisse zuren en een licht bittertje. Gemiddeld lange afdronk. Heeft net te veel tannine (te harde persing?) en net te weinig vulling om charmant te zijn, maar zal het zeker goed doen aan tafel. Gaat zeker nog een jaar of vijf mee, ook al heb ik er wat twijfels bij gezien het weinige fruit. Een mooi getypeerde wijn die alles in zich draagt wat Bordeaux groot maakt – elegantie en structuur, maar heeft tegelijk ook alles wat mij de laatste jaren een beetje uit deze regio wegjaagt: een gebrek aan sappigheid en spanning.
Ik schrok wel wat toen ik de prijs van de wijn zag : 27 € op het domein zelf. Het is natuurlijk wat makkelijk om te zeggen dat je voor deze prijs elders betere wijnen vindt, maar persoonlijk dacht ik dat deze fles een goede 15 euro zou kosten…

Vlaamse wijnblogdagen 7 : twee wijnen, één druif

07/02/2009 - Vlaamse Wijnblogdagen
Bewerkt: 07/02/2009 
Reacties: 4  - Reageer

 

Vlaamse wijnblogdagen 7 : twee wijnen, één druifHet opzet van deze Vlaamse Wijnblogdag :men neme twee wijnen die gemaakt zijn van dezelfde druif. Merk je een verschil?

Wij nemen twee wijnen, gemaakt van de mateloos onderschatte viognier, gevinifieerd door een getalenteerde wijnmaker – Alain Paret, tegenwoordig ook bijgestaan door zijn beloftevolle zoon Anthony en de alomtegenwoordige Gerard Depardieu – van druiven die op een schitterend terroir groeien – de gehele appellatie Condrieu mag groots genoemd worden – uit een mooi oogstjaar – 2006.

De ene wijn – sommigen noemen dit de basiswijn van de Parets – is afkomstig van meerdere percelen die verspreid liggen in de appellatie (zelfs binnen de kleine 100 hectare wijngaard die de naam Condrieu mogen dragen, zijn er nog verschillen), terwijl de andere volledig gemaakt wordt met druiven van de schitterende wijngaard Lys de Volan, een wijngaard waar de granietbodem doorkruist wordt door een schistader.

Alain Paret Condrieu Les Ceps du Nebadon 2006
Lichte strogele kleur en een vrij hoge viscositeit – de wijn kleeft aan het glas. In de neus eerst veel hout en rijp steenfruit (abrikoos en nectarine). Na walsen komt het fruit tot ontplooiing en wordt het aangevuld met hints van citrusschil, venkel en zelfs wat munt. In de mond een relatief volle smaak met weer dat rijp steenfruit, een mooie vulling, vet, net een tikkeltje alcoholisch en een gemiddeld lange afdronk. Een viognier die nog enkele jaartjes meekan en waarbij de vaak té expressieve geur en smaak (bij andere producenten) hier mooi gecounterd wordt door de frisse zuren.

Alain Paret Condrieu Lys de Volan 2006
Net een tintje geler van kleur dan de Nebadon, maar minder visceus. Gesloten neus, ook walsen helpt hier niet veel. Hoewel deze wijn meer hout gezien heeft, zit het veel beter versmolten in de wijn (lees : is het bijna niet meer te merken). Na een half uurtje in het glas vinden we naast impressies van sinaasschil en ook hier weer venkel en anijs, nog een zekere kruidigheid terug met zweempjes van rozemarijn en tijm. In de mond een perfect versmolten geheel, evenwichtig, frisdroog en toch gevuld. Ellenlange afdronk. Nu perfect, maar kan volgens mij nog een vijftal jaren mee.

Hoewel beide wijnen van elkaar verschillen, vallen me hier vooral de overeenkomsten op : twee wijnen die flink wat vet en vulling hebben en al de mediterrane sfeer aankondigen. Zowel de wijnmaker als de druif zijn dezelfde, het terroir is licht verschillend maar vertaalt zich toch duidelijk in het glas. Dit doet me eigenlijk wat meer nadenken : wat of wie heeft het meeste invloed op wat er in je glas komt? Koop je dan beter een wijn van een minder terroir maar van een super wijnmaker, of kan een mindere wijnmaker ook goede wijn maken op een topterroir? En wat dan met de verschillende millesimes – beter een tweede wijn van een topjaar (en dan heb ik het natuurlijk over bordeaux) dan een eerste wijn van een minder oogstjaar? Liever een Premier Cru van een begenadigd wijnmaker dan een Grand Cru van een middelmatig domein? Ik weet het zo niet meer. En u?


Andere teksten over hetzelfde onderwerp vindt u bij de collega-wijnbloggers (zie de lijst links op de homepagina)

Eindejaar van een wijnmens.

12/01/2009 - Algemeen 
Reacties: 0  - Reageer

 

Eindejaar van een wijnmens.Oef, het zit er weer op. Twee weken aan een stuk eten en drinken. Blij dat het voorbij is. Gelukkig mochten we het grootste deel van de tijd mensen ontvangen en konden we het menu min of meer aan de lichte kant houden.
Uitschieters van de afgelopen weken :

Alles begon met een feestje van disaster. Na de champagnes van Tassin en de lichtjes fantastische Bollinger Grande Année 1996 kregen we kort gebakken Sint Jakobsnoten op een bedje van avocadomousse met brikdeegtorentjes. Daarbij een schitterend in het glas evoluerende cuvée Silex 2006 en La Grange des Pères Blanc 2005 – deze laatste is echt een wijn om van achterover te vallen. Het hertenmedaillon met wilde paddenstoelen, knolselderpuree en in calvados gegaarde appeltjes kregen Beaucastel 1990 (prachtwijn – laatst had ik thuis een volledig versleten fles geserveerd) en Usseglio Reserve des deux frères 2001 als begeleider. Twee bijna perfecte châteauneufs die – elk in hun eigen stijl – het gerecht mooi aanvulden. Als tussendoortje kregen we een zachte Vega Sicilia Alion 1995 voorgeschoteld, een wijn die op dit moment beter proeft dan de Unico van hetzelfde jaar. Ik kan haast niet wachten tot disaster opnieuw verjaart!

Net voor de feesten ging ik met wijngerd naar de vroegmarkt. We kochten er fazant, king krab, zeebaars en Sint Jakobsvruchten. ’s Avonds maakte ik halfrauwe coquilles op een bedje van lichtgefruite zongedroogde tomaat met parmigiano klaar. We probeerden er een ontgoochelende bianco trebez van Dario Princic bij. Beter verging het de rode Vina Tondonina 1979 bij op lage temperatuur gegaarde wilde zeebaars met een erwtensoepje en schuim van foie gras. Een wijn die puur op finesse dreef en die toch nog voldoende smaak had om niet verpletterd te worden door het gerecht. Om af te sluiten nog een klein whiskyproeverijtje met verschillende versies van Coal Ila.

Kerstavond met de familie werd dit jaar eenvoudig gehouden. Vooraf een uitgebreid hapjesbuffet met twee champagnes van Tarlant : een zeer gevulde en complexe Cuvée Louis en de Brut zéro – heel mineralig en droog, maar naar mijn smaak met net teveel zuren. Volgend jaar nog eens proberen. Vervolgens gegrilde koningskrab met olijfolie. Normaal gezien geef ik hier een witte chateauneuf of bourgogne bij, maar dit jaar wou ik eens iets anders proberen : een sauvignon blanc uit Nieuw Zeeland die volgens de verkoper naast Dagueneau zou kunnen staan. Schot in de roos! Net als onze betreurde Franse vriend weten de mannen van Dog Point hoe sauvignon blanc te maken die niet op zuur of pipi de chat drijft, maar die een zekere vettigheid heeft… Het overschotje was de dag nadien nog beter bij de kreeft.

Op tweede kerstdag mochten we onze voeten bij mijn schoonouders onder tafel stoppen. Mooie champagne Harlaut-Paris 2002 bij het aperitief. Topper was evenwel een wijn die ik nog nooit geproefd had : Avan Cepas centenaros 2004, een krachtpatser die gelukkig tijd kreeg om in het glas te verzachten en ideaal was bij de perfect gebakken lamskroon.

Gezien we gedurende het jaar niet steeds de tijd vinden om veel mensen te ontvangen, moeten we het in de vakantieperiode doen. De dag nadien ontvingen we dan ook twee zeer goede vrienden, levensgenieters eerste klas met jaren ervaring met topgastronomie. Champagne van Jacques Selosse, heel romig en vol. Volgens mij binnen een jaar of twee op zijn best. Onze gasten vonden de champagne niet droog genoeg, maar daar ben ik het niet met eens. (ik zou het zelf niet geloven moest u me dit vertellen : ik vergat de halve fles champagne in de koelkast gedurende een zestal dagen. Ik schonk een glas uit, de champagne parelde meer dan dat hij bruiste, maar de smaak was eigenlijk nog bijna niet veranderd na een kleine week!) Bij de Sint Jakobsvruchten met zalf van aardpeer en truffelschuim paste ik een Château Simone. De heel licht oxidatieve wijn paste er wel niet perfect bij, maar ik heb ooit al slechter gedaan. Bij de op lage temperatuur gegaarde fazant (opgepast! Als je te lang op lage temperatuur gaart is het nog steeds mogelijk dat je vlees uitdroogt!) met grondwitloof en knolselderpuree gaf ik Heinrich’s topcuvée Salzberg 2003. Knappe wijn!

Tussendoor dronk ik ook nog een fantastische Combe des fous 2006, een terecht gehypete chateauneuf : nu al heerlijk, maar ik blijf er toch nog een vijftal jaar af voor ik mijn volgende fles open. De champagne van Fallet-Prevostat was dan weer een ontgoocheling : het toetsje oxidatie waar ik tegenwoordig zo verzot op ben, was volledig verdwenen, ook bleef de champagne toch nog zeer lekker.

Blij dat het achter de rug is. Op naar februari en maart, waar er in de nabije familie zomaar even zeven verjaardagsfeestjes aankomen…



Feest!

29/11/2008 - Kooksessies 
Reacties: 10  - Reageer

 

Feest!Koken met kinderen.

Of beter : koken vóór kinderen…

Afgelopen zomer organiseerde ik een groot feest voor 170 mensen, waarvan 50 enthousiaste kinderen. Naast het obligate springkasteel wilde ik ook een actief iets voor de kids. We reserveerden clown Olivier uit het Antwerpse, aan de telefoon een enthousiaste animator die tevens schminker en ballonnenplooier, bleek. We legden een prijs vast, ik stuurde een mail met de wegbeschrijving en op de dag van het feest… kwam hij helemaal niet opdagen – zonder te verwittigen, zonder enige vorm van uitleg achteraf, laat staan excuses. Hebt ú ooit al een groep van 50 kinderen op een activiteit zien wachten die niet komt…?

Vorige week was mijn dochter jarig. Ze koos ervoor om enkel vriendinnetjes uit haar klas uit te nodigen – een echt meisjesfeest, dus. Ik was heel blij dat ze voor een heuse thuisactiviteit koos : koken met haar papa (ik dus).

Maar het ging hier over het verjaardagsfeestje van mijn dochter, dus. Ik besloot een klein menuutje samen te stellen, dat door mijn dochter van acht vakkundig in de vuilbak werd gekieperd : ze wou zelf beslissen wat ze wou klaarmaken en eten. Eerst een bladerdeegje met worst of gerookte zalm, dan zelf samengestelde pizza en zelfgedraaide pasta, om te eindigen met een snoeptaart.

Met tien achtjarige jongedames op een klein anderhalf uur in een kleine keuken deze gerechten maken, zou onmogelijk zijn. Daarom besloot ik een beetje vals te spelen : bladerdeeg gebruik ik altijd diepgevroren, dus dit was alvast niet echt valsspelen, maar in plaats van enkele uren te wachten tot het deeg van de pizza gerezen was, kocht ik een zakje pizzamix (jaja, van dr Oetker).

Het bladerdeegje waarin ze een worstje of zalm konden rollen, bleek een onverdeeld succes. Zowel het bereiden (gewoon oprollen met de vulling) als het opeten ging snel.

Voor de pizza had ik de avond voordien een zeer geconcentreerde tomatensaus met wat rode ui en paprika gemaakt. Natuurlijk waren er weer enkele snotneuzen die geen tomaten lustten, maar verder konden ze die beleggen met verschillende soorten kaas, ham, salami, spekjes, ei en allerhande groenten. Eigenlijk deden ze het enorm goed, geen enkele kind begon met eten te gooien, niemand stikte in een inderhaast ingeslikt stukje ui. Wel liet ik één van de pizza’s net te lang in de oven staan, waardoor de korst net te knapperig was, wat die frêle kindertandjes niet echt goed verdroegen.

Met de pasta was er iets vreemds aan de hand : bij het uitrollen met de pastamachine verkreeg ik kleverige vellen vol gaten. Extra bloem kon het probleem niet verhelpen. Dan maar het noodplan in werking stellen. Gelukkig hadden de jongedames niets door. Toen ze even vakkundig afgeleid werden door mijn echtgenote, kieperde ik een zak gedroogde spaghetti in het kokende water.

Om te eindigen kreeg elk kind nog een blokje izimo, wat zilverpapier, prikkertjes en een heleboel verschillende snoepjes. In een mum van tijd toverden ze die om in schitterende snoeptaarten. Elk kind kreeg die mee naar huis.

Nadien kreeg ik een knallende zoen van mijn dochter en de vraag of we dit nog eens kunnen doen. Het leven kan toch mooi zijn…



Wijn en emotie.

16/11/2008 - Etentje 
Reacties: 2  - Reageer

 

Wijn en emotie.Heel af en toe lees je wel eens over iemand die overmand wordt door emoties bij het degusteren van een uitzonderlijke wijn.

Zo kan je lezen dat je de Corton Charlemagne blootshoofds en op de knieën gezeten moet proeven en dat Parker tot tranen toe bewogen werd bij het proeven van een fles Château Cheval Blanc 1947.
Flauwekul? Zever? Mietjes? Tot voor kort dacht ik er inderdaad zo over, tot ik in Frankrijk in het mooie restaurant “Le Jardin des saveurs” bezocht. Niet alleen een heel verzorgd kader en fijn voedsel op sterrenniveau, maar vooral ook een fabelachtige wijnkaart met meer dan redelijke prijzen. Werkelijk alle wijnregio’s van Frankrijk komen er aan bod, met de nadruk op wijnen uit de Rhône, zowel wit als rood. De coëfficiënt ligt hier nog niet eens op twee, zodat heel wat grote wijnen aan belachelijke prijzen op tafel kunnen komen.

Vroeger was het in Frankrijk bijna een traditie dat je bij de lunch minstens een halve liter wijn dronk, om er dan bij het avondmaal eens echt voor te gaan… Tegenwoordig wordt rijden onder invloed steeds meer bestreden en de alcoholcontroles op de weg nemen steeds meer toe. Vandaar dat meer en meer restaurants een ‘doggybag’ voor wijn voorzien. Op de wijnkaart staat steeds meer vermeld dat je wat er in je fles rest mag meenemen.

Na het aperitiefglaasje champagne kozen we voor een salade met schaaldieren en zomertruffel waarbij een superbe Mourgues du Gres 2006 viognier in het glas kwam. De druif geeft maar al te vaak te expressieve en overweldigende aroma’s die je de zin in een tweede glas vaak ontnemen, maar hier hadden we een schitterend voorbeeld van een goed glas wijn op tafel. Een opstuivend boeket van veldbloemen, amandel en perzik kriebelde zacht aan onze neus, de smaak vulde dit verder aan met heel frisse zuren, een niet overdreven vettigheid en een fenomenale lengte. Deze wijn, gemaakt door de ex-oenoloog van Lafite Rothschild, komt zeker in mijn kelder terecht.

Bij de perfect gegaarde duif met morilles (mijn favoriete paddenstoel) wou ik eens een echt grote wijn proeven : de Cuvée reserve 2001 van het Domaine Clos du Caillou uit Châteauneuf-du-Pape kreeg van de heer Parker de volle 100 punten en stond hier voor een schamele 80 euro op de kaart – veel geld, maar ik ken in België veel restaurants waar ze dit voor een 1er cru uit Bourgogne (of zelfs minder) durven vragen...

De meer dan competente sommelier Dalia Fouillet, echtgenote van de chef en niet voor niets al enkele keren hoog geëindigd op het ’championnat du meilleur sommelier de France’, raadde me af om de wijn te decanteren, gezien ik gevraagd had om de rest van de fles mee naar huis te nemen. Bij het proeven van de wijn kon ik even geen woord meer uitbrengen (wie mij kent weet dat dit eigenlijk niet zo vaak voorkomt): dit was voor mij de meest verbijsterende, complete, evenwichtige, gevulde en hemelse wijn die ik al ooit proefde. Kwam het door wat ik vooraf reeds gedronken had, door de ontspannen sfeer en het feit dat ik met enkele geliefden aan tafel zat, of door de wijn zelf? Ik weet het niet, feit is dat ik de tranen in de ogen kreeg van gelukzaligheid. Voor het eerst in mijn leven werd ik oprecht ontroerd door een wijn. Nooit had ik kunnen vermoeden dat dit mij ooit zou kunnen overkomen.
Vreemd genoeg bleek de wijn bij mijn thuiskomst heel snel geëvolueerd te zijn. Nog steeds een prachtig glas wijn, maar niet meer die absolute perfectie van in het restaurant, een bewijs te meer dat sfeer en omgeving ook onze perceptie van smaak bepalen.

Voor mij is het alvast zeker : volgend jaar ga ik opnieuw naar dit restaurant en bestel ik dezelfde wijn – de sommelier verzekerde me dat er nog wel wat flessen overbleven. Die van mij is alvast gereserveerd.



Vlaamse wijnblogdagen 5 : wijnfestivalitis.

05/10/2008 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 5  - Reageer

 

Vlaamse wijnblogdagen 5 : wijnfestivalitis.Collegablogger Wijngerd liet me gisteren weten dat hij even geen internet meer heeft en zijn post rond de wijnfestivals niet online kon zetten. Toen pas besefte ik dat ook ik nog een post moest fabriceren…

De wijnfestivals zijn intussen bijna helemaal afgelopen. Enkel op dat van Cora is het nog even wachten. Toch weet ik al, zonder de folder nog maar gezien te hebben, dat ik ook dit evenement aan mij voorbij zal laten gaan… Neen dank u, ik hoef geen bordeaux meer, of het nu aan lage of heel lage prijzen is. Ooit begon mijn wijnpassie met deze mooie regio, maar tegenwoordig kunnen deze wijnen –enkele de regel bevestigende uitzonderingen niet nagelaten – me nog weinig doen. Komt daarbij nog de twijfelachtige politiek van bepaalde supermarkten (zie verder) en dan begrijp je wel dat ik het voor gezien houd.

De enige wijn die me dit najaar kon verleiden om naar een supermarkt te gaan, was de lichtjes fabelachtige Château Léoville Barton 2005 bij GB. Ik dacht eens slim te zijn en enkele plaatselijke vestigingen te contacteren, de dag voor het wijnfestival officieel zijn deuren opende. Echter, in de eerste GB wist men niets van een wijnfestival – ze hadden zelfs nog geen foldertjes gezien – de tweede kon me voor 90% zekerheid geven dat ze deze wijn nog kon bestellen – ze gingen me daarvoor de volgende dag terugbellen, een telefoontje waarop ik nu al een drietal weken wacht – de derde verklaarde me dat hun volledige stock in de winkel stond en dat daar geen wijn van meer dan 20 euro bijstond en de vierde gaf me mee dat er voor heel België slechts… 12 kisten voorradig waren.

Enkele jaren geleden verplichtte men Franse supermarkten om in hun foldertjes het aantal voorradige flessen te vermelden, zodat wijnliefhebbers zich niet onnodig naar de plaatselijke Leclerc of Mousquetaire moesten haasten. Wanneer komt dit er ook in België door?

Vlaamse Wijnblogdagen 4 : domein te bezoeken.

02/08/2008 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 4  - Reageer

 

Vlaamse Wijnblogdagen 4 : domein te bezoeken.Bezoek aan een wijndomein – Mas Poupéras.

Onder een loden zon trok ik naar het Romeinse dorpje Vaison La Romaine. “Bel me maar als je daar bent, dan kom ik je halen,” had eigenaar Patrice Chevalier me vooraf gezegd.

De man wist duidelijk waarover hij sprak. Natuurlijk (we zitten hier in de Provence en afspraken zijn er om vergeten te worden) was hij nog niet thuis toen ik vanuit het antieke stadje belde. Dan maar op eigen kracht en volgens de aanwijzingen van ‘madame’ verderrijden. Aan het theater links in, de straat volgen en dan zou ik de wegwijzers zien staan.

En de grote weg werd een kleine straat. En dan een éénbaanskronkelweg. En dan een onverharde steile wegel waar mijn autootje net op raakte. En dan een spoor tussen de velden. En toen liep de weg dood bij een schitterend gerestaureerde authentieke mas. Schitterend! En dat uitzicht! Ik wilde graag uitstappen om even rond te kijken (ik had intussen al door dat dit niet ‘mas poupéras’ was), maar de één meter grote, loslopende waakhond vond dit blijkbaar niet zo’n goed idee. Terug de heuvel af, dan maar. Plots aan de rechterkant een bord met ‘Mas Poupéras’ erop, half verborgen onder woekerende plantengroei. Natuurlijk kon ik dit niet zien toen ik er uit de andere richting voorbij kwam…

Ik werd vriendelijk ontvangen door een jonge dertiger, fris gekleed met witte broek en een fleurig hemdje, zeer actief en opgewekt. “Sorry dat het hier nog niet helemaal af is, we bouwen langzaamaan uit. We verdienen geen geld, maar we steken er ook niets aan toe en we amuseren ons. Tot voor twee jaar werkte ik in de coöperatieve van Vaison. Jaar na jaar merkte ik dat de kwaliteit van de druiven van de wijngaarden van onze familie bij de beste hoorde. Twee jaar terug hebben we dan de stap gezet om onze wijnen zelf te vinifiëren en op de markt te brengen. Bij het begin van ons avontuur schreef ik een gedicht voor mijn dochter Marie. Ik gebruik fragmenten eruit als naam voor onze wijnen.”
Na slechts twee jaar kan Chevalier al een mooi gamma voorleggen : de toch wat te geconcentreerde, bijna portachtige topcuvée ‘Marie’ ; de mooi gevulde syrah ‘je te fais un rêve’, mooi complex, fruitig en sappig, na 18 maanden nieuwe barrique zit het hout fijn verweven in de wijn ; de ‘Funambule’, wat rokerige syrah-grenache, ook weer met wat nieuw hout en een percentage syrah gevinifieerd volgens de maçeration carbonique-methode.
De intussen gelauwerde basiscuvée ‘Pour toi je décrocherai la lune’ (2 sterren in de guide Hachette) is volgens mij de beste koop van het domein. Zalig krokant rood en zwart fruit, vol fris sap en een meer dan gemiddelde lengte. Licht reductief. Volledige wijn.

De wijnen van het domein zijn als Patrice Chevalier zelf : fris, energiek, nog wat zoekend, maar boordevol enthousiasme. Zowel man als wijn hebben mijn hart veroverd!
Van deze gepassioneerde jonge wijnmaker zullen we in de toekomst ongetwijfeld meer horen!


Deze tekst kadert in de tweemaandelijkse Vlaamse Wijnblogdagen, u vindt links naar de andere deelnemers onder het blokje 'Vlaamse wijnblogdagen'.

Vlaamse wijnblogdagen – deel 3

07/06/2008 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 1  - Reageer

 

Vlaamse wijnblogdagen – deel 3Het derde onderwerp van deze Vlaamse wijnblogdagen is… barbecuewijn. Niet direct mijn meest favoriete wijnsoort, als je dit zo kan noemen (bestaat er trouwens iets als pocheerwijn, stoomwijn of ovenwijn?). Bij barbecuewijn krijg ik steeds visioenen van zwartgeblakerde worsten, halfrauwe kip en doorbakken steak, verschroeide wenkbrauwen (omdat we misschien toch maar beter voor aanmaakblokjes hadden gekozen in plaats van voor brandspiritus), zeurende kinderen omdat het zolang duurt voor ze iets op hun bord krijgen, vrouwen die plots zin krijgen in een heel groentebuffet, en halflauwe wijn. Natuurlijk rosé.

Want meestal vraagt wat op het rooster komt om rood en de heersende temperatuur om wit. Dus kiezen we gemakshalve maar voor het ideale compromis : rosé. Liefst dan nog uit die handige bag-in-box van 5 liter – dat staat toch veel gezelliger, zo.

Begrijp me niet verkeerd, ik heb helemaal niets tegen bag-in-box’en, wel in tegendeel. Tegenwoordig kan je in deze verpakkingen best wel deftige, lekkere wijn vinden, meestal aan een meer dan correcte prijs dankzij de goedkopere en –alvast in transportkost- milieuvriendelijker verpakking.

Ik heb ook niets tegen rosé! Tavel, Bandol en - waarom niet - Champagne heeft schitterende rosé, met het verfrissende van wit en de smaak van rood. De laatste jaren is de kwaliteit van roséwijn in het algemeen enorm verbeterd (tegenwoordig zijn de meeste rosé’s ‘saignée-wijnen, waarbij men in het productieproces van rode wijn wat sap van de most laat ‘bloeden’ om de rode wijn meer kleur en smaak te geven. Dit sap is dus eigenlijk lichtrode wijn).

Ik heb wel iets tegen het idee dat barbecue en wat daarbij hoort (de wijn, dus) vooral niet te
ingewikkeld en complex mag zijn. Barbecue hoeft echt niet per definitie een simpel
worstgebeuren te zijn. Ook op de grill kan je gerust wat échte gerechten klaarmaken. En bij
deze gerechten drink je natuurlijk niet enkel die eenvoudige wijnen, maar mag er ook al wat
complexiteit en finesse bij komen kijken. Trouwens, ook bij een eenvoudig stuk rundvlees,
mooi dichtgeschroeid en rijkelijk bestrooid met fleur de sel en zwarte peper uit de molen past
best wel een prachtige Bordeaux of Chateauneuf…

Ik stel dus voor om de term barbecuewijn gewoon af te schaffen. Laten we ook bij de
barbecue maar gewoon lékkere wijn drinken.


Deze tekst kadert in de Vlaamse Wijnblogdagen, u vindt links naar de andere deelnemers onder het blokje 'Vlaamse wijnblogdagen'.

Smaaktest

19/05/2008 - Algemeen 
Reacties: 3  - Reageer

 

SmaaktestDankzij Anda Schippers op internet gevonden : de smaaktestmeter.

Aan de hand van enkele vragen die min of meer smaakgerelateerd zijn, wordt je persoonlijk smaakprofiel opgesteld. Hou je van sterke koffie, met of zonder suiker, melk… Welke bieren drink je het liefst? Wat vind je van de verschillende druivenrassen of wijnstreken? Blijkbaar kan men je aan de hand van de vragen die je hier beantwoordt indelen in een soort ‘proeftype’ (sweet, hyper-sensitive, sensitive en tolerant). Aan elk smaakprofiel worden enkele types van wijn gelinked en in een volgende stap kan men je dan enkele wijnen aanbevelen.
Ik deed de test al een paar keer, meestal door oprecht te antwoorden en een paar keer door me iemand anders in te beelden en diens smaakvoorkeuren in te vullen. Telkens ik oprecht antwoordde kwam ik als een ‘tolerant taster’ uit de test. Volgens de kenmerken van die proefgroep zou ik intensiteit, veel eik en kracht verlangen. Big is better! En ik zou mijn wijn graag rijk en vol alcohol willen…
Ik zou van rijke, volle chardonnay houden, net als van witte Rhône-wijn – maar eigenlijk zou ik toch liever een glas rode wijn hebben. En dan nog het best een Cabernet, Brunello of ‘intensely flavoured reds from France, Spain and South Africa’.
Op het eerste gezicht was ik een beetje geschokt door dit profiel. Een heel aantal van deze omschrijvingen passen immers helemaal niet bij me : ik ben helemaal niet zo eik- en alcoholminded. Ik drink de laatste tijd steeds meer witte wijn en mijn favoriete rode druif begint zo stilaan de gamay te worden. Wel is het zo dat ik naast finesse en elegantie ook graag wat vulling heb, en dat best wel een ‘intesely flavored red’ lust.
Ben ik dan niet in één vakje te vangen? Is mijn smaak dan zo breed? Of zit deze test toch niet zo goed in elkaar. Doe me een plezier en probeer het zelf eens op www.budometer.com en laat vooral weten hoe de resultaten bij jullie waren…


Arm Gent!

13/05/2008 - Algemeen 
Reacties: 1  - Reageer

 

Arm Gent!Enkele weken geleden mocht ik een vriend uitnodigen voor een snelle lunch in de Gentse binnenstad.

En ook al vind ik Gent nu niet meteen mijn favorieten stad, ik hou er toch altijd hetzelfde ritueel aan : na een bezoekje aan de mooie wijnbar Vintage, trek ik naar de Fnac – hier in Gent hebben ze veel meer Nederlandstalige wijn- en kookboeken dan in Brussel – terwijl ik een klein ommetje maak langs Vlaanderens beste kaasaffineur. Sorry, beste Fried Elsen of andere Van Trichts : kaasmeester Peeters uit de Hoornstraat is gewoon wereldklasse!

Het is niet echt mijn gewoonte om mezelf beperkingen op te leggen als het over eten of drinken gaat, maar hier moet ik dat noodgedwongen wel, anders koop ik geheid de hele winkel leeg. Ik probeer me steeds te beperken tot een drietal kazen – een poging die keer op keer gedoemd is te mislukken (deze keer ging ik buiten met vijf mooie stukken kaas).
Ik vroeg eigenaar Michel Peeters naar een kaas die goed zou gaan bij een oxidatief gemaakte witte wijn (ik had van de dag ervoor nog vier vijfde Chardonnay 1983 van Camille Loye openstaan – schitterende, spannende en precieze wijn van 25 jaar oud!). De man dacht even na en liet me dan een viertal kazen proeven – twee ervan belandden in mijn boodschappenmandje en deden ’s avonds perfect waarvoor ze dienden…

De reden waarom ik het hier over een kaaswinkel heb, kwam naar voren in ons afrondend gesprekje : Michel Peeters moet zijn zaak aan het eind van dit jaar sluiten. Hoewel het kleine winkeltje reeds meer dan 70 jaar open is, heeft Peeters geen opvolging en gezien het specifieke karakter van het werk vindt hij ook geen overnemer. Weer één van die unieke winkeltjes die uit ons straatbeeld verdwijnen. En ons smaakpalet wordt weer wat armer en wat vlakker…

Onwaarschijnlijke wijnverhalen

05/04/2008 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 7  - Reageer

 

Onwaarschijnlijke wijnverhalenIn de beginjaren van mijn wijnliefhebberij zorgde ik ervoor dat ik met mijn nog net niet wijnvrouw op vakantie kon naar streken waar ze “net toevallig” ook wijn maakten. “Wat een toeval,” kon ik dan ter plaatse uitroepen, “hier zijn precies een paar wijnboeren waar ik al wel eens van gehoord heb. Zouden we eens niet gaan kijken?” Zo bezochten we ‘toevallig’ Pichon Longueville Baron, midden jaren ’90 van de vorige eeuw. Natuurlijk kon ik het niet nalaten om ook een wandelingetje te maken in de nabijgelegen wijngaarden van Château Latour.
Enkele maanden later stond diezelfde Château Latour in de folder van een nationale supermarkt. Ik kon mijn toekomstige ervan overtuigen dat “als ik deze wijn ooit in mijn leven wil drinken, moet ik hem nu kopen vermits dit kleinood ettelijke tientallen jaren moet rijpen in de kelder.” (noot : intussen heeft wijnvrouw al zo vaak dergelijke zinnen gehoord dat ze hier zelfs niet meer naar luistert) Ik bestelde dus voor een half maandloon Latour en kon de flessen – maar liefst 5.500 Belgische frank het stuk – enkele dagen later gaan ophalen.

In de supermarkt bleek dat de flessen in een mooi zijdepapier gewikkeld waren, en om dit niet te beschadigen gaf de sommelier van dienst me de bijbehorende streepjescode gewoon mee op een papiertje De kassajuffrouw scande in en zag 5.500 frank verschijnen op haar display. Ze trok grote ogen en vroeg : “Dat is toch voor al die flessen samen, hè? Toen ik in de folder deze prijs zag, dacht ik eigenlijk dat dit voor een hele kist was…” Plots werd mijn mond kurkdroog. Ik kon geen woord meer uitspreken en slaagde er enkel nog in om nauwelijks merkbaar te knikken. De dame rekende me 5.500 frank aan, ik stopte de flessen voorzichtig in een doos en rende er letterlijk mee naar buiten.

Maar het verhaal is nog niet ten einde…

Enkele jaren later had mijn hoogbejaarde grootmoeder een mooi cadeau nodig voor een goede vriend. En vermits die persoon een heuse wijnkenner was, vroeg ze mij om haar een fles te bezorgen. “Het mag wel wat geld kosten,” zei ze. Vermits ik die vriend wel wat gunde en omdat ik wist dat hij het wel zou appreciëren, gaf ik mijn grootmoeder een fles Latour. Ze zette de fles in haar keuken klaar om de volgende dag zeker niet te vergeten.

Die nacht drong een inbreker langs een dakraam de woning van mijn grootmoeder binnen, ging rustig naar het gelijkvloers, doorzocht alle kasten, stal een kleine 800 frank en twee kilogram sinaasappelen en zette zich blijkbaar even in de keuken neer om te bekomen van de geleverde inspanning en een lekker glaasje te drinken. “Hé, wat een toeval,” moet de inbreker gedacht hebben, “hier staat al een fles wijn voor mij klaar…”

Late Harvest experiment

02/02/2008 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 2  - Reageer

 

Late Harvest experimentBij de collega-deelnemers aan de Vlaamse Wijnblogdagen kan u waarschijnlijk alles lezen over de manier waarop late harvest wijnen gemaakt worden. Wij houden een klein experimentje.

Late Harvest staat synoniem met zoete wijn. Vaak hoor ik : “Ik drink geen zoete wijn, hoewel ik het heerlijk vind. Ik krijg de fles nooit leeg, dat is het probleem.”
“Zever. Gezever,” denk ik dan op z’n Frankie Loosvelts. Late harvest wijnen zijn immer net wekenlang houdbaar eens ze geopend zijn. Omwille van de grote hoeveelheid restsuiker in de wijn moet de wijnbouwer relatief veel zwavel toevoegen om te verhinderen dat de wijn opnieuw begint te gisten in de fles. Deze zwavel is ook een uitstekend conserveringsmiddel dat ervoor zorgt dat de wijn niet oxideert en azijn wordt. In de meeste gevallen kan je een open fles dan ook enkele weken bewaren zonder dat er enige vorm van kwaliteitsverlies optreedt. Enkele weken? Zonder probleem!

Ik nam de afgelopen maanden de proef op de som : ik proefde enkele late harvest-wijnen en liet ze respectievelijk 4, 6 en 8 maanden geopend (natuurlijk wel met de kurk er op, maar zonder vacuvin of andere kunstgrepen) in de koelkast staan.

Het minst geslaagde experiment was een fles Château Climens 1988. Ik opende de fles in oktober voor de verjaardag van mijn echtgenote. Het is al jarenlang een traditie dat ik haar dan verwen met wat foie gras en een mooi flesje zoete wijn. Mijn vrouw is echt verzot op foie gras – als ik mijn bestelling doorgeef aan de producent, vraagt die steevast of het voor zes personen is.
Terug naar de wijn nu. Chateau Climens is een wijn die in bepaalde jaren de competitie kan aangaan met de wereldvermaarde Chateau d’Yquem. 1988 was één van de beste jaren van de afgelopen dertig jaar. De Climens was inderdaad schitterend : romig, zoet én fris zuur tegelijk (hét kenmerk van grote zoete wijnen zijn de zuren, hoe raar dit ook moge klinken) met een enorme lengte. Ik schonk restjes van de wijn ook op cursussen die ik gaf voor een tweetal kleine groepen. Na een maand (en een autorit van 50 km) was de wijn nog even perfect als in het begin. Nog een maand later bleken de zuren net niet aanwezig genoeg meer te zijn en werd de wijn een beetje plakkerig en flauw. Nu, na een kleine vier maand lijken de zuren opnieuw iets meer aanwezig, maar valt de wijn wat weg in het middenregister en komt er een klein, niet echt storend bittertje om de hoek kijken.

Een fles Huxelrebe trockenbeerenauslese 2005 bleef na meer dan zes maand nog meer dan overeind. Geen spatje evolutie te bespeuren, of het moet zijn dat de wijn nog wat fruitiger geworden is.

De Muscat de Rivesaltes 2001 van Domaine Força Real bleef meer dan drie maanden perfect goed, maar nu, na iets meer dan 8 maanden, beginnen tonen van vluchtig zuur meer en meer de kop op te steken. Nog steeds een mooie zoete wijn, maar de zuren worden wat scherper, waardoor de wijn niet echt evenwichtig meer is.

De kampioen van de geopende fles was voor mij echter een fles Château Coutet 1999. Deze Sauternes opende ik op mijn allereerste werkdag in de wijnhandel waar ik indertijd hielp. Meer dan een jaar later kwam een vriend van mij langs. Ik vroeg hem een bepaalde fles uit de koelkast te halen. Per vergissing nam hij de Coutet en schonk ons een glas uit. Deze wijn was op een jaar tijd nog nauwelijks veranderd. Mooie wijn was dat!

Conclusie : zoete wijn kan gerust een relatief lange tijd open staan zonder dat de kwaliteit vermindert. Om zeker te zijn doet u dit best met relatief jonge wijnen. Maar kom nu niet meer aandraven met het smoesje dat u de fles niet leegkrijgt…








Moleculaire keuken – deel 2

29/12/2007 - Etentje 
Reacties: 2  - Reageer

 

Moleculaire keuken – deel 2Binnenkort mag ik mijn eerste echte kookles ‘moleculaire keuken’ geven – reden te meer om enkele restaurants aan te doen waar men dit soort keuken bedrijft…

Niet dat we nu zo onmiddellijk warmliepen voor die moleculaire keuken, maar ze kan wel enkele verrassende elementen in een gerecht brengen. Wat moleculair koken is? Eigenlijk is het ‘koken op een wetenschappelijke manier’, waardoor in het beste geval gerechten veel meer smaak krijgen en in de eenvoudigste vorm enkel de textuur van de producten gewijzigd wordt.
Een voorbeeld van de eerste vorm is het garen op lage temperatuur. Je moet hiervoor de voedingsmiddelen in een vacuumzak stoppen en dan in een Rönerbad leggen (een Röner is een warmwaterbad waar het water constant in beweging is en waar het water steeds dezelfde temperatuur heeft) gedurende een vrij lange periode. Zo maakte ik al een op lage temperatuur gegaarde eendenborst die gedurende twee uur op 60°C in de Röner moet. Door dit procédé blijft alle smaak en alle ‘jus’ mooi in het vlees.

Deel 2 van mijn studieronde om wat meer inspiratie op te doen, dus. Na ’t Zilte (onlangs nog bekroond met een tweede Michelin-ster) togen we nu naar het pittoreske dorpje Haaltert bij Aalst om er Kristof Coppens van restaurant Apriori te ontmoeten. Deze chef volg ik al een aantal jaren vanop een afstand. Hij schreef immers in 2001 het boekje “Kristof Coppens kookt zuiderse smaken” waaruit ik heel wat inspiratie haalde om eenvoudige en feestelijke gerechten te bereiden. Dit jaar verscheen “Kristof Coppens, de beste recepten van apriori” in de reeks “Just Cooking”, waarin hij een hele stap verder zet in de moleculaire keuken.

Op een gure zondagavond bleken er slechts vier tafeltjes bezet in het restaurant aan de kerk van Haaltert. Stemmig strak interieur, eenvoudig en verfrissend, ook qua kleurgebruik. Het onthaal was warm en vriendelijk en je voelt je onmiddellijk thuis.

Na het lekkere glaasje champagne – de ober kon ons niet meteen zeggen waar deze vandaan kwam, maar de bijgeroepen sommelier maakte dit meteen meer dan goed – kozen we voor het degustatiemenu “Culinair gedicht”. We twijfelden toch nog even of we wel het volledige menu zouden nemen, maar het gerecht dat dan weg zou vallen leek ons té lekker om het niet te proberen – we zijn immers allebei verzot op Sint-Jacobsvruchten…
Ik heb het geluk een echtgenote te hebben die (bijna) geen wijn drinkt, dus probeerde ik nog eens het menu ‘met aangepaste wijnen’. Meestal bestaat de selectie ‘aangepaste wijnen’ uit een amalgaam van wijnen die echt wel de deur uitmoeten of die hypergoedkoop zijn. Het ergste voorbeeld hiervan was toch wel die avond in de Villa Lorraine waar we drie wijnen kregen die samen de 10 euro niet overschreden kunnen hebben, maar waar men toch 45 euro pp voor vroegen. Bij Apriori waren de aangepaste wijnen echter echt aangepast aan de gerechten! Niet eenvoudig als je de combinaties van smaken uit het menu bekijkt!! Een dikke pluim dus voor zowel chef als sommelier…

Het culinair gedicht begon met een mooie “Makreel ‘koud-warm’ gekoeld in tartaar verwerkt en op het moment warm gerookt met een gekoeld soepje van aardappel”. Eindelijk eens geen kreeft of tarbot, maar een vis waar de meeste chefs hun neus voor ophalen (meestal omdat ze niet creatief genoeg zijn om er iets moois mee aan te vangen). Lekker.

De “Gebakken Sint-Jacobsvrucht met schorseneer en gelakt Iberico-spek, zalf van aardpeer en tempura van varkenspoot.” Was het gerecht van de avond! Heerlijke combinatie van de verschillende smaken, waarbij het zoet-romige van de Sint-Jacob perfect overging in de zalf van aardpeer en het zoete van de schorseneer. Top! Dit is één van de betere gerechten van dit jaar.

De “Snoekbaars met risotto van saffraan en soepje van bouchot-mosseltjes” was wel ok, maar ik ben niet echt een liefhebber van saffraan en de risotto heb ik eerlijk gezegd al beter gehad.

“Fazantenborst langzaam gegaard met gesmolten ganzenlever en gebakken witloof, bloedworst met appel, rozemarijn en agar van veenbessen met krokant van amandel” was heel lekker zonder dat ik er echt van achterover viel.

We sloten af met een mooi “Warm schuim van peer en chocolade, brownie van Madagascar-chocolade, chutney en sorbet van peer”.

Alles bij elkaar een mooi menu, met voldoende variatie. De kwaliteit was inderdaad een Michelinster waard, hoewel we elders minstens even goed aten. Opvallend was de mooie en evenwichtige integratie van de moleculaire keuken in de moderne gastronomie.
En dan… la douloureuse… We betaalden voor dit complete menu, inclusief champagne en koffie net 80 euro pp, wat van Apriori de absolute topper maakt wat betreft prijs-kwaliteit! Aanrader!!



Moleculaire keuken - deel 1

10/11/2007 - Etentje 
Reacties: 3  - Reageer

 

Moleculaire keuken - deel 1De laatste jaren beginnen grote chefs te beseffen dat ook zij recht hebben op een gezinsleven en vrije weekends, en dus wordt het steeds moeilijker om restaurants op zondag open te vinden. Mede daarom reden wij ongeveer 150 kilometer om te lunchen in restaurant ’t Zilte in Mol. Hier bedrijft men de moleculaire keuken die bekendheid verwierf door de Spaanse topchef Adrian Ferra en zijn restaurant El Bulli. (Gezien de ligging van ’t Zilte sprak een vriend van mij hier liever over ‘atomaire keuken’…)

Aan de rand van Mol, langs een rustige invalsweg, is ’t Zilte gevestigd in een vrij eenvoudige en klassieke burgerwoning. Het interieur is sober en heel klassiek. Je zou hier op het eerste gezicht niet spontaan aan een vernieuwende keuken denken. De absolute trendsetter is dit restaurant echter niet, hier is echter wel een chef aan het werk die de extremen van de moleculaire keuken een beetje afvlakt en een mooie combinatie kan maken met een keuken die je wel niet echt klassiek kan noemen, wel moderne technieken toepast die hun kwaliteiten reeds bewezen hebben en stilaan klassiekers worden. Dus : geen overdreven gebruik van espumas, artificiële bereidingen en schokkende smaken. Wel een uitermate mooie combinatie van smaken, weliswaar met enorm veel ingrediënten die toch zeer functioneel zijn en heel complexe en smaakvolle gerechten geven. We waren ook tevreden over de gegeven hoeveelheden. Niet dat we zo’n grote eters zijn, de laatste tijd zijn we toch al in enkele mooie restaurants met honger buitengekomen. Natuurlijk is smaak en vernieuwing heel belangrijk als je een toprestaurant bezoekt, maar we gaan toch ook op restaurant om gevoed te worden…

We kozen voor het menu “smaaktendens” en zagen eerst bij het obligate glaasje champagne een viertal schitterende appetizers op ons bord verschijnen. Nadien begonnen we aan het echte menu – natuurlijk niet nadat we een keuze maakten uit de uitgebreide wijnkaart. Hier viel het ons vooral op dat er voornamelijk grote namen in de kelder lagen, geen echte trouvailles, wel enkele elders bijna onvindbare en misschien niet bij het grote publiek bekende producenten. De prijzen zijn hier niet mals, maar in het algemeen ook niet (g)astronomisch hoog. We kozen voor twee Bourgognes : een grand cru Valmur van Raveneau en een Premier cru van Denis Mortet. In onze keuze werden we bijgestaan door een bevallige jonge sommelière die haar vak goed kende en tegelijk bescheiden genoeg was om te kunnen toegeven als ze bepaalde details niet wist. Een echte verademing na de vele alwetende wijnkelners (zo dachten ze toch zelf) die een totaal verkeerde wijn aanraden bij een gerecht. We waren nog meer onder de indruk van deze jonge dame doordat de gerechten uit het menu nu niet onmiddellijk de meest eenvoudige smaakcombinaties bevatten… Om u een idee te geven :

Sandwiches van rundstartaar à la minute met auberginepulp en lichte gelei van koningskrab ; crème van parmezaan en sojamelk

Bretoense langoustine gemarineerd met citroencrème, luchtige hazelnootboter, eitjes van horsmakreel en bloemkool ; rasp van bloemkool met luchtige inktviscrème en strips van rettich met tamarinde.

Mousseline van artisjok en kort gegaarde schelpjes met parfum van ijzerkrijd, griet en structuren van olijf en chips van knoflook

Krokantje van maïs met crème van verse geitenkaas gevuld en coulis van peterselie. Gebakken zwezerik met zomertruffel en escabeche van champignons.

Filet van wilde eend met pancetta gevuld, risotto van spelt, bonbon van ganzenlever en raapjes met half gedroogde druifjes en geraspte macadamia.

Een verfrissend gebruik van vergeten kruiden en onbekende graansoorten, samen met de hoge kwaliteit van de producten en een doordacht aanwenden van de nieuwe kooktechnieken, gecombineerd met de down-to-earth bediening maakten dat we volstrekt voldaan buitengingen. Natuurlijk moet je hier niet voor de klassieke Franse keuken komen, maar als je wel iets nieuws én degelijks wil, is this the place to be. Oh ja : la douloureuse… We betaalden net geen 800 euro voor vier personen (waarvan ongeveer een kwart voor de drank) en vonden dat we waar kregen voor ons geld. (en eigenlijk is dat een beetje gelogen : ik moest niet zelf betalen. Bedankt, F&J!)

Bier en gerecht

02/10/2007 - Bier 
Reacties: 2  - Reageer

 

Bier en gerechtWijn combineren met het juiste gerecht is op zich al heel moeilijk, maar nog moeilijker is het om bier en gerechten te combineren. Afgelopen zaterdag deden we toch een poging om een heel menu te voorzien van aangepaste bieren. Om eerlijk te zijn : de combinaties waren eigenlijk zeer goed, ik mag zelfs in alle bescheidenheid zeggen dat één combinatie een perfecte voltreffer was.

Hoe gaat het in zijn werk? De chef stuurt me zijn recepten door en ik moet dan proberen om bij elk gerecht een tweetal bieren te plaatsen, waaruit de deelnemers dan de beste combinatie kiezen.

Op het menu : Salade Liégeoise – een salade van aardappel, boontjes en spekjes met peterselie en wijnazijn. Bij de lichtzurig-zoute smaak van dit gerecht koos ik resoluut voor één van de meest miskende Belgische bieren : de Gueuze. De zure smaak van Gueuze spreekt de moderne consument minder aan, maar op het juiste moment, met de juiste gerechten en op de juiste leeftijd (het bier, niet de drinker) barst deze godendrank van complexiteit en frisheid. Bij de Luikse salade liet ik drie bieren proeven : een Faro van Girardin (Een Gueuze met kandijsuiker om tegemoet te komen aan de meeste mensen), een jonge Gueuze met zwart etiket van Girardin (deze brouwerij is de enige die het graan voor hun eigen bier nog zelf verbouwt) en een 25 jaar oude Gueuze van Lindemans uit Vlezenbeek (dit pareltje bleek licht gekurkt in de neus, maar in de smaak had het zurige plaats gemaakt voor iets hyper-complex en fruitig). De meningen over de beste combinatie waren verdeeld ; zelf vond ik de Girardin iets te weinig complex – enkele jaartjes kelderrust zullen wonderen doen – en de Lindemans net te fruitig. De Faro leek me dan ook de beste combinatie.

Vervolgens hadden we spare-ribs met Luikse siroop waar ik twee witte bieren bij plaatste : Chimay wit en Arabier van de Dolle Brouwers. Beide bieren hebben een uitgesproken bitterheid (afkomstig van de hop) die het zoete van de siroop zou moeten counteren. Ik koos ook voor twee blonde bieren omdat het varkensvlees toch net te licht is voor donker bier. En inderdaad : een schot in de roos. De meeste mensen gingen terecht voor de drooggehopte Arabier, een side-kick van het Oerbier van de Dolle Brouwers uit Esen bij Diksmuide. Ik denk zelfs dat we hier echt van de perfecte combinatie kunnen spreken : zowel bier als gerecht tilden elkaar omhoog om met mooi gastronomisch vuurwerk te eindigen.

Bij de Gentse Waterzooi hadden we bieren nodig die de kip niet zouden overheersen, maar die anderzijds wel tegen het romige van de saus op kunnen. Tegelijk was een zekere complexiteit best wel aangewezen, terwijl al te scherpe smaken (zuur of bitter) uit den boze waren. Ik ging voor twee cultbieren : La Chouffe en de blonde trappist van Westvleteren. La Chouffe is intussen zijn status van microbrouwerij ontgroeid – men produceert er tot 2000 hl per week – maar blijft een erg lekker bier met een perfect evenwicht tussen verfrissing, kracht en finesse. De blonde Westvleteren is voor mij dan weer het beste bier dat deze abdij te bieden heeft : het is super complex, bijna vineus te noemen, met een laag alcoholvolume. Ook al vonden de meeste mensen La Chouffe op zich beter, toch was iedereen akkoord dat waterzooi met Westvleteren de beste combinatie was.

Tenslotte was er een pakketje van in bladerdeeg gebakken Hervekaas met rozijntjes en Luikse siroop. Hier werd de siroop licht gekarameliseerd en moesten we op zoek naar een vrij uitgesproken bier dat stevig genoeg was om tegen de Herve op te kunnen en tegelijk een zoet kantje had om met de siroop om te gaan. Mijn eerste idee was een Rochefort 10, maar misschien had dit bier net te veel gebrande tonen? Ik ging voor de Chimay Grande Reserve 2001 met gouden capsule (eigenlijk een speciale cuvee van Chimay Blauw die enkele jaren op barrique gelegen heeft) en… de Westvleteren 12, door The New York Times ooit verkozen tot beste bier ter wereld en sindsdien bijna onvindbaar. Hier gingen de meesten voor de combinatie met de Chimay, Westvleteren was inderdaad net niet krachtig genoeg.

Jammer genoeg werden alle flessen al snel leeggemaakt door de proevers en bleef ik achter met… een goed gevoel omdat ik deze groep lekker had kunnen verwennen!

Wijn in brik

01/10/2007 - Proeverijtjes 
Reacties: 1  - Reageer

 

Wijn in brikNet de twee Bordeaux-brikjes van Cordier uit de Delhaize geproefd…

De grote Franse négociant Cordier ontwikkelde in samenspraak met Delhaize een witte en rode wijn in brikverpakking van 25cl. De twee wijnen kregen de AOC Bordeaux mee – de witte met semillon en sauvignon (blanc, veronderstel ik) en de rode met merlot en cabernet-sauvignon.

Nu dacht ik vooraf dat wijn uit een brikje met een rietje waarschijnlijk niet veel soeps kon zijn. Maar vermits Delhaize verklaart dat de wijn-in-brik een groot succes is (men begint nu aan de verovering van Frankrijk, Duitsland en Italië) en vermits er een speciaal rietje bijzit dat ervoor zorgt dat de wijn over de hele mond verspreid wordt, wou ik het wel eens proberen.

Helaas, driewerf helaas! Was ik maar bij mijn veilige vooroordeel gebleven! Het is echt lang geleden dat ik nog zo’n verschrikkelijk slechte wijn gedronken had! Het rietje heeft vier openingen en die zorgen er inderdaad voor dat de wijn alle kanten opgaat – achteraf gezien opteer ik volgende keer voor een rietje zonder opening!- maar dat draagt hoegenaamd niets bij aan een positieve smaakervaring. De witte wijn is volgens mij flink bijgezuurd. Tenminste, ik weiger te geloven dat men zo’n onrijpe druiven in Bordeaux durft te plukken. Op de verpakking staan enkele smaakindicatoren : je zou hier nectarine, pompelmoes en peer moeten in proeven, en inderdaad, deze vruchten kan je in de smaak terugvinden. Maar dan wel vruchten die in mei in de buurt van de poolcirkel werden geplukt. Zuur!!! Bitter!!! Verschrikkelijk gewoon.

De rode wijn viel gekoeld nog wel mee (lees : was drinkbaar zonder met vertrokken gezicht over de grond te rollen), maar eens warmer dan 15°C was het “beste” er af. Ook hier een vreselijke onrijpe en bittere smaak. Bweuk!

Besluit : ondanks de blitse verpakking en de goede verkoopsresultaten vind ik dit – en ik wik mijn woorden – het allerslechtste dat ik de laatste twintig jaar gedronken heb (met inbegrip van mijn studentendoop, waar ik een mengsel van melk, boter, kippenvel, tabasco en een tiental andere ongeïdentifieerde ingrediënten te drinken kreeg)
En zeggen dat je 1€90 betaalt voor 25cl van deze rommel!

BYOB

09/09/2007 - Proeverijtjes 
Reacties: 0  - Reageer

 

BYOBLaatst hadden we een leuk avondje met wat wijnvrienden. Elk bracht voor 25 euro wijn mee, naar keuze 1 of 2 flessen, maar met als centraal thema ‘onbekende of vreemde druiven’. Natuurlijk stond het iedereen vrij om dit thema zo strikt of net zo vrij mogelijk te interpreteren, wat dan ook massaal werd gedaan.

We gingen van start met een wijn die ik bij hoge uitzondering eens in de supermarktwijn had gekocht, maar gezien de heer Brumont de wijnmaker was, kon ik ze zeker niet laten liggen. De smaak van deze Gros Manseng, een productieve druif (lees : met hoge rendementen) die vaak wordt gebruikt voor Jurançon, en Sauvignon Blanc was vrij vol en tegelijk heel fris. Zeker voor de prijs die rond de 5 euro lag, was dit een ideale terraswijn.

Patrick bracht een Cour-Cheverny mee van het Domaine des Huards uit 2002 gemaakt van de uiterst zeldzame druif Romorantin. Romorantin is een vroegrijpende druif die enkel toegelaten is in deze Loirestreek en die nog slechts op een kleine 90 hectare aangeplant is. Deze biologisch gemaakte wijn had een verschrikkelijk verleidelijke geur van honing en was maar in de mond kreeg je een heel stroeve en zure smaak. Het leek wel of deze wijn helemaal niet rijp was! Na enkele ogenblikken in het glas en na een aanpassingsperiode van onzentwege – dit was echt wel héél zuur – kwam de complexiteit en de finesse tot volle ontplooiing. Mooie wijn, maar Cola-drinkers gelieve zich te onthouden…

Bij Troca-Vin had Jan een natuurlijke Chenin Blanc uit 2000 gekocht. In het begin was hij er niet echt wild van, maar hij wou deze wijn nu wel eens na enkele jaartjes rijping proeven. Jammer genoeg merk ik nu dat ik de producent en de naam van de wijn niet genoteerd heb… Maar de wijn zelf was rijp en rond, vol kweepeer en was en had een mooie lengte. Wie nu nog durft beweren dat wijnen zonder zwavel niet mooi verouderen, dwaalt.

Jan had ook voor de eerste rode wijn gezorgd. Domaine de Montpertuis La Presse 2005, gemaakt van de Gamay, één van de meest onderschatte druiven die er zijn, naar mijn bescheiden mening. Wie mij een beetje kent, weet ook wel dat ik een nogal vreemde voorkeur heb voor wijnen die naar boerenerf en stallucht ruiken. Maar wat hier uit het glas opsteeg was toch wel hyper-reductief! Deze vin de table uit de Puy-de-Dôme had precies een hele boerderij in de fles zitten. Gelukkig is een reductieve geur slechts tijdelijk, maar ook na een aantal uren openstaan bleef deze wijn toch vrij raar ruiken. Merk op : hij rook raar, niet slecht. De wijn zelf werd heel fruitig en complex met een prachtige mineraliteit.

Patrick had voor iets werkelijk héél uitzonderlijks gezorg. We weten allemaal dat de wijnen die wij hier drinken afkomstig zijn van druiven uit de familie Vitis Vinifera. Er bestaan nog andere druivenfamilies, voornamelijk in de beide Amerika’s. Trouwens, bijna alle druivelaars in Europa zijn geënt op phylloxeraresistente onderstokken van deze Amerikaanse druivelaars. Het komt maar zeer zelden voor dat je een wijn kan proeven die van andere Vitis-families gemaakt is. Hier hadden we te maken met een Henry of Pelham 2004 Reserve, gemaakt van de Baco Nero of Baco Noir, een Vitis Rupestris uit Ontario, Canada. Omdat deze druiven bij de vinificatie teveel methanolalcohol zouden produceren, is het gebruik ervan in Europa verboden. Gelukkig overleefde iedereen de degustatie!
De kleur van de wijn leek een beetje op een zeer stevige en geconcentreerde Bourgogne. De wijn had een zeer vlezige geur en was heel elegant, vol rood fruit en frisse zuren. Mooi!

Ghislain bracht twee rode wijnen mee. Een eerste was de Gevrey-Chambertin La Justice 1994 van Charlopin. 1994 Was één van de verschrikkelijkste jaren in Bourgogne van de afgelopen drie decennia, en deze wijn ontsnapte niet aan het typische enmerk van dit millésime : een vuilbruine kleur, heel transparant, met een lichte geur van braambessen. Het fruit was volledig verdwenen en had plaats gemaakt voor een wrange bitterheid en heel droge zuren. Jammer, want Charlopin is nu niet meteen de goedkoopste producent van Bourgogne.
Dat Ghislain zich niet aan het opgegeven budget had gehouden, bleek ook bij de volgende wijn : een Amarone 1997 Ca’ de Loi. Deze wijn had net na het openen een penetrante geur van verdunner, die nadien plaatsmaakte voor mooie krenten. In de mond was er teveel ongedekte alcohol, en de wijn gaf de indruk nogal gefragmenteerd te zijn : fruit, structuur en alcohol vormden geen mooi geheel, maar bleven naast elkaar staan. De afdronk was dan weer wel heel lang.

Na deze sessie met vooral elegante en finesserijke wijnen viel mijn eigen Zuidafrikaanse Double Barrel 2001 van The Foundry wel een beetje uit de toon. Dit perceel van 1 hectare Tinta Barrossa, een druif die vooral voor Port wordt gebruikt, werd inmiddels gerooid, zodat we hier wel echt kunnen zeggen dat we één van de laatste flessen van deze wijn gedronken hebben. Een typische Nieuwe Wereld-aanzet met heel rijp fruit maar ook mooie zuren, heel geconcentreerd en reeds wat evolutie. Mooie wijn voor wie gewend is iets steviger wijnen te drinken.

In het voorjaar doen we dit alles nog eens over…

Hemel op aarde

06/08/2007 - Etentje
Bewerkt: 06/08/2007 
Reacties: 7  - Reageer

 

Hemel op aardeNet een hemels etentje bij een goede vriend van mij achter de rug. Niet enkel het eten was goddelijk, ook de wijn was niet echt van deze wereld.
Mijn gezellige vriend en zijn prachtige vrouw hadden ons een dineetje uit de duizend voorgeschoteld : om te beginnen was er een glaasje champagne, waarschijnlijk een Bollinger Grande Cuvée (eigenlijk weet ik dit niet zeker, maar de man in kwestie kennende zal het dit wel geweest zijn). Nog als aperitief, maar dan bij de hapjes, schakelden we al een eerste versnelling hoger : Laurent Perrier Grand Siècle. Een champagne naar mijn hart en tegelijk veel fijner en frisser dan de eerste champagne, maar ook veel gevulder en romiger.
Het voorgerecht bestond uit een eenvoudig doch voedzaam gegrild kreeftje met een zachte kruidenboter. We kregen er blind twee witte wijnen bij. De eerste wijn had al een iets vollere kleur door de ouderdom, dacht ik eerst. Maar bij de eerste snuif aan mijn glas kwam die o zo speciale en typische geur van kweepeer en boenwas naar boven. Ik ben niet voor niets naar de Loirevallei gegaan om de Savennières te leren begrijpen, schoot het me door het hoofd. Die complexiteit en die diepte : dat kon alleen maar Coulée de Serrant zijn. Nicolas Joly maakt een schitterende biodynamische chenin blanc op de steile oevers van de Loire. Onze tafelgenoot vond de wijn echter wat zoeterigs hebben, waar ik hem volledig moest gelijk in geven. Ik dacht dus aan een warm jaar als 2003, wat ook zo bleek te zijn. Ik ga mijn laatste fles toch nog een paar jaar bewaren om te zien hoe dit evolueert.
De tweede witte wijn had een zeer jong-bleke kleur. In de neus was er eerst iets rokerigs en wat gebrand hout, wat na een tijdje overging in iets ongrijpbaars lekkers. Het bleek een Château Grillet te zijn. Hier had ik nooit viognier in vermoed (dit was trouwens een wijn die ik nog nooit in mijn leven had gedronken). Maar de grootste verrassing kwam pas bij het ontbloten van het etiket : dit was een 1991! Wie zei er ook weer dat viognier niet kan ouderen???
Na het kreeftje was het de beurt aan een klein stukje côte à l’os, zo’n slordige 4 kilogram voor vijf personen, schat ik. Ook hier weer twee wijnen bij. De eerste rode wijn was enorm strak en precies en had die typische geur van gerookt spek : duidelijk een syrah. De kleur was schitterend (in de beide betekenissen van het woord) en in de mond vulden de fijne zuren de strakke structuur van de wijn perfect aan. Ik schatte de leeftijd van de wijn op een goede zes – zeven jaar. Verder dacht ik dat het alleszins een Noordelijke Rhônewijn was. Het bleek de Ermitage Le Pavillon van Chapoutier te zijn uit… 1992. Deze sélection parcellaire is ook en biodynamische wijn die eigenlijk altijd schitterend is. Ik heb het genoegen gehad om deze wijn al in een aantal millésimes te mogen proeven, en steeds is dit een prachtwijn. Niet enkel de gemediatiseerde jaren als 1990, 1991, 1995, 1999 en 2001 waren top, ook de zogenaamde mindere jaren als deze 1992, 1993,1994 en 1997 steken met kop en schouders boven alle gehypete bordeaux en bourgognes uit. Zoek gerust naar deze mindere jaren : deze zijn nog min of meer betaalbaar (toch voor zo’n quasi onvindbare wijn als deze) en van kwaliteit zijn ze super!!!
De tweede rode wijn was zo mogelijk nog zeldzamer. De kleur was al bijna bruin, niet super geconcentreerd en precies niet helemaal helder. In de neus een flinke schep boerenerf (brett??) en ’t putteke, die zich echter vrij snel ontplooide en een brede complexiteit tentoon spreidde. In de mond een vrij sterke alcoholische warmte die zeker niet stoorde en die de smaken van humus en geconfijte kriek perfect droeg. Het bleek een Château Rayas 1999 te zijn. Ik had deze wijn een jaar of vier geleden al eens gedronken, en toen vond ik dit – samen met een Ausone 1983 – de wijn met de grootste finesse aller tijden. Bedriegt de herinnering mij of heeft deze wijn meer aan kracht gewonnen? Geen paniek : dit is zeker geen megageconcentreerde blockbuster, de finesse en de complexiteit zijn zeker nog present, maar het is niet meer dat zijdezachte van vroeger…
Bij de Schwarzwalderkirchetorte werd een flesje Niepoort Vintage 1985 onherroepelijk door de gootsteen gekieperd wegens azijnsteek. In de plaats kwam er een uiterst zeldzame zoete rode wijn uit Umbrië : Sagrantino 1997 van Paolo Bea. Ook weer biodynamisch – zeer lage rendementen van 15 hl/ha en een totale productie van nog geen 1000 flesjes (van 50cl).
Om toch in schoonheid af te sluiten kwam er nog een Troplong Mondot 1995 op tafel. Een perfect rijpe Saint Emilion uit een groot jaar die finesse combineert met een schitterende ruggengraat. Een ijzeren hand in een fluwelen handschoen, als het ware. En de nasmaak, die heb ik nog steeds in mijn mond…
Thuisgekomen vroeg ik me af waarom ik eigenlijk niet meer zulke vrienden heb…

The wedding.

05/08/2007 - Kooksessies
Bewerkt: 05/08/2007 
Reacties: 0  - Reageer

 

The wedding.Oh ja, deze bevallige dame trouwt op 25 augustus!

The smoking doctors.

05/08/2007 - Kooksessies 
Reacties: 2  - Reageer

 

The smoking doctors.Gisterenavond had ik een kookavond voor een tiental dames, waarvan een heel deel arts was. Deze leuke groep had als thema ‘fusion’ gekozen en kreeg dus enkele recepten waarbij Oosterse en Westerse invloeden gemengd werden, waaraan ik enkele recepten uit de ‘Cuisine afrodisiaque’ toevoegde.
Hieronder krijg je het supereenvoudige recept van de heerlijke scampi’s met een pikant sausje.
Het hoofdgerecht bleek toch net iets te pikant te zijn, getuige de grote hoeveelheid water en wijn die er tijdens het verorberen van de kip met gember genuttigd werd. Gelukkig waren de dames zo beleefd om me niet te verwijten dat ik net iets te veel pikante look-chili pasta had gebruikt. Zelf ben ik niet zo voor pikant eten (ik moet toegeven dat ook mijn lippen en mond hevig gloeiden), waardoor ik zelf oprecht verbaasd was om te moeten constateren dat deze schotel zo ‘pittig’ was. In het recept spreekt men van 4 lepels chilipasta en ik had er maar anderhalf gebruikt… Achteraf is mijn euro dan toch gevallen. Het recept heeft het duidelijk over koffielepels en ik vrees dat ik anderhalve soeplepel heb gebruikt…
Dus : lees goed na welke hoeveelheden je moet gebruiken, zeker als het om pikante sauzen gaat.

Recept : Scampi met een pikant sausje.

Benodigdheden :
3 grote scampi per persoon.
3 lookteentjes
sap van 3 limoenen
3 kleine chilipepers
1 flinke soeplepel kokossuiker
een scheutje vissaus
een flinke scheut saké

Voor het sausje snipperen we de look en de chilipepers en doen dit in een vijzel. Hierbij voegen we het limoensap, de vissaus en de kokossuiker en we pletten alles in de vijzel.

De scampi koken we slechts heel kort in wat kokend water met de saké. Als de scampi een roodroze kleurtje krijgen haal je ze uit het water – meestal heeft het water niet eens de tiojd om terug aan de kook te raken! De scampi zijn dan eigenlijk niet volledig gegaard en blijven heerlijk sappig en krokant.

Schik drie scampi op het bord en druppel er een beetje van de pikante saus rond. Serveer met een stukje brood.


Even ontspannen...

03/08/2007 - Algemeen
Bewerkt: 02/09/2007 
Reacties: 3  - Reageer

 

Even ontspannen...Onlangs trokken we er even tussenuit om onze batterijen een beetje op te laden. Nu ja, er tussenuit… ’t is maar hoe je ’t bekijkt. We gingen naar de Rhônevallei.
Na een flinke rit van 7-800km verlieten we even de snelweg A7 om eens te kijken hoe het nu eigenlijk in Côte R$otie zat. Onlangs kregen ze daar een flinke hagelbui over zich heen waardoor een groot deel van de oogst vernield werd.
Het blijft toch een zeer impressionant gezicht, hoor. Steil dat het daar is! Op de foto komt het niet zo goed over, maar geloof me vrij : als je boven in je wijngaard aan het werken bent en je zet even je voet verkeerd, lig je zo beneden. Ik zal de volgende flessen Côte Rôtie met nog meer respect savoureren dan voordien!
Jammer genoeg was het zondag en hadden we niet zoveel tijd, dus viel er niets te proeven. We moesten immers verderrijden naar het dorpje Suze La Rousse. Dit dorpje is vooral bekend voor het mooie kasteel waar de Université du Vin gehuisvest is. Mensen die de opleiding Sommelier-Conseil volgen bij Syntra, komen hier hun eindexamen afleggen.
Ze verblijven dan ook in de chambre d’hôte waar wij onze vakantie gehouden hebben : domaine Lo Rastelié van de familie Premier. Jean-Marc is een wandelende encyclopedie op het vlak van planten en dieren. Hij is een druiventeler en heeft een biologische tuin en boomgaard. Zijn echtgenote is een lieve jonge dame uit de voormalige DDR die haar man naar de rand van de Provence gevolgd is en verantwoordelijk is voor de echte plaatselijke heerlijkheden die de table d’hôte sieren. Het domein telt tien degelijke doch vrij eenvoudige kamers en appartementen, een schaduwrijke binnenplaats en een mooi zwembad. Een aanrader!
Wat we na zovele jaren al vergeten waren, was de nonchalance van de gemiddelde provencaal / rhodanees met afspraken. Op verschillende domeinen waren ze al lang vergeten dat we zouden langskomen, hadden ze plots niet veel tijd meer of waren zelfs al lang vertrokken op het afgesproken uur. Het was toch terug even wennen…

Een bruisende start

21/07/2007 - Proeverijtjes 
Reacties: 2  - Reageer

 

Een bruisende startEén van de voordelen als je als sommelier voor de beste organisator van kookateliers werkt, is dat je kan gebruik maken van de deals die zij sluiten met bepaalde firma’s.
Zo konden we een tijdje terug allemaal naar Reims om het schitterende maison de champagne Ruinart te gaan verkennen én hun mooie champagnes te proeven. Een opleiding om de champagnes van dit huis beter te begrijpen, dus. Het leven kan hard zijn.

Vermits ik niet graag vroeg opsta en liever in alle rust en kalmte reis, was ik al de dag voordien afgezakt naar het lieflijke dorpje Saint-Thierry, waar ik reeds sinds jaar en dag in dezelfde chambre d’hôte overnacht. De eigenaars, meneer Harlaut en mevrouw Paris, maken een mooie champagne brut, maar vooral een schitterende Blanc de blancs onder de originele naam Harlaut-Paris. Naast eenvoudige kamers – je kan er overnachten voor 45 euro per kamer – bieden ze ook een verzorgde table d’hôte aan tegen een heel zacht prijsje.

Nadat ik mijn auto had volgeladen met o.a. enkele jeroboams (3 liter) – champagne uit grote flessen is echt véél lekkerder – vertrok ik richting Reims om op zoek te gaan naar het kasteeltje van Ruinart. Natuurlijk wist ik het adres niet meer – mensen die mij wat beter kennen zullen nu wel luidop grinniken – en dus moest ik op zoek naar iemand die alle champagnehuizen wist liggen. Ik waagde mijn kans bij de uitbater van mijn favoriete wijnwinkel in Reims “derrière la cathédrale”, die – hoe kan het ook anders – net achter de kathedraal van Reims ligt. Hier vind je niet alleen een mooie selectie champagnes, die vind je trouwens in alle wijnhandels daar, maar ook de top van de rest van Frankrijk. Ben je dus op zoek naar onvindbare wijnen en wil je er een eerlijke prijs voor betalen : het is maar twee-drie uur rijden. Om u een idee te geven : Bandol van Tempier aan 25 euro, Trévallon aan 55 euro, Rayas aan 100 euro, Chapoutier Cuvé de l’Orée aan 95 euro… Maar ook bijvoorbeeld de Vin de Table van Chave en de Vin des Amis van Clape aan ongeveer 10 euro… Voeg hierbij nog een mooi assortiment whisky en ander gedestilleerd en u begrijpt dat ik er nooit op minder dan anderhalf uur buitengekomen ben (nochtans is het winkeltje niet eens 50m² groot), wel steeds met een lege portemonnée.

Op naar Ruinart dus, net achter het statige kasteel van Pommery. Net op tijd (niet dat ik soms ergens te laat kom, hoor), stoppen voor de slagboom, naam en doel van mijn bezoeklaten noteren, parking zoeken en dan de schitterende ontvangsthal binnen – ik bleek de eerste te zijn. Dit is het oudste champagnehuis, een huis dat zich niet zomaar aan platte commercie te grabbel gooit zoals anderen dat wel doen, maar net een aura van exclusiviteit cultiveert. De champagnes van Ruinart zal je dan ook nooit in een supermarkt vinden.

Als iedereen uiteindelijk aangekomen is – de stakkers waren al om 7u in Brussel vertrokken – mochten we luisteren naar de deskundige uitleg van keldermeester Jean Philip Moulin. De man vertelde ons enkele weetjes : de 35.000 hectare wijngaard in Champagne zijn slechts één derde van de oppervlakte van die van Bordeaux, en bestaan uit 323 crus, waarbij de 17 grand crus in het Oosten van het gebied de volle 100% van de vastgestelde prijs voor druiven opleveren (in 2006 was dat 5€ per kilogram) terwijl de druiven van de 41 premier crus tussen de 99 en 90% van die prijs opbrengen. Bij Ruinart heeft men ongeveer 40% druiven van eigen wijngaard, 28% chardonnay, 38% pinot noir en 34% pinot meunier. Per 4000 kg worden de druiven geperst en dit resulteert in 2050 liter wijn en 500 liter perswijn (160 kg druiven geven gemiddeld 102 liter most). Bij champagne zoekt men niet naar concentratie en lage rendementen, maar eerder naar fraîcheur, finesse en elegantie. Hiervoor probeert men hoge rendementen te halen en vrij vroeg te oogsten. Bij Ruinart benadert men die hoge rendementen op een positieve manier : je kan zachter persen waardoor je een fijne wijn kan bekomen met meer aroma en complexiteit. Ze laten hun wijnen dan ook veel langer rijpen dan het gemiddelde : in plaats van het wettelijk minimum van 15 maanden voor de gewone champagne en 36 maanden voor millesimé, brengen champagnes hier van 3 tot 12 jaar in de kelders door.

Mooie weetjes en theorie, maar zoals steeds zit de waarheid in het glas. We proefden de Ruinart Blanc de blancs (45€), natuurlijk 100% chardonnay uit verschillende jaren ; de R de Ruinart (32€) met 40% chardonnay, 60% pinot noir (waarvan 25% reservewijn) ; Dom Ruinart 1996 (100€) van chardonnay uit de Côte des blancs en 35% uit de Montagne de Reims ; Ruinart Rosé (45€) van 45% chardonnay (wat heel veel is voor een rosé) en 55% pinot noir waarvan 18% als rode wijn werd gemaakt en tenslotte de Dom Ruinart Rosé 1990 (145€) volledig grand cru en 83% chardonnay en 17% pinot noir die als rode wijn werd gevinifieerd.

De R en de Dom Ruinart 1996 vond ik niet meteen de beste champagnes die ik ken. De Blanc de blancs en de Rosé waren heel goed, maar misschien toch net te duur. De Dom Ruinart Rose 1990 daarentegen was verbluffend lekker, complex, groots, zacht en toch vol. Dit was voor mij één van de drie lekkerste champagnes ooit, zo niet de allerlekkerste! 145€ is een massa geld voor een fles wijn, maar ik durf bijna te zeggen dat deze champagne elke eurocent waard was.
(de uitgebreide proefnotities zal ik op de proefpagina van ikwilwijn.be plaatsen)

Vervolgens kwam het actieve gedeelte : we moesten een menu maken en beslissen welke champagnes het best bij de verschillende gerechten pasten. Naast een op vel gebakken eendenborst was er ook een heerlijk recept met kreeft en mango. Dit laatste werd echter niet weerhouden omdat de bereidingswijze nogal wat reacties zou kunnen oproepen : het arme diertje moest immers levend gehalveerd worden…

Na de heerlijke lunch met bijpassende champagnes konden we moe maar voldaan rustig naar huis toe bollen…

Een avondje koken met 18 jonge dames.

15/07/2007 - Kooksessies 
Reacties: 2  - Reageer

 

Een avondje koken met 18 jonge dames.	Vorige week had ik de eer en vooral het genoegen om 18 bevallige jongedames te mogen inwijden in de geheimen van de “Cuisine afrodisiaque”. We zouden ook eens kijken of de gerechten, die toch vrij lust-opwekkend zouden moeten zijn, inderdaad ook zouden werken. Zelf moest ik mij te fel concentreren om eventuele bijwerkingen op te merken. Bij de aanwezige dames, waarvan er een binnenkort in het huwelijk zou treden - dit was haar vrijgezellenavond - steeg de opwinding gerecht na gerecht (de foto werd reeds na het eerste voorgerecht genomen ;-{)} ).
Wat we dan aten? We startten met Hoï nan lom : kort gewokte mosselen in een soepje van galanga, citroengras en bergamotblaadjes – de kruiden zorgen hier voor een verschrikkelijk verleidelijk parfum en een eerder pittige smaak. Vervolgens hadden we enkele mooie gamba met een pikant sausje – de gamba eventjes ondergedompeld in kokend water en saké, het sausje op basis van look, citroensap, kleine chilipepers en sojasaus – die al snel een bloedmooi blosje op de wangen van de deernes toverde… Het derde voorgerecht bestond uit “kaki fry”, gefrituurde oesters met enkele voorjaarsgroenten. De meisjes die belast werden met het uit de schaal halen van de oesters waren eerst wat bevreesd en hadden er wat problemen mee dat de oesters nog in leven waren terwijl zij er met hun vork moesten aan prutsen, maar uiteindelijk hebben ze het er schitterend vanaf gebracht! Na de oesters door een luchtig beslag te halen en in wat knapperig broodkruim te wentelen, werden de arme – maar overheerlijke – diertjes in hete olie gefrituurd en opgediend met een zoetzure zachte sojasaus. Gelukkig was er niemand van Gaia in de buurt!
Als hoofdgerecht kwam er Kaï phad king of gewokte kip met gember, uiringen, zwarte Japanse champignons, grote rode pepers, oestersaus en vissaus en een pasta van look en kleine chilipepertjes op tafel. Vooral het versnijden van de gember was hier een heel werk : je moet een tiental flinke gemberwortels in schijfjes van +/- 1 mm snijden en deze dan in staafjes van 1 mm versnijden. Voor onze Westerse keeltjes kan dit gerecht wat te pikant overkomen en sommige meisjes hadden het er dan ook flink lastig mee. Maar al snel konden de keeltjes – en slokdarmen en magen – geblust worden met een chocolade-ijsje of een citroensorbet.
En wat hebben we vandaag geleerd, Piet? Eerst en vooral dat samen koken leuk en gezellig is, voor zover er rekening gehouden wordt met ieders voorkeur. Ten tweede dat je erg moet opletten met mensen die gevoelig zijn voor het verorberen van min of meer levende wezens – een geluk dat het recept met de levende kreeft niet meer gebruikt wordt. En ten derde dat je heel erg moet opletten met pikante ingrediënten.
En wat hebben we daar bij gedronken? Water! Veel water! De dames wilden nadien nog een stapje in de wereld zetten en hebben dus heel weinig wijn gedronken. Maar bij pikante gerechten drink je het best een heel fruitige, zelfs lichtjes zoete wijn om als tegengewicht te dienen voor het sterk kruidige. Vermijd hier wijn met veel tannine en/of houtrijping.

Hieronder nog het recept voor de pikante kip. Smakelijk!

KAÏ PHAD KING (VOOR VIER PERSONEN)
Ingrediënten :
0.120 Kilo Zwarte gedroogde champignons
Arachideolie
6 teentjes look
1 ui
4 kippeborsten
0.250 Kilo gember
Nuoc-mâm
Oestersaus
Heldere sojasaus
1 grote rode peper
Kippebouillon
1 Bot lenteuitjes
Palmsuiker
Bereiding :
Ik dompel de zwarte champignons 10 minuten in lauw water om ze zacht te maken. Ik maak ze schoon met water en laat ze uitlekken. Ik verhit de plantaardige olie in een wok op een hard vuur. De olie moet een beetje roken vooraleer ik de ingrediënten toevoeg.
Ik doe de ui, de knoflookteentjes en de kip in de wok, net zoals de oestersaus, de lichte sojasaus, de vissaus en de palmsuiker. Ik sauteer het geheel op een hard vuur en bestrooi met de pepers, de zwarte champignons en de gember. Ik bak het mengsel nog 2 minuten en bestrooi het geheel met de lente-uitjes.
Opdienen met wat rijst.
Commentaar :
Dit gerecht is ook heel lekker met scampi, varkens- of rundvlees

De patrijs.

01/07/2007 - Proeverijtjes 
Reacties: 2  - Reageer

 

De patrijs.Vandaag proefde ik voor een wijnhandelaar enkele wijnen uit Portugal met het oog op import. Quinta do Perdigão wordt geleid door een architect, José Perdigão, wiens vrouw een diploma wijnmaken heeft en die dus ook instaat voor de wijnbereiding. Het domein telt slechts 7 hectare en werkt voornamelijk met inheemse druiven als tinta roriz, jaen, alfrocheiro en touriga naçional.
De basiswijn Colheita 2004 had een zeer geconcentreerde, paarsrode kleur, een overweldigende ‘warme’ geur van zeer diep zwart fruit en flink wat getoast hout. In de mond was deze wijn wat frisser dan de geur deed vermoeden, met heel geconcentreerde zwarte vruchten en wat uitdrogende tannines. Wel met een lange afdronk. Best wel lekker, maar dan eerder iets voor in de herfst en bij het eten...
De Alfrocheiro 2005 wordt volledig gemaakt van de alfrocheiro-druif, een typische druif van Dao met een dikke schil die normaal gezien voor veel kleur en structuur zorgt. Deze wijn was veel zachter dan de vorige. En ondanks het vrij hoge alcoholgehalte, kwam deze wijn veel frisser over. De kleur was geconcentreerd lichtrood en de geur gaf braambessen en een zekere kruidigheid. In de mond viel de gevuldheid en de zachte tannine op. Een heerlijke wijn die, zeker als hij licht gekoeld is ook het betere terraswerk aankan.
Ook de Reserva 2004 wordt van de bovenvermelde blend gemaakt. De kleur is zwartpaars en de wijn ziet eruit alsof hij ook zonder glas wel zou blijven rechtstaan. In de geur aanvankelijk wat oxidatieve toetsen, maar na walsen verdwijnen die om plaats te maken voor een echte essence van cassis, zwarte bes en braam, en dit alles overgoten met een licht opgeklopt houtsausje. Ook al ben ik niet zo’n houtfanaat, dit rook echt wel hemels. De mond maakte de belofte van de geur meer dan waard : heel fruitig, maar niet dat overrijpe, plakkerige fruit – eerder het frisse type fruit, perfect rijp maar met voldoende zuren. Nog zeer aanwezige tannine, maar niet zo uitdrogend als bij de Colheita. Binnen een jaartje zullen ze volgens mij perfect versmolten zijn. Kanjer van een wijn. Jammer genoeg zou de prijs ervan eerder in de buurt van de 40 euro komen te liggen…
De Reserva 2005 kan je perfect vergelijken met de 2004, maar dan in alles een jaartje jonger, zodat het evenwicht nog niet aanwezig is.
Benieuwd wat voor lekkers de komende dagen in het verschiet hebben…

Triootje

29/06/2007 - Proeverijtjes
Bewerkt: 30/06/2007 
Reacties: 2  - Reageer

 

Heden middag een klein degustatietje gehouden met enkele collega's. Ik had vorig jaar een drietal Duitse wijnen meegebracht vanop een kort vakantietje in de buurt van Worms. We begonnen met een Weisburgunder 2004 van de lichtelijk biodynamische Wittmann. Dit staat mijlenver verwijderd van de lichte en frisse pinot blancs die we uit Frankrijk kennen (trouwens ook niet uit de rest Van Duitsland) - dit was mooi gevuld, nog steeds verfrissend en zeker niet te zwaar, maar het toonde duidelijk aan dat de wijnmaker soms de bovenhand haalt op de druif. We gingen verder met een Riesling van Robert Weil. Dit topdomein staat bekend om zijn kanjers van rieslings vanop de Gräfenberg in Kiedrich. Deze kleinere versie had een lichte bittertoets, een mooie complexiteit en een ellenlange afdronk. Ten slotte kwam er nog een Riesling auslese 2005 van Geil in het glas. Lichtjes merkbare CO2, een net niet perfect droge afdronk, maar ook een volle wijn die nog lang nagalmde in je mond. Gezien de lage prijs van deze laatste verkozen we hem tot beste wijn van de dag...
Mmmmh... Duitse wijnen kunnen toch mooi zijn!!!!

De kern van de zaak

27/06/2007 - Algemeen 
Reacties: 3  - Reageer

 

De kern van de zaakHoe begin je nu eigenlijk een blog? Natuurlijk door eerst en vooral je lezers welkom te heten. Dus : welkom, beste lezers.
Jezelf voorstellen? Dat kunt u hiernaast lezen.
Zeggen wat je gaat doen? Wel, ik zal trachten van alvast elke week iets te beschrijven van de avonturen die een wijnmens meemaakt. Dat kan gaan van een speciale degustatie of een ontmoeting met andere bekende of mindere wijnmensen en over hun avonturen in de wondere wijnwereld, een goede –of net heel slechte – wijn die ik gedronken heb, iets wat me opvalt binnen de wijnwereld… U zal het wel merken.
Misschien ook iets vertellen over de passie die ons allen bezighoudt? Wat vind ik zo interessant aan wijn? Waarschijnlijk gaat het hier om iets heel ongrijpbaars. Als je begint wijn te proeven (en dan heb ik het niet over het gedachteloos achteroverslaan van enkele glazen Vin du Patron in één of ander rokerig café – hoewel daar hoegenaamd niets mis mee is, ieder zijn zin) en je echt gaat interesseren in wijn, wil je graag een echte wijnkenner worden. Maar net als bij elke andere specialisatie merk je al gauw dat je er precies steeds minder van afweet als je je meer gaat verdiepen in de materie. Met wijn ben je ook nooit klaar, je weet er ook nooit ‘alles’ van, hooguit kan je zeggen “Ik heb nu die of die streek bezocht en ik heb er alle (?) wijnen geproefd, ik weet hoe ze gemaakt worden, dus ik weet ongeveer wel wat de ziel is van die wijnen…” Ik heb eigenlijk ook wel iets tegen mensen die zichzelf ‘wijnkenner’ noemen. Enkele jaren terug, toen ikzelf nog een echt bleuke was, kwam er zo’n zelfverklaarde wijnkenner aan de degustatietafel van de wijnwinkel waar ik hielp. Het was de proeftafel van de witte wijnen. De man vroeg of hij de cabernet sauvignon mocht proeven. Ik vertelde hem dat dit de tafel van de witte wijnen was en dat er bij mijn weten geen witte wijn van cabernet sauvignon bestond (als iemand weet heeft van een witte cab, geef me een seintje, die wil ik zeker eens proeven!!!). Hij vroeg me dan waarmee hij dan best kon beginnen en ik antwoordde dat hij misschien een chenin blanc kon proberen. “Ah, cheMin blanc, dat is lekker, ja.”
Maar dit terzijde.
Het allerinteressantste aan de wondere wijnwereld zijn de mensen. Wijn verbindt mensen over alle grenzen van rang, stand, financiële en intellectuele aard heen. Is er één onderwerp waarover zowel de bouwvakker, de notaris en de leerkracht samen kunnen over praten? Juist : wijn. Wijn is als het ware een soort van sociaal cement, het brengt mensen dichterbij…
Vandaar dat ik hier een oproep doe en een uitnodiging lanceer : wie wil er meedoen aan een byob op vrijdag 13 juli, 20u (byob staat voor ‘bring your own bottle’), waarbij elk een fles wijn meebrengt van ongeveer 10 euro, en een fles van ongeveer 20 euro? Voorkennis niet vereist – plaats nog af te spreken. Zin? Doen!



Even voorstellen...
Ik ben genetisch bepaald om gepassioneerd te zijn door gastronomie, wijn, bier en gedistilleerd. Mijn grootouders aan vaderskant hadden een café, mijn grootvader aan moederskant maakte zijn eigen cider, mijn moeder is een echte keukenprinses en één van mijn vroegste herinneringen is er één aan mijn vaders wijnproefclubje. Tegenwoordig ben ik onafhankelijk freelance sommelier-zonder-diploma en kan je me bij verschillende bedrijven kook-, wijn-, bier- en whiskycursussen en -degustaties zien geven.
Ik drink nooit wijn voor het ontbijt en ik ben geïnteresseerd in alle wijnstijlen, -regio’s en –landen. Het is mijn bedoeling die open geest altijd te behouden.
Op deze blog zal je kunnen lezen wat er een wijnmens zoal bezighoudt in de wondere wijnwereld.